Platen: klassiek

Liszt, Harmonies poétiques et religieuses, versie 1847. Albert Brussee, piano. CDXYZ 1101. Bladmuziek: XYZ, Huizen...

Brussee speelt eigen Liszt-vondst met grandeur

Fascinerend is de Franz Liszt-vondst die de pianist Albert Brussee onlangs op zijn naam schreef. Brussee bestudeerde in Liszts voormalige woonplaats Weimar een schetsboek uit 1847, dat een 'eerste versie' bleek te bevatten van de pianocyclus Harmonies Poétiques et Religieuses. Dit in een vorm die sterk afwijkt van de beroemde bundel die Liszt in 1853 liet uitgeven.

Drie delen uit dat schetsboek waren al bekend van een moderne uitgave, zoals een Hymne de la Nuit. Maar Brussee bracht ook muziek aan het licht waar eerdere onderzoekers het spoor in bijster waren geraakt, zoals Litanies de Marie.

Brussees ontdekking bracht zowel bewondering als verwarring teweeg, en veroorzaakte enige rivaliteit tussen Brussee en de makers van de nieuwe Liszt Edition in Boedapest. Maar zijn vondst is er niet minder om, getuige de bladmuziek die Brussee zelf (met commentaar) heeft uitgegeven bij een firma in Huizen. Brussee zette in een moeite door een fraaie uitvoering op cd - een vervolg op zijn presentatie in het Amsterdamse Lisztfestival van afgelopen najaar.

Voor pianisten is de bundel Harmonies Poétiques et Religieuses uit 1853 een begrip, vanwege de onderdelen Funérailles en Bénédiction de Dieu dans la Solitude. Die stukken komen in Brussees reconstructie niet voor. Wel de Invocation, de Hymne de l'Enfant à son Réveil en nog paar meditaties - in afwijkende vorm.

Harmonies Poétiques et Religieuses was in oorsprong de benaming van één pianostuk, opgeschreven in 1834 en geïnspireerd op een dichtbundel van de mysticus Lamartine. De jonge Liszt frappeert in dat stuk al met eigenaardige maatsoorten, en met harmonieën die tenderen naar iets dat generaties later 'zwevende tonaliteit' zou worden genoemd.

Liszt breidde dat stuk uit, doopte het om tot Pensée des Morts, en bracht het onder in een pianobundel die als verklanking van geloofsextase nauwelijks een evenknie heeft. Liszt bleef kennelijk jaren aan de gang, met schrijven, toevoegen, weghalen, invoegen en omdopen - en zweven, uit zichzelf en als metgezel van een gelovige vriendin (Carolyne Sayn-Wittgenstein).

De verdienste van Brussee is niet alleen dat hij de logica van de schetsen heeft ingezien. Even groot is zijn pianistisch inlevingsvermogen in deze tonen des geloofs. Hij speelt ze met grandeur. Brussee, ooit winnaar van een prix d'excellence, verdween in '81 van het podium na een spierziekte. Hij blijkt het spelen nog lang niet te zijn verleerd.

Met welke redenen Liszt zijn cyclus uit 1847 niet publicabel vond, blijft intussen een open vraag. Litanies de Marie is niet Liszts sterkste stuk. Maar de Hymne de la Nuit hoort weer tot het beste dat hij schreef. Als Olivier Messiaen, een geloofsgenoot van een eeuw later, het gekend had, zou hij het hebben beaamd. Verbluffend, hoe deze hymne lijkt te preluderen op de mediteertoon, de akkoordliggingen en de pianocarillons van Messiaens Regards de l'Enfant Jésus. Trouwens, verander het woord Regard (de la Vierge, de l'Esprit de joie) in Hymne (de la Nuit; du Matin; de l'enfant) en je voelt waar het hymnische kijken vandaan komt. Van Lamartine, poeet van het extatische Godsbesef.

Ligeti. Special Edition, Wergo 286901 t/m 286906 (tweemaal 3 cd's), en Le Grand Macabre, Wergo 286170 (2 d's).

Dat de componist György Ligeti eind mei 75 is geworden, weet niet alleen onze Reisopera, die op dat moment rondtoerde met Ligeti's Le Grand Macabre. Ligeti had het voor het uitkiezen: Ligeti-avond in Keulen, Ligeti-nacht in Hamburg, Ligeti-week in Tokyo. Ook in Londen en Los Angeles waren er festiviteiten.

De maatschappij Sony, die het hele oeuvre van Ligeti op cd zet, zou met die Ligeti Edition langzamerhand klaar of een heel eind op streek moeten zijn. In de productie is niettemin een zekere stagnering ingetreden.

Wergo, platenmaatschappij van het Duitse uitgevershuis Schott, en eigenaar van een torenhoog klankarchief met werk uit de naoorlogse avantgarde, zal die pauze met instemming gadeslaan. Wergo heeft een groot deel van Ligeti's oeuvre samengepakt op zes cd's, voegt er Le Grand Macabre aan toe, en mag stellen dat niet alleen de prijs van deze 'Special Edition' aantrekkelijk is. Veel van het aangeboden werk is bij Sony nog niet verschenen.

De Wergo-opnamen van Atmosphères, het Requiem, de Aventures, Ramifications, het Hoorntrio, Continuum en andere sleutelwerken zijn voor het grootste deel radio-opnamen uit de jaren 60 en 70. Ze zijn van mindere kwaliteit dan het nieuwe studiowerk van Sony. De uitvoeringen onder leiding van dirigenten als Bour, Cerha, Michael Gielen en Clytus Gottwald missen in veel gevallen het gemak en de gestaalde perfectie die de nieuwe reeks kenmerkt, zoals die begeleid wordt door Ligeti zelf.

Vreemd genoeg zit niet alleen het klavecimbelstuk Continuum er twee keer bij (door Antoinette Vischer, respectievelijk Elisabeth Chojnacka), maar ook Monument-Selbstporträt-Bewegung voor pianoduo. Maar deze stapeling vormt wel een monument van een vroege, soms moeizame, in veel gevallen ook bevlogen uitvoeringscultuur. Chojnacka blijft Chojnacka, en het Arditti Kwartet het Arditti Kwartet. Het is goed voor Ligeti dat het allemaal over mag, maar als tijdsbeeld zijn hun uitvoeringen onvervangbaar. De omroepen deden trouwens wat, in die tijd.

Roland de Beer

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden