Platen: Klassiek Duizelingwekkende 'Russian Years' van Rostropovich

Mstislav Rostropovich: The Russian Years 1950-1974. EMI 5720162 (13 cd's, verschijnt 14 april)...

Over Mstislav Rostropovich doet het sterke verhaal de ronde dat hij in zijn jonge jaren zo brutaal was om bij een auditie de cello 'andersom' te bespelen, met de strijkstok in de linkerhand. Nog sterker: hij slaagde.

Rond Rostropovich hangt een aura van alles kunnen wat hij wil en alles willen wat hij kan. Niet alleen omdat hij ook piano speelt en dirigeert, maar vooral omdat Rostropovich in zijn ruim vijftigjarige cellistencarrière de indruk heeft gewekt alles aan te pakken wat los en vast zit, en dat met de grootste passie.

Dit geschiedde ook met cellocomposities die hun gedaante nog moesten krijgen. Zoals het Symfonie-concert dat Prokofjev met assistentie van de jonge Slava veranderde en nog eens veranderde. En de sonate van Kabalevski, die Rostropovich in 1962 in Moskou met de componist aan de piano uitvoerde. Die sonate werd later in gewijzigde vorm als opus 71 uitgegeven.

Rostropovich is een wandelend hoofdstuk van de muziekgeschiedenis. De omvang van dat hoofdstuk was al duidelijk, maar het heeft nu een discografisch reliëf zonder weerga. Onder de titel The Russian Years 1950-1974 verschijnt komende week een dertien cd's tellende uitgave van de platenfirma EMI. De historische waarde is duizelingwekkend.

Première van Prokofjevs cellosonate, in 1950 uitgevoerd met Svjatoslav Richter aan de piano (Prokofjev en Sjostakovitsj luisterden toe in de kleine zaal van het Moskous conservatorium). Première van Sjostakovitsj' tweede celloconcert in 1967. Cellosonate van Sjostakovitsj, met de componist aan de piano in de radiostudio (datum onbekend). Première van Benjamin Brittens Cello-symfonie in Moskou, in 1964 onder leiding van mr Britten.

Premières van Boris Tsjaikovski, Lev Knipper, Mstislav Vainberg, Kabalevski. Tripelconcert Beethoven onder leiding van Kondrasjin, Schumann onder Rozdjestvenski, Glazoenov met Evgeni Svetlanov. Honegger, Villa-Lobos. Een plaat vol encores als de Elfendans van Popper en De Falla's Vuurdans in een krankzinnige transcriptie.

Slim bekeken: repertoire-technisch biedt deze uitgave een perfecte aanvulling op de verzameling 'westerse' opnamen die EMI vorig jaar uitbracht onder de titel The Rostropovich Edition. Maar belangrijker is, dat uit deze compilatie een beeld oprijst van het artistieke doen en laten van de meest op handen gedragen musicus uit de geschiedenis van de Sovjet-Unie - voor hem in de jaren zeventig het staatsburgerschap werd ontnomen.

'De kracht van Sjostakovitsj' muziek is van dien aard, dat ik ook vaak werken van hem wil spelen die niet direct met mij te maken hebben', zegt Rostropovich onschuldig in het tekstboekje.

En passant rijst een beeld op van Rostropovich' samenwerking met dirigenten, en met Alexander Dedjoekin, zijn favoriete begeleider. De opnamen zijn grotendeels afkomstig uit radio-archieven. Rostropovich is zelf in Moskou en St. Petersburg naar de banden op zoek gegaan, en presenteerde ze bij EMI met de woorden 'Dit ben ik'.

Het mijnenveld van de copyrights op Sovjet-opnamen heeft hem kennelijk geen ongelukken bezorgd (een grote rechthebber op oude radio-opnamen is de Amerikaan Tristan Del met zijn serie Russian Revelation).

EMI heeft de museumstukken digitaal gewassen en gestreken. Ze bruisen van vitaliteit.

Strauss' Don Quixote: nu weten we wat de dirigent Kondrasjin bijbleef, en waarom Kondrasjin ruzie kreeg met de solo-cellist van het Concertgebouworkest. Prokofjev, Sjostakovitsj, Britten, Kabalevski; ze schreven Rostropovich hun cellowerk op het lijf.

Wat doet dat lijf? Het onderhoudt banden met een negentiende-eeuws vertolkersverleden. Het produceert een soms extreem gezwollen, soms achteloos rafelige, altijd zangerige en energieke celloklank.

Het is een begripvol lijf: bij de meeste wereldpremières is al sprake van schitterende frase-detailleringen en toonkleuringen. Zoals in de Suite (1967) van de gematigde modernist Boris Tsjaikovski, voor de bizarre bezetting cello-piano-clavecimbel-slagwerk-electrische gitaar - met een cello-ode die ontleend lijkt aan Olivier Messiaen's Quatuor pour la fin du temps.

Rostropovich' vertolkingskunst is een klinkende icoon van de traditie, maar bepaalt tevens het geluid van de periode waarin componisten voor hem schreven. Zijn Stravinsky-Chanson russe klinkt voor ons als een karikatuur. Zijn Britten-suite in D klinkt hoogst authentiek naar Bach-vertolkt-door-Rostropovich-in-de-oren-van-Britten.

Sjostakovitsj' spel in de cellosonate is nuchter, bescheiden en achtergrondachtig. Het snelle tempo, meldt de cellist, komt doordat het 'buiten mooi weer was' en de componist-begeleider buiten de stad een afspraak had. Een stuk dat Rostropovich 37 jaar niet uitvoerde was het aan hem opgedragen Grand Duet dat Galina Oestvolskaja in 1959 aan hem opdroeg.

Het staat, met werk van Schnittke en Piazzolla, in een nieuwe opname op een 'bonus'-cd.

Roland de Beer

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.