PLATEN: JAZZ

boeiender dan..

Jonge Nederlanders

collega's in USA

Chris Abelen Quintet: Dance of the Penguins. BVHaast CD 9608.

Martin Fondse Oktemble De 8 Baan: 8 x g!. Rollercoaster Records RCR 950901. (distributie VIA.)

Cor Fuhler: 7 CC in IO. GeestGronden GG 15. (distributie BVHaast.)

October Meeting 1991 - 3 Quartets. BIMhuis CD 003. (distributie BVHaast.)

Vier Nederlandse produkties, variërend van zorgvuldig gepland tot spontaan gespeeld, van swingend tot bijna stilstaand. Op elk schijfje is veel van waarde vastgelegd.

Martin Fondse is een Arnhemse pianist die net als Michiel Borstlap dit jaar een Amerikaanse compositieprijs heeft gewonnen, in zijn geval van de Jazz Composers Alliance. Het bekroonde stuk, Puk, Luna & Kiko, voert hij ook uit op de cd van zijn 'Oktemble', die begint met kermisrumoer en roetsj-geluiden van de muzikanten. Wat volgt is een rit met vele attracties, waarbij de luisteraar zich niet verveelt, want elk nummer bestaat uit verschillende delen, waarin melodieën en speelwijzen elkaar afwisselen en overlappen. De motieven zijn pakkend maar betrekkelijk eenvoudig, en ook de gedeelten waar veel tegelijk gebeurt beantwoorden aan een heldere logica.

Het prijsnummer zet telkens op een andere manier een levendig percussie-figuurtje en een snelle, kinderlijke wals tegen elkaar af. Sweet Lies trekt een voortgaande lijn door een statig begin, stukken samba, funk, versnellingen, vertragingen en een a capella trompetsolo met wah-wah-demper door Eric Vloeimans. Die schittert ook in Adieu Ad, Adieu, een bezonken ballad met kleine breaks als interpunctie.

Net als Borstlap, Vloeimans, Tony Overwater en anderen behoort Fondse tot de jongeren die na de Europese improvisatievormen van de jaren zeventig weer meer Amerikaanse invloeden toelaten - maar die vrijwel niets met (neo)bop te maken hebben en veel boeiender muziek maken dan veel tijdgenoten in de VS.

Ook trombonist Chris Abelen werkt met duidelijk gedefinieerde ritmen en solistisch gevarieerde thema's, zonder dat dit leidt tot uitsloverig door de changes jakkeren. Abelen houdt kennelijk van marsritmen, soms strak, dan weer losgeschud tot een schuifelende pas op de plaats, maar er is ook ruimte voor lang doorglijdende drones, of een gezellige calypso. Hij maakt in bondige stukken een soort groepsmuziek die door de springerige intervallen en licht dissonante klankkleur doet denken aan Eric Dolphy's Out To Lunch. Opnieuw een karakteristiek compromis tussen fantasie en ordening.

De October Meeting is een festival waarbij improvisatoren uit binnen- en buitenland samenspelen in veelal zelf samengestelde combinaties, eenmalige projecten of ad hoc-ontmoetingen. Er hebben er twee plaatsgevonden. Na twee cd's met opnamen uit 1987 brengt het BIMhuis nu de eerste uit van twee bloemlezingen uit 1991.

Het eerste van de drie opgenomen kwartetten is een gelegenheidsformatie waarin pianist Misha Mengelberg en altist Anthony Braxton vier standards interpreteren, die door hun overbekendheid de stijl van de uitvoerders des te scherper laten uitkomen. Mengelberg brengt steeds verschuivingen aan in de structuur van de songs, met ontregelende humor (een Erroll Garner-pastiche, bijvoorbeeld) en verrassende klanken en klappen. Braxton propt in lange strengen, bijna continu in dubbeltempo, een overdonderende hoeveelheid ideeën over de lijntjes die hij zou kunnen uitzetten. De pianist poneert in hoekige, Monkiaanse blokken, de altist stipt aan, als een rusteloos fladderende Charlie Parker. Fascinerende muzikale denksport, die sjeu krijgt dank zij bassist Mark Dresser en drummer Han Bennink.

De andere twee kwartetten spelen themaloze, collectieve improvisaties. De groep rond pianist Cor Fuhler doet dat op kalme wijze, attent luisterend en reagerend, in drie episoden waarin een bepaald kenmerk, zoals een duet tussen bassist Maarten Altena en cellist Tristan Honsinger, centraal staat.

De Britten Evan Parker en Steve Beresford, op tenor en piano, zorgen samen met bassist Arjen Gorter en opnieuw Bennink voor zeventien minuten frustratie. Er wordt al veel te weinig openbaar gemaakt uit het BIMhuis-archief, daarom is het zonde om zoveel ruimte te spenderen aan het soort meligheid dat maar al te vaak ontstaat als improviserende muzikanten als komiek tussen de schuifdeuren gaan staan. The Bear, 'verteld' door Parker, is flauw, incrowd-achtig geleuter dat de repetitieruimte niet had moeten verlaten.

Op zijn eerste solo-cd leeft Cor Fuhler zijn liefde voor bijzondere klanken uit, die alle worden voortgebracht door een piano, maar dan wel op verschillende manieren geprepareerd. Rubberen blokjes op de snaren maken er een soort 'slide-piano' van, gitaar-elementen en feedback toveren er Hendrix-achtig geloei uit. Fuhler houdt de effecten meestal bijeen door lieflijke, weemoedige melodietjes of bedachtzame loopjes, zoals in Flintglas, dat Satie combineert met vogelgeluiden. Zelden werd de vervorming van de vleugel zo ver doorgedreven, zelden ook klonk dat zo doordacht, sfeervol en geestig. FvH

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden