PLATEN: jazz

Ondefinieerbaar gescharrel in het groen..

ERIK VAN DEN BERG

Fred van Duynhoven: Bellbird. PJJ 01.

De nachtegaal, de kerkuil en de zwaan horen tot de vogels die al door menig componist in noten zijn vereeuwigd, vaak om de pracht van hun zang, maar ook om hun poëtische bijbetekenis. De Nederlandse slagwerker Fred van Duynhoven (1948) laat zich op zijn solo-cd Bellbird ook door vogels inspireren, maar het gaat hem niet direct om hun zoet gekweel. In zijn portretten van elf Nederlandse en Nieuw-Zeelandse vogelsoorten, waaronder de tjiftjaf, de vink, de takapu en de tui, is ook plaats voor fladderende veren, klepperende snavels en ondefinieerbaar gescharrel in het groen.

Van Duynhoven bewijst dat niet alleen fluitisten of rietblazers vogels kunnen imiteren. Zijn trommels zijn precies gestemd, zodat hij melodische motieven kan spelen, en zijn droge, harde geluid - met weinig bassen en veel boventonen - past goed bij de natuurgeluiden die hij op wil roepen. Dat geldt ook voor de cd-opname, die naturel, gedetailleerd en van heel dichtbij klinkt.

Bellbird bevat enkele knap opgebouwde solo's, zoals Fantail, dat met handen en voeten een swingend patroon vol overlappingen creëert, of Vink ('een ware maataanbidder', volgens het cd-boekje), waarin Van Duynhoven de zogeheten vinkenslag citeert. Maar minstens zo sterk is een ogenschijnlijk simpel stuk als Grote Lijster, met gedempte roffel-figuren die een geheimzinnige schemerstemming oproepen.

In vier stukken vormt de slagwerker een duo met basgitarist Pieter Douma en met Niels Derks, een geestelijk en lichamelijk gehandicapte jongen die met ritmische keelklanken op Van Duynhovens improvisaties reageert en in het titelstuk enkele formidabel harde tong-klakken laat horen. (Bestellen: 024-3974360.)

Frans van der Hoeven: First Flight. Via Jazz 992.021.2.

'Dat kan nog eens een hele grote worden', zei Clark Terry in 1993 in de Volkskrant. De Amerikaanse trompettist had het over Frans van der Hoeven, met wie hij optrad in Amsterdam. De jonge bassist moet die woorden in zijn oren hebben geknoopt, want zijn eerste cd speelt hij meteen maar in zijn eentje vol. Een 'pure' solo-cd kun je First Flight misschien niet noemen, gezien de door de bassist zelf ingedubde instrumenten (drums, keyboards, gitaar, sequencer, stem), waardoor hij in bijna alle stukken met een complete band lijkt te spelen.

Dat Van der Hoeven een echte jazzbassist is, hoor je aan zijn stevige toon en zijn stuwende timing, maar de steeds weer opduikende elektronica (met echo's van Joe Zawinul) geeft de cd een zoetig smaakje. First Flight biedt aardige sfeermuziek, waarin de contrabas een beetje vergeefs mooie dingen doet.

Martin Mays: Unique Horn 1997. Random Acoustics RA 021.

De Britse hoornist Martin Mays wil meer dan zo mooi mogelijk hoorn spelen. Hij experimenteert met rauw klinkende antieke instrumenten, bouwt eigen varianten en bedenkt muziektheatrale producties waarin de hoorn niet eens de hoofdrol speelt.

In al die hoedanigheden is Mays te horen op zijn eerste solo-cd, die live-opnamen bevat uit verschillende steden in Italië, waar hij sinds lange tijd woont. Het openingsstuk Requiem per Guelfo is vooral curieus. Het werd opgenomen in een zestiende-eeuws fort bij Turijn, door Mayes uitgekozen wegens de extreem lange nagalm in het stenen complex. Door in verschillende vertrekken microfoons op te stellen en daartussen heen en weer te wandelen creëert Mayes imposante, merkwaardig verwrongen klankwolken.

Avontuurlijk, maar uiteindelijk waarschijnlijk leuker om te spelen dan om naar te luisteren. Als toegift is er een suite uit Bach's Cantata nummer vier, in een verrassend stijlvast arrangement voor vier hoorns. (Random Acoustics tel. 00-49-221-0510.6387.)

Erik van den Berg

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden