PLATEN: JAZZ

Coleman nu een..

Koppige autodidact

gerespecteerd nestor

Ornette Coleman: Sound Museum - Three Women. Harmolodic/Verve 531 657-2.

Ornette Coleman: Sound Museum - Hidden Man. Harmolodic/Verve 531 914-2.

Op de voorkant van de cd's staat alleen zijn voornaam, Ornette Coleman is een begrip geworden. De koppige autodidact die ooit bewees dat jazz het zonder al te veel structurele afspraken kan stellen is een gerespecteerde nestor geworden, met zijn eigen label. Hierop brengt hij nu twee cd's tegelijk uit, een teken dat hij nog steeds behoorlijk eigenzinnig is. Want de plaatjes bevatten op één uitzondering na dezelfde stukken, in verschillende versies. Volgens het begeleidende boekje is dat bedoeld als een demonstratie van Harmolodics, de 'theorie' waar zijn muziek op gebaseerd is.

Coleman is nooit een man van heldere formuleringen geweest, en de wazige tekst, met zinnen als 'in the Harmolodic world the concept of space and time are not past or future but the present' helpt ons niet veel verder. 'For me, it works', voegt Coleman eraan toe, wat een beetje aangeeft dat hij het verder ook niet uit kan leggen. In de praktijk lijkt het erop neer te komen dat het gezamenlijk variëren van de melodie de richting van de stukken bepaalt. Met zijn elektrische groep Prime Time gebeurt dat vaak op vaste, funk-achtige ritmes, maar op deze akoestische opnamen, van oude en nieuwe stukken, ligt het tempo meestal niet vast.

Er zijn drukke, neurotisch aandoende impressies, zoals City Living, statige ballads als What Reason en collectieve improvisaties die daar tussenin vallen. Een enkele keer duikt er een stukje groove op, zoals in het Mexicaans getinte Picolo Pesos. De wat querulanterige, snijdende altsax van de leider domineert, maar bassist Charnett Moffett en pianiste Geri Allen vlechten er hun eigen visie op het thema doorheen. Omdat ze goed luisteren, alert reageren en op dezelfde golflengte zitten vullen de drie lijnen elkaar goed aan. De wat rommelige productie, waarbij stukken opeens wegfaden of halverwege lijken te beginnen, en een nogal ongelijkmatige mix, doet vermoeden dat we met spontaan op de band gesmeten jams te maken hebben.

Zoals zo vaak bij Coleman moet de luisteraar wat vervelende eigenwijsheden voor lief nemen. Ornette's technisch primitieve viool- en trompetspel bijvoorbeeld, waarmee hij lukraak kleuren op het doek smijt in plaats van lijnen of vlakken aan te geven. De trompet gaat nog wel, met een timbre als Miles Davis op zijn breekbaarst, maar de viool gaat door merg en been. Gelukkig zijn deze toevoegingen schaars.

Ernstiger is het gesteld met het drumwerk van Colemans zoon Denardo, die de onmiskenbare kwaliteit van alle stukken omlaag haalt met zijn lompe gedreun, lelijk van toon en nauwelijks deelnemend aan het muzikale gesprek. Coleman senior zal ongetwijfeld zijn redenen hebben voor de prominente rol van zoonlief. Kennelijk houdt hij van slagwerk dat een soort doorgaand geruis vormt, een vaste waarde buiten de steeds wisselende interactie van de andere instrumenten. Maar als de fijnzinnige dialoog tussen gestreken bas en piano in Home Grown wreed verstoord wordt, denkt de liefhebber vol heimwee terug aan Colemans samenwerking met echte drummers als Ed Blackwell en Billy Higgins.

Beide cd's bevatten één afwijkend nummer. Op Hidden Man staat een mooi direct gespeelde versie van de spiritual What A Friend We Have in Jesus, waaruit blijkt hoeveel soul Ornette in zijn solo's kan leggen. Three Women heeft in plaats daarvan de bizarre song Don't You Know By Now, waarin een country-achtige zangeres en een aanstellerig falset zingende heer omringd door veel galm een duet zingen, waarvan de kitscherigheid vreemd contrasteert met de alle kanten op kronkelende melodielijn. FvH

Meer over