PLATEN: COUNTRY

Dit paard haat de foto-finish, zingt Paul Burch. Je moet er gewoon voor zorgen dat ie als eerste bij de bocht is, dan is de roos voor jou....

Zacht jodelend afscheid van Paul Burch

Paul Burch & the WPA Ballclub: Wire to Wire. Dixiefrog/ Hightone. DFGCD 8468.

Wat Paul Burch speelt is voor de liefhebber 'old hat'. Country die heel erg ruikt naar vroeger, toen de elektriciteit nog in de kinderschoenen stond, en een man zich met paard en pistool een weg door het leven moest banen. Die tijd brengt hij in herinnering met zijn teksten, die hij vertolkt met een licht zwalkende stem die zo uit de jaren vijftig tot ons lijkt te komen.

Burch geniet enige bekendheid als vibrafonist van Lambchop. De ijle klanken van dat instrument vormen een aangenaam anachronisme op een overigens zeer stijlvolle cd, die zich niet laat vastspijkeren door de codes van Nashville. Beste nummers zijn de fijne meedeiner Walking to McCourey, Percy Lynn's Run, geschreven volgens de beste principes van de gangsterballade, en Long Tall Glass of Water, waarin hij met zacht gejodel afscheid van ons neemt.

Wynonna: The Other Side. Curb/Bertus. CURCD 047.

Arme Wynonna. Haar leven moet het schrikbeeld zijn van alle dochters met een knappe moeder. Zeven jaar lang vormde ze met mama Naomi als The Judds het beste zangduo in de countrymuziek; hun Why Not Me is een absolute standaard in de samenzang. Al die jaren zal ze de verbaasde blikken hebben gezien. Minstens zo schrijnend moet het geweest zijn dat Naomi ook over de beste stem leek te beschikken. Het schreeuwerige zat bij Wynonna, de sensuele leadzang was van moeder.

Sinds Naomi zich in 1991 om gezondheidsredenen moest terugtrekken, tourt Wynonna - de achternaam heeft ze laten vallen - solo. Een ruigere sound bracht haar met de eerste solo-cd's succes. De laatste jaren gaat het minder. Op de hoes van The Other Side kijkt ze ons wantrouwend aan, vanonder een mal hoedje dat ze diep over haar ogen trekt.

Dit keer lonkt ze naar zwarte muziek, naar r & b en southern soul. Vocaal komt ze daarmee aardig uit de voeten, maar haar stem gaat slecht samen met de brave, gladgestreken begeleiding. Ook het songmateriaal is weinig sprankelend.

Diversen: Coal Mining Women. Rounder CD4025.

De hoes van Coal Mining Women is zwartwit, precies zoals de gezichten van de vrouwen die een helm met koplamp dragen. Zwart en een heel klein beetje wit, zo moet de wereld van de mijnwerkers zijn.

Het ondergrondse werk werd voor vrouwen te zwaar en te gevaarlijk geacht. Maar er werkten wel degelijk vrouwen bij de mijnen van Oost-Tennessee, in Stearns en Jericol. Ze sorteerden de kolen of werkten bij het transport. De gevaren die hun mannen onder de grond bedreigden, deden hen huiveren. Ze stonden vooraan, met potten, pannen en desnoods met hun vuisten, als de rechten van de mijnwerker in het geding waren.

Op Coal Mining Women zijn songs bijeengebracht die titels als Black Lung, The Mannington Mine Disaster en Coal Miner's Grave dragen. Wilskracht en onverzettelijkheid spreekt uit de stemmen van Phyllis Boyens en Sarah Gunning. Machtiger nog is het geluid van Hazel Dickens. Haar stem - scherp, hard, ruw en zuiver tegelijk - kan bergen verzetten. Ze moet de mijnwerkers een hart onder de riem hebben gestoken en zal menige stakingsbreker tot inkeer hebben gebracht.

Deze collectie laat de onderaardse bronnen van de Amerikaanse muziek horen.

Seconds Flat. Green Linnet/Music & Words. GLCD2126.

The Hollisters: Freedom records/Hightone. FR1015

Seconds Flat uit Greenville in South Carolina is een onberispelijk nieuw countrybandje. Moet het ruig zijn, zoals in Three O'Clock, dan zetten ze vervormde gitaren in en krikken de drummer in een sportversnelling. Mag het een ballade wezen, zoals The Good Life, dan hebben ze zwijmelgitaren en een likje stroop paraat. En nooit zullen ze de voorbeeldige samenzang vergeten, die zo onlosmakelijk met het genre is verbonden. Alles prima voor elkaar, maar iets eigen valt hier niet te ontdekken. Ze zijn de beste jongetjes van de klas geworden door over te schrijven.

Ook bij The Hollisters, uit Houston Texas, is er weinig nieuws onder de zon. The Land of Rhythm and Pleasure is hun debuut-cd. Ze spelen de vertrouwde Texas-mix van rockabilly, honkytonk en Texas swing, gekruid met invloeden van over de grens. Maar dat doen ze zo goed dat het als vanzelf iets eigens wordt. In Mike Barfield en Eric Danheim hebben ze bovendien twee songschrijvers die voor niemand bang hoeven te zijn.

Dit is muziek die dan misschien nergens heen gaat, maar wel heel duidelijk ergens vandaan komt. Soms is dat genoeg.

Ariejan Korteweg

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden