PLATEN:COUNTRY

speelt country met..

Gitarist Bill Frisell

de pink omhoog

Bill Frisell: Nashville. Nonesuch 7559-79415-2.

Dank u, het gaat inderdaad goed met de country. Niet omdat allerlei hossebossies hun klompendans hebben ingeruild voor het linedancing. Eerder omdat ook de muzikale buitengewesten zich bij vlagen aan country wagen. Denk aan Don Was met z'n tikje megalomane Forever's A Long Long Time, of het druilerige Beyond the Missouri Sky van Charlie Haden.

Dan brengt gitarist Bill Frisell het er heel wat beter vanaf. Zijn Nashville is country met de pink omhoog, een precieuze ode aan de meest fijnzinnige kanten van het genre. Kennelijk heeft Frisell zich daarbij vooral aan bluegrass-fenomeen Alison Krauss gespiegeld. Haar broer Viktor speelt bas, leden van haar band Union Station verzorgen banjo en mandoline, en Robin Holcomb, die de drie vocale nummers zingt, komt dicht in de buurt van het beslagen kristal van Krauss' stem. Je kunt je invloeden slechter kiezen.

De echte hoofdrol is natuurlijk weggelegd voor de gitaar van Frisell, die in elk nummer bedachtzaam op zoek gaat naar de ziel van de country. Soms vervalt hij daarbij in muziek voor de suffere eetgelegenheid, maar meestal weet hij in de instrumentale stukken subtiele swing en heldere lyriek knap te verenigen.

Buddy Miller: Poison Love. Hightone Records HCD8084.

Julie Miller: Blue Pony. Hightone Records HCD8079.

Big Sandy and his Fly-Rite Boys: Feelin' Kinda Lucky. Hightone Records HCD8083.

Na Poison Love en Blue Pony is nog minder te begrijpen van het bordkartonnen huisvlijt-combo Rollin' Creek Dippers, waarmee Julie en Buddy Miller en een bevriend echtpaar hier onlangs op tournee waren. Deze twee cd's vormen de ultieme revanche van een koppel dat country van de nodige stevigheid kan voorzien.

Geheel onverhoeds brak sessiemuzikant Buddy Miller in 1995 door met twee cd's: Your Love and Other Lies en Man on the Moon. Sindsdien telt hij mee, als songschrijver, als zanger, maar vooral als gitarist, in welke hoedanigheid hij ook deel uitmaakt van Spyboy, de band van Emmylou Harris. Harris en haar band spelen nu op hun beurt mee op Poison Love. De muziek is stevig en compact, zoals we dat inmiddels van hem gewend zijn, maar er is ook ruimte voor akoestische inbreng. Veel songs zijn van de hand van het echtpaar, met het ooit door Otis Redding gezongen That's How Strong My Love Is, en met een classic van George Jones zoekt Miller het avontuur.

Ook met de dertien nummers van Blue Pony kun je snel vriendschap sluiten. De songs van de naar het esoterische neigende Julie Miller worden door haar eega van een even buigzame als solide ruggegraat voorzien. De productie is net wat aardser dan Emmylou Harris' veelgeprezen Wrecking Ball. Het echtpaar maakt de keuze moeilijk; de heer en mevrouw Miller maakten twee van de beste countryplaten van dit jaar.

Slappin' bass, elastieken gitaren en roffels op de snare - dat zijn de voornaamste ingrediënten van Big Sandy and his Fly-Rite Boys. Mooi materiaal om western swing en hillbilly boogie mee te spelen, zeker wanneer de leadzanger zo'n hartveroverende stem heeft als Sandy. Feelin' Kinda Lucky is de derde cd van dit combo uit Anaheim, Californië, bestemd voor iedereen die ook genoegen beleeft aan BR5-49.

The Watchman: Flight over life. Van Records 7243 8446552.

The Watchman klinkt als niemand anders, en dat is al een hele verdienste op zich. Flight over Life is, zoals elk album van zijn hand, een loflied op de eigenwijsheid. Met breekbare stem zingt hij zijn teksten, die onveranderlijk op het randje van de pathetiek balanceren en er soms ruim overheen gaan. Maar die soepele, vloeiende melodieën waarin hij zijn woorden verpakt, maken veel goed. De instrumentatie is bescheiden en smaakvol, de lichte geur van huisvlijt maakt deze cd er eigenlijk alleen maar leuker op. En dat alles gemaakt door een Brabantse eigenheimer van 44, die eigenlijk Ad van Meurs heet.

Prison Songs, deel 1 en 2. The Alan Lomax Collection. Rounder cd 1714 en 1715.

De opnamen uit 1947 in de Parchman gevangenis van Mississippi behoren tot de bekendste die de muzikale ontdekkingsreiziger Alan Lomax maakte. De artiesten heten Hollie Dew, Bull, 22, Bama, Tangle Eye of Dobie Red. Zwarte mannen, geheel tegen hun wil tot misdaad gedreven door de erbarmelijke levensomstandigheden in het arme zuiden van de Verenigde Staten. Tenminste, dat zijn we al te graag bereid te geloven.

Op het ritme van de bijl of de houweel zingen ze hun teksten, in beurtzang of solo, bij wijze van arbeidsvitaminen of om lucht te geven aan hun misère. Murderous Home, deel 1 van deze collectie bajesliederen, verscheen eerder op cd bij Sequel Records. De muziek op het tweede deel, Don'tcha Hear Poor Mother Calling, is opgedoken uit de archieven van Lomax en werd nooit eerder uitgegeven. Kaler en effectiever dan wat je hier hoort wordt muziek niet gemaakt.

Ariejan Korteweg

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden