Plasterks prijsdifferentiatie wordt al volop toegepast

Meer eigen inkomsten voor podia, orkesten en toneelgezelschappen, meer publiek uit groepen die nu nog wegblijven bij hun voorstellingen....

‘Je ziet wel vaker’, zegt Melle Daamen, directeur van de Stadsschouwburg Amsterdam, ‘dat politici wat achterlopen bij de feitelijke ontwikkelingen.’ Vier grote podiuminstellingen die de Volkskrant liet reageren op Plasterks uitlatingen – Daamens schouwburg, het Concertgebouw, het Koninklijk Concertgebouworkest (KCO) en de Nederlandse Opera (DNO) – doen al jaren aan prijsdifferentiatie. Zij verlagen hun laagste ticketprijzen en verhogen hun duurste. Ieder jaar met een beetje, want ‘anders prijs je je uit de markt’, zegt Daamen. Hun eigen inkomsten stijgen, inderdaad, maar de kosten ook – en harder.

Het schellinkje, met zijn sociaal stigmatiserende eigen opgang, wil niemand terug. Staan mág ook allang niet meer van de brandweer. Het hoeft ook niet: liefhebbers met een kleine beurs kunnen tegenwoordig zitten, voor een tientje (Stadsschouwburg) of vijftien euro (DNO). Standaard met slecht zicht of geluid. Het laagste tarief geldt niet alleen voor de traditionele kortingsgroepen (CJP, 65+ of Stadspas), maar (behalve bij De Nederlandse Opera) ook voor last minute-tickets, niet opgehaalde kaartjes die pas vanaf kort voor de voorstelling in de verkoop gaan. In het Concertgebouw kosten die slechts 7,50 euro. Als je geluk hebt, zit je eerste rang. Daarnaast kent het Concertgebouw de gratis lunchconcerten op woensdag, die jaarlijks 24 duizend man trekken.

Hoewel harde cijfers ontbreken, meldt zowel de Stadsschouwburg als het Concertgebouw een groei van het aantal jonge bezoekers. ‘Dat zie je gewoon als je hier veel rondloopt, zoals ik’, zegt Daamen. Maar dat heeft meer te maken met programmering dan met prijsbeleid. Concertgebouw en KCO begonnen samen de jongerenclub Entrée, die een eigen concertprogramma heeft (5 euro per stoel) en nu vierduizend leden telt. ‘Voor Entrée houden wij voor ieder concert honderd kaarten vrij’, zegt KCO-directeur Jan Willem Loot. ‘Dat vinden wij belangrijk, maar het kost natuurlijk wel geld.’

Tot dusver compenseren de instellingen dat door de duurste kaarten geleidelijk steeds duurder te maken. Maar dat kan niet eindeloos doorgaan, zegt Loot: ‘Wij zitten nu al boven het Europese gemiddelde voor ons soort orkesten. Langs die weg een subsidiegat dichten? Dat kan gewoon niet.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden