Plasterk onderschatte de irritaties

De Tweede Kamer wil het Nationaal Historisch Museum toch naast het Openluchtmuseum zien. CDA, SP, PVV en D66 zijn verenigd in hun ergernis.

De komst van een Nationaal Historisch Museum zou weleens verder weg kunnen zijn dan ooit. Een Kamermeerderheid sprak zich gisteren uit voor een gebouw in de bossen in Noord-Arnhem, naast het Nederlands Openluchtmuseum.

Met die keuze van minister Plasterk van Cultuur stemde de Kamer twee jaar geleden in, toen hij Arnhem verkoos boven Den Haag en Amsterdam. Het was de directe nabijheid van het Openluchtmuseum die het Arnhemse plan zo aanlokkelijk maakte.

Maar de museumdirectie en de raad van toezicht maakten een eigen afweging, bleek eind maart. Het museum moest bij de John Frostbrug aan de Rijn komen, in het centrum van Arnhem. De financiële risico’s in het bos zouden te groot zijn, en de bouw zou vertraging kunnen oplopen door de aanwezigheid van wespendief en zwarte specht.

Pas onlangs volgden de inhoudelijker argumenten. De angst een bijwagen te worden van het honderdjarige Openluchtmuseum is groot. Het gaat de directie om de autonomie van haar nieuwe museum.

Deze gedachteomslag geschiedde grotendeels buiten het zicht van de Kamer. Terwijl daar toch, met de motie-Marijnissen-Verhagen, de basis was gelegd voor een museum dat moest bijdragen aan een beter begrip van de Nederlandse historie en identiteit. Daar bestond in de post-Fortuynjaren immers veel onduidelijkheid over. De canon van de Nederlandse geschiedenis zou het fundament vormen, stelde de Kamer zich voor.

Die was dan ook onaangenaam verrast toen bleek dat de twee nieuwe directeuren niet een canonieke, maar een thematische aanpak verkozen. Toen zij een paar maanden later ook nog een andere locatie aankondigden, was de irritatie groot.

Minister Plasterk wilde vooral het tempo erin houden. Eén vertraagd rijksmuseum, dat in Amsterdam, is al pijnlijk genoeg. Zonder de Kamer te consulteren, ging hij eerst akkoord met het loslaten van de canon, en steunde hij vervolgens de alternatieve locatie.

Woensdag gaf hij toe de gevoelens te hebben onderschat: ‘De mate waarin dit een nationale kwestie zou worden, heb ik niet voorzien.’

Plasterk gokte wellicht op de verdeeldheid in de Kamer. Alleen het CDA hield tot nu toe principieel vast aan het Openluchtmuseum. D66 en de SP wilden alsnog naar Den Haag, de PVV bepleitte een nieuwe procedure. Maar tot Plasterks verrassing lijken de partijen elkaar te vinden in een gezamenlijk standpunt. De irritatie over de aanpak van de minister en de eigenzinnigheid van de directie gaven de doorslag.

De grote vraag is of directie en raad van toezicht van het museum zich neerleggen bij een terugkeer naar het Openluchtmuseum. Formeel zijn ze autonoom en kan de minister hen enkel verzoeken in te stemmen met de wens van de Kamer. Mochten ze besluiten op te stappen, dan levert dat grote vertraging op.

Voor een minister van Cultuur is er niets mooiers dan zijn naam te kunnen verbinden aan een rijksmuseum. Plasterk hoopte het, desnoods ten dele, nog deze kabinetsperiode te openen. In plaats daarvan stevent hij af op zijn eerste grote politieke nederlaag.

Minister Plasterk. (ANP)
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden