Recensie Plaire, aimer et courir vite

Plaire, aimer et courir vite is een mooi, gelaagd dubbelportret van twee homo’s in Parijs in de jaren negentig

Wat een chemie tussen acteurs Pierre Deladonchamps (Jacques) en Vincent Lacoste (Arthur). Je ziet hun ogen fonkelen.

Plaire, aimer et courir vite Foto Filmstill

Hoeveel sigaretten zouden er worden gerookt in Plaire, aimer et courir vite? Veel, in elk geval. Maar er is één sigaret die niet wordt aangestoken. De jonge Bretonse student Arthur rolt hem heen en weer tussen zijn vingers, terwijl hij in de zomer van 1993 in het filmhuis van Rennes naar Jane Campions The Piano kijkt. En de dik twintig jaar oudere Parijse schrijver Jacques, enkele rijen achter Arthur gezeten, kan zijn ogen niet van diens hand afhouden.

Wanneer Arthur zijn sigaret per ongeluk laat vallen, krijgen de twee oogcontact. Heel elegant, zoals schrijver en regisseur Christophe Honoré zijn hoofdpersonages koppelt, en wat een chemie tussen acteurs Pierre Deladonchamps (Jacques) en Vincent Lacoste (Arthur): je ziet hun ogen fonkelen, in het duister van de bioscoopzaal.

Van een serieuze romance zal het niet gemakkelijk komen, al is het alleen al omdat Jacques zich als hiv-positieve veertiger weinig positiefs voorstelt bij de toekomst. Toch wordt Arthur een belangrijke persoon in het leven Jacques, naast Jacques’ zoontje Louis (Tristan Farge), buurman Mathieu (Denis Podalydès) en Marco (Thomas Gonzalez), een aan aids stervende ex die in zijn woning verblijft. 

Via die relaties schetst Honoré (Les biens-aimés, Métamorphoses) een mooi gelaagd dubbelportret van Arthur en Jacques. De eerste voelt daarbij vaak als een jongere versie van de tweede, bulkend van onbezonnenheid en energie die Jacques nauwelijks nog kan opbrengen.

Plaire, aimer et courir vite, van kleding tot behang gevat in zacht, melancholiek blauw, betekent zoveel als ‘plezieren, liefhebben en snel wegrennen’; het uit die titel sprekende ongeduld proef je ook in de vaart waarmee bepaalde feiten worden overgeslagen. Zo maakt Loulou’s moeder (Sophie Letourneur) pas laat haar opwachting, en dan nog blijft het onduidelijk waarom ze met Jacques een kind heeft.

Tegelijkertijd vindt Honoré de rust om een nachtelijk rendez-vous op een homo-cruiseplek te verbeelden als een magische choreografie voor vijf smachtende mannen. Of om te verwijlen bij de nevenfiguren, zoals Arthurs ex-vriendin Nadine (Adèle Wismes), die lomp door hem is gedumpt en toch wil begrijpen wat hij in mannen ziet.

Zo zoekt de film voortdurend zijn weg in een wirwar van levens. Het is een mooie aanvulling op Robin Campillo’s 120 BPM (2017): die film is eveneens gesitueerd in de Parijse homoscene van de jaren negentig, met aids-activistengroep Act Up als focus. Act Up komt hier zijdelings ter sprake, terwijl steeds duidelijker wordt hoe aids als een schaduw over Jacques’ leven hangt.

En dan weet de film óók nog luchtig met dat onderwerp om te gaan. Zit Jacques vanwege de maandelijkse controle in de wachtkamer van het ziekenhuis, neemt hij stiekem een kiekje van de knappe jongeman tegenover hem. Wat dan weer glimlachend wordt gadegeslagen door een derde patiënt.

Op zo’n moment is de film op zijn best: alsof hij van alles en nog wat ziet, denkt en voelt en dat dwars door elkaar.

Plaire, aimer et courir vite (drama). Regie: Christophe HonoréMet Pierre Deladonchamps, Vincent Lacoste, Denis Podalydès, Thomas Gonzalez, Adèle Wismes, Tristan Farge. 132 min., in 15 zalen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.