PLAATJES VAN DE DAAD

Alles kan in getekende pornografie, alles gebeurt ook. En er is een markt voor – al sinds de priapische beeldjes uit Pompeii....

Een stripcatalogus discreet verpakt: wie de fondslijst opvraagt van Eros Comix krijgt een keurige brochure toegestuurd met een lichtblauwe omslag waar verder niks op staat. Er zou eens een tepel of bilspleet door de envelop kunnen schijnen!

Of een tentoonstelling die alleen toegankelijk is voor bezoekers van 18 jaar en ouder, zoals Striptease, die op 12 december opent in het Nederlands Stripmuseum in Groningen. ‘Doordat de expositie in een afgesloten ruimte wordt georganiseerd, worden bezoekers die geen interesse in het onderwerp hebben niet ongevraagd met expliciete beelden geconfronteerd’, kondigde het museum alvast aan.

Alles kan tenslotte in getekende pornografie, hoe pervers of buitenproportioneel ook, en dat is een van de redenen dat de internationale markt voor hentai – de erotische versie van de Japanse manga-strip – zo groot heeft kunnen worden. Van de serie Urotsuki Doji van Toshio Maeda zijn meer dan twee miljoen exemplaren verkocht en die gaat over een meisje dat zich laat bevredigen door een alien met opdringerige tentakels. Daar is dus een markt voor.

Die markt heeft altijd bestaan. In Pompeii en Herculaneum zijn priapische beeldjes en afbeeldingen aangetroffen en de modieuze hentai van nu zijn de rechtstreekse voortzetting van de schunnige shunga uit de tijd dat de Japanse prentkunst bloeide. Niks nieuws onder de zon.

Wie een geschiedenis wil schrijven van de erotische strip, zal onvermijdelijk beginnen bij de zogeheten Tijuana Bibles die vanaf de jaren twintig van de vorige eeuw in de Verenigde Staten verschenen en ongeveer twee decennia hebben bestaan. Ze worden ook wel Eight Pagers genoemd, vanwege hun gemiddelde dikte, en ze vallen zonder meer in de categorie wankfodder: rukvoer. Maar dit pulpproduct vormt tegelijkertijd een eerste hoogtepunt van de getekende beeldcultuur en heeft veel Amerikaanse kunstenaars beïnvloed, van Philip Roth tot Art Spiegelman. Kenmerkend voor dit type strip, lang voor de komst van Playboy en Penthouse, was het expliciete karakter van de plaatjes waarin De Daad uit den treure werd bedreven. En dan niet zomaar door willekeurige personages, maar door Betty Boop en Popeye, door bankrover Dillinger en filmster Gable. Dat is een vorm van heiligschennis die nog altijd zeer populair is, afgaande op het grote aantal piratenedities waarin Kuifje, Lucky Luke, Guust Flater en Sidonia ongeremd van bil gaan. Als een jeugdstrip volwassen wordt, kan dat blijkbaar maar één ding betekenen: een icoon trekt zijn broek uit.

Na de Tweede Wereldoorlog werd de soep wat minder heet opgediend, maar de manier waarop tekenaars het intermenselijk verkeer afbeeldden was nog altijd steamy genoeg om verontwaardiging te wekken. Dr. Fredric Wertham publiceerde in 1954 zijn bestseller Seduction of the Innocent waarin hij betoogde dat strips een verderfelijke invloed op tieners hadden en de jeugdcriminaliteit bevorderden, hetzelfde wat nu gezegd wordt over agressieve computerspellen. Maar Wertham had zoveel gezag dat hij de uitgevers tot zelfcensuur kon bewegen: de Comics Code Authority werd ingesteld en voortaan verscheen op elk gekuiste en dus goedgekeurde comic een logootje met de A van approved erin. Dat klinkt preuts, maar als je je realiseert dat in Nederland van 1928 tot 1977 een Filmkeuring heeft bestaan die zelfs bezwaar kon hebben tegen het tonen van naakte standbeelden, dan valt het nog wel mee. Pijnlijker is dat Wertham bereid was pornografie te zien waar die niet was (bekend is het voorbeeld van een schaduw in een spierbundel waarin een vrouwenschoot zou zijn te ontwaren) en zo de verdenking op zich laadde dat hijzelf geobsedeerd was door vieze plaatjes.

Als je een bal onder water duwt, schiet hij des te harder de lucht in. De seksuele revolutie kwam eraan en bracht het fenomeen Robert Crumb voort, keizer van de undergroundstrip in het begin van de jaren zeventig. Meisjes met dikke billen en zware kuiten werden een nieuw ideaaltype, althans voor de bebrilde seksmaniak uit Philadelphia die inmiddels een museale status heeft verworven. Hier ten lande verscheen Tante Leny Presenteert, ook wel Kwaliteits Komik voor het Nederlandse Taalgebied genoemd, waarin Aart Clerkx, Evert Geradts, Peter Pontiac en Joost Swarte zich ongebreideld konden uitleven. De geest van Crumb waaide er driftig in rond en van zelfcensuur was geen spoortje te bekennen. Een belangrijke figuur in die scene was uitgever Ger van Wulften, die Uitgeverij Espee oprichtte en met zijn blad Gummi binnenlands en buitenlands talent aan elkaar koppelde, met een voorkeur voor heftig & provocerend. Publiekslievelingen Hein de Kort en Gerrit de Jager zijn door Van Wulften gelanceerd, maar vooral Eric Schreurs is een typische exponent van de Espee-school en nooit te beroerd om te choqueren. Samen met Theo van Gogh maakte hij de dicht- en prentenbundel Recreatie, die de Nederlandse boekhandel weigerde te verkopen. Van Wulften heeft zich het afgelopen decennium onledig gehouden met het uitgeven van Penthouse Comix, maar richt zich nu met Uitgeverij Xtra vooral op de graphic novel, met Afgezaagd van Fred de Heij als belangrijkste Nederlandse troef. Ranzigheden worden in deze erotische thriller niet geschuwd, maar de stilistische vrijheden die De Heij zich permitteert maken de roman wel opmerkelijk.

‘De meest pikante strips van Nederland’ worden op de markt gebracht door Lecturama, dat vindt althans de uitgever zelf. In feite valt het reuze mee, want de succesreeks Rooie Oortjes ontstijgt nooit het niveau van de ondeugendheid: de talloze halfblote meisjes die stuk voor stuk klonen zijn van Walthéry’s stripvamp Natasja, zouden te braaf zijn voor de gemiddelde MTV-clip.

Mocht het Nederlands Stripmuseum Rooie Oortjes laten zien, dan zijn waarschuwingen eigenlijk overbodig.

Maar als er werk wordt getoond uit de Zwarte Reeks van Uitgeverij Sombrero is de betoonde discretie geen overbodigheid, want hierin gaan de helden al 142 albums achtereen all the way. Nummer één was een klassieker uit de getekende erotiek, De Schakelaar van Milo Manara, over de frigide Claudia die op afstand kan worden ‘bestuurd’. Als de bewuste schakelaar wordt opgedraaid, gooit Claudia alle remmen los, ongeacht de plek waar ze zich bevindt. Die fantasie heeft blijkbaar een snaar geraakt, want Manara verkoopt zijn boek al twintig jaar in vele landen. Hoe de afstandsbediening een lustobject werd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden