Verslag Pinkpop

Pinkpop 2018 toont aan dat het wel meevalt met de leeftijdskloof op het festival

Een sterke slotact als Pearl Jam kan een dag op Pinkpop extra glans geven. Het tegenovergestelde kan ook, bewijst Foo Fighters. Pinkpop wordt volgend jaar vijftig, maar van veroudering is op de festivalweide weinig te merken.

Beeld Ben Houdijk

Het is een wat wonderlijke constatering, die je op Pinkpop eigenlijk ieder jaar kunt maken. De piramidevormige opbouw is zowel de kracht van het festival als de zwakke plek. Het programma werkt iedere festivaldag met heel veel moois - of minder gelukkigs - toe naar de puntige slotakte, dat ene heel grote en steevast tweeënhalf uur durende concert op dat mammoetpodium aan de voet van de besneeuwde nepbergen van het Landgraafse Snowworld.

Is de afsluiter geweldig, zoals vrijdag bij de ontroerende memorialshow van Pearl Jam, dan was met terugwerkende kracht die hele festivaldag dat ook. Valt de slotshow tegen, zoals de dag erna bij het tergend lang opgerekte concert van Foo Fighters, dan voelt de hele voorgaande festivaldag toch wat als een verloren dag.

Wat een verschil tussen die twee optredens van bands met toch hetzelfde DNA, want beide afkomstig uit het grungetijdperk van de jaren negentig. Pearl Jam grijpt het Megaland tot ver achterin het terrein bij de oren, met een vorstelijke feelgoodshow waarbij het onmogelijk is weg te lopen. Zo’n finale, met hits als Alive en Jeremy van de eerste Pearl Jamplaat Ten, en dan de meezingafsluiter Rockin’ in the Free World van Neil Young: ja, daarmee schrijf je opnieuw geschiedenis op Pinkpop, na de legendarische show van 1992. De band heeft zo veel goede liedjes en Eddie Vedder zingt ze met zo veel ongeveinsde bezieling, dat je er 70 duizend man mee plat kunt spelen. Zoals het hoort op Pinkpop.

De Foo Fighters hebben die ijzersterke liedjes niet. Ja, ze hebben wel veel aardige en stevige rock-’n-roll-anthems met fijne en soms behoorlijk grappige refreintjes waarbij de rockvuistjes de lucht in kunnen. Maar na een uur heb je die riffs in steeds dezelfde vuige klankkleur wel gehoord. En dan denk je, ondanks de topvrolijke presentatie van zanger Dave Grohl: ontroer me nu eens, til me op voor ik de donkere nacht in ga.

Vuurbal

Vette lichtshow van de Foo Fighters, dacht Pinkpop zaterdagavond toen het echt lekker donker geworden was. Vooral die verre lichtstreep boven het podium: hoe kregen ze dat nou voor elkaar? Het bleek een door de dampkring schietend hemellichaam, en dat werd door een filmende Foo Fighters-fan vastgelegd en is inmiddels een internethit.

Dat gebeurt niet, of in ieder geval te weinig. En heel opvallend: Dave Grohl vindt het na anderhalf uur zuivere speeltijd ook wat langdradig worden. ‘Jemig, dit is een marathon’, zegt hij. Ze moeten nog een uur. Dus volgt er een half uur durend voorstelrondje van de bandleden, waarbij ook een stuk of zes covers van popklassiekers in een soort medley van de meligheid worden gezet. Van Under Pressure tot Imagine. Humor? Jawel, en Dave Grohl is écht een leuke kerel. Maar het is niet genoeg voor een hartverwarmende Pinkpopshow en dat voelt de band zelf ook. Zeker met een blik op de tweede helft van het festivalterrein, die halverwege de show veel te snel leegloopt. Dat deel van het publiek mist wel de toch nog aangrijpende, want vanuit de tenen gespeelde, toegift Times Like These. Daar hadden ze er halverwege de set meer van mogen spelen.

Pearl Jam. Beeld Ben Houdijk

Pinkpop 2018 was ook goed om een paar misverstanden mee uit de weg te ruimen. Er is de laatste jaren vaak een punt gemaakt van het verschil tussen rock aan de ene kant en dance en hiphop aan de andere. En daar makkelijk uit voortrollend: het verschil tussen oud en jong. Maar als je het afgelopen festivalweekend gewoon eens onbekommerd om je heen kijkt, dan zie je dat dat verschil helemaal niet zo gewichtig is, en eigenlijk weleens uit de Pinkpopdiscussie gehaald mag worden.

Oliver Heldens

De muziekgenres liepen op Pinkpop weer flink uiteen, zoals natuurlijk op alle breed georiënteerde popfestivals. Bijzonder was de dj-set van de Nederlandse danceheld Oliver Heldens, die vrijdag draaide vlak voor het optreden van Pearl Jam. Vreemd? Eigenlijk helemaal niet. Heldens draaide een zo aanstekelijk pompende set, dat iedereen terloops ook echt zin kreeg in Pearl Jam. Het wordt een feestje straks, was de boodschap, toen Heldens I Gotta Feeling van de Black Eyed Peas inzette: ‘Tonight’s gonna be a good night.’ Dutch dance die de slotact van Pearl Jam aanblaast. Op Pinkpop werkt dat gewoon.

Natuurlijk, Lil’ Kleine en een opwindende live-hiphopband als De Likt trekken wat jonger publiek naar de podia, net als vorig jaar Justin Bieber. Daarvoor staan die bands er ook: Pinkpop is een volksfeest en dus een festival voor gezinnen. Maar kijk eens naar het publiek bij Pearl Jam en Foo Fighters: duizenden jongens en meisjes die zelf nog geen bier mogen halen, allemaal met hun fanshirtjes aan. Mooi om te zien hoe behoorlijk wat oudere popliefhebbers na afloop uit de voorste rijen bij het jonge bandje The Script komen gewankeld. En hoe kinderen van 16 op datzelfde moment staan te dringen om erin te kunnen bij de show van Foo Fighters.

The Foo Fighters. Beeld Ben Houdijk

Als Pinkpop iets heeft aangetoond, ook met de programmering van een nieuwe popster Bruno Mars op zondag, dan is het dat al die generaties en geloofsgemeenschappen prima met elkaar een leuk festival kunnen hebben. En dat laat Ronnie Flex zondagochtend ook zien met een feestelijke, maar verraderlijk strakke show op het hoofdpodium. Wat heeft die man toch een knappe band om zich heen met geweldige percussionisten, achtergrondzangeressen en jawel: gitaren. Liedjes als Meisjes Blijven Meisjes en Fan rollen als groots over het terrein, met de lekker lijzig vibende zang van Flex, die tropische funk, reggae en calypso achter hem en een dansend veld voor zijn neus.

Ook Flex steekt de draak met de leeftijdsdiscussie. Over het lied Zusje: ‘Dit nummer heb ik geschreven in 2010. Ik weet dat er mensen in het publiek zijn die na 2010 geboren zijn.’ Wat Ronnie Flex maar zeggen wil: ‘Ik word oud mensen.’ De vinger op de zere plek.

Ronnie Flex. Beeld Daniel Cohen

Pinkpop wordt volgend jaar vijftig. Het festival veroudert, hoor je nog steeds zeggen, met steeds iconen van vroeger op de grote podia. En al die rockers. Kijk om je heen: op geen enkel Nederlands popfestival zie je een zó jong publiek, zowel in absolute als in relatieve zin. En je kunt niet volhouden dat dit publiek alleen komt voor jonge pop-, dance- en hiphopacts.

Je gunt het hele Pinkpoppubliek wel betere shows dan voorradig op zaterdag. Je wandelt in de landerige middag van JP Cooper naar Miss Montreal en dan ga je maar eens bij een magere electropop-act als Youngr kijken. Dan snak je naar een stomp in je maag, naar iets dat je hard raakt. Maar je krijgt de overschreeuwde rock zonder hitgevoel van Nothing But Thieves. Ja, dan duurt een festivaldag lang.

Gelukkig is de zondag daarmee vergeleken een lustoord. Pinkpop krijgt tot slot drie dikke headliners op rij, van Editors tot Oscar and the Wolf en natuurlijk Bruno Mars. En daar zit wéér geen oude rocker bij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden