Boekrecensie Piketty

Piketty is terug met ‘een nieuwe ideologie van gelijkheid’ ★★★★☆

Econoom Thomas Piketty (48) is terug met een vurig, vuistdik pleidooi voor een gelijkere samenleving. Niet alle voorstellen zijn even realistisch, maar zijn analyse van onze tijd is treffend en urgent.

Beeld Typex

Het is een vreemde gewaarwording in mijn handen te zitten met een boek van ruim 1.200 pagina’s dat Capital et idéologie heet. Het voelt als de wereld van gisteren, toen ik de levensraadselen dacht te kunnen oplossen door te lezen. Het boek heeft onmiskenbaar bijbelse allure door zijn gewicht, de dunne, dichtbedrukte bladzijden. In al zijn soberheid belooft het op het achterplat een weg naar een nieuwe wereld. De auteur Thomas Piketty (48) schrijft daar dat hij wil breken met het hedendaagse fatalisme en zich een nieuwe horizon verbeeldt, ‘een nieuwe ideologie van gelijkheid’ voor alle mensen.

Dat zou behoorlijk messianistisch kunnen klinken, als Piketty’s werk niet onderbouwd was met cijfers, statistieken, een ontzaglijke hoeveelheid precieze historische en economische analyses. Dit boek, schrijft hij in zijn inleiding, ‘zal heel feitelijk zijn’. Ook kenmerkt Capital et idéologie zich ondanks de overvloed aan gegevens, kennis en argumenten juist door een natuurlijke bescheidenheid. Piketty zoekt geen volgelingen maar lezers, mensen die willen (mee)denken. Zelf noemt hij zijn omvangrijke werk ‘een minuscule etappe’. En al zijn ideeën geeft hij graag voor betere, als er maar gedacht wordt over een rechtvaardiger samenleving. Zijn voorstellen vormen daartoe een bijdrage en een uitnodiging.

Wel wil hij nadrukkelijk stelling nemen tegen politieke, maatschappelijke en economische ontwikkelingen in deze tijd, die hij gevaarlijk acht: de accumulatie van vermogen bij enkelen, het politieke onvermogen en de onwil steeds diepere kloven in de samenleving te dichten, de aanval van conservatieve bewegingen op de wetenschappen, de onafhankelijke rechtspraak en de vrije media, nationalisme en populisme in verschillende verschijningsvormen. 

Thomas Piketty: Capital et idéologie Beeld Seuil

En dan zijn er nog de klimaatproblematiek en de nieuwe obsessie met het winnen van handelsoorlogen, die beide in eerste instantie de minst verdienende klassen zullen raken. In deze passages verliest Piketty iets van zijn minzame, professorale toon en dringt er soms een mespunt humor, een vleug venijn, een vonk van woede door in zijn analyses. Daar stuit de lezer niet op de wetenschapper, maar op de ideoloog die zich grote zorgen maakt over de hedendaagse ongelijkheid in de wereld, voor hem in de kern de voorafschaduwing van iets rampzaligs. Niet zonder reden verwijst Piketty meer dan eens naar de belle époque, de voor een kleine groep ‘heerlijke’ periode die voorafging aan de Eerste Wereldoorlog.

Koele klokkenluider

In Capital et idéologie stelt hij op basis van een uitzonderlijke hoeveelheid historische data en een analyse van systemen en modellen van de inrichting van een tachtigtal landen in heden en verleden, een aantal ingrijpende veranderingen voor – universeel, fiscaal, bestuurlijk, politiek. Daarmee is het een vervolg en een (veel minder westers georiënteerde) aanvulling op Le capital au XXIe siècle (2013). Een ‘eerlijke verdeling’ van kapitaal, kansen, voorzieningen (onderwijs voorop) en rechten staat daarbij centraal; hij spreekt van ‘participatief socialisme’. Je moet Piketty zorgvuldig en onbevooroordeeld lezen om te ontdekken dat hij niet de dogmaticus is, of de communist, of de radicale revolutionair die de (zogenaamde) bestaande economische orde geheel omver wil werpen, zoals veel tegenstanders beweren. Ook presenteert Piketty zich niet als ondergangsdenker; wel als een klokkenluider die koel analyseert hoe de groeiende ongelijkheid in de wereld (en de eeuwig herhaalde conservatieve rechtvaardiging van veel misstanden) een probleem zal betekenen voor een vreedzame en duurzame toekomst.

Daarmee betreedt hij een toneel van strijd dat ideologisch van aard is en dat doet hij welbewust. Vooral zijn ideeën, maar ook de weidsheid van zijn perspectief, zijn interdisciplinaire aanpak en zijn onverstoorbaarheid roepen van verschillende zijden weerstand op. Waarom schrijven socialisten altijd van die dikke, onleesbare boeken, hoor ik bepaalde tegenstanders al vragen, alsof dat voldoende reden is om er geen kennis van te nemen. Het aardige is bovendien dat Piketty’s schriftuur, voor wie zich wil inspannen, volstrekt helder is. Ik noteerde: ‘Aandachtig lezen is noodzakelijk, maar het is een boek over onze tijd. Is het dan moeilijk te lezen? Eigenlijk niet. Is het interessant? Elke zin zo ongeveer.’

Ik moet daarbij denken aan een geestigheid die ik ooit las in de spionageroman The Company van Robert Littell: ‘Omdat je aan Yale hebt gestudeerd, zal ik het je heel langzaam uitleggen.’ Piketty spreekt nadrukkelijk de financiële en politieke elite toe en wijst vermogenden en politici op hun verantwoordelijkheid, maar evenzeer wijst hij de intellectuele elite erop zich niet te vervreemden van hedendaagse ontwikkelingen. Dat deze beide elites de laatste tijd steeds vijandiger tegenover elkaar staan, zoals we zien in landen met populistische tendensen, compliceert de toch al urgente situatie alleen maar.

Net als in zijn eerdere werk Le capital au XXIe siècle, dat hem in allerlei landen een cultstatus verschafte, toont Piketty zich graag literair geïnspireerd (hij citeert Balzac en Austen, Fuentes en Adichie). In die passages dringt ook iets door van Stefan Zweigs Die Welt von Gestern (1942) die de wereld van vandaag is, op een breukvlak in de tijd. De menselijke waarden, moreel besef, vooruitgang voor onze kinderen: alles staat onder druk en komt niet vanzelf, zal bevochten moeten worden. Hoe dor het boek er ook uitziet, het is een vurig pleidooi. Leren van de geschiedenis, ook van alle fouten uit de 20ste eeuw – Piketty wijst met nadruk op ‘het communistische experiment’ –, is daarbij het steeds weerkerende adagium.

Is er dan niets aan te merken op Capital et idéologie? Zelf noteerde ik bij allerlei voorstellen ‘naïef’, ‘idyllisch’, ‘niet realistisch’. Dit geldt zowel fiscale als politiek-bestuurlijke voorstellen over bijvoorbeeld de inrichting van Europa en de bestuurlijke verhouding met andere werelddelen. Ook verwijst Piketty herhaaldelijk naar succesvolle sociaal-democratische modellen (het Zweedse en Rijnlandse), waarop wel iets is aan te merken. In de lang uitgesponnen conclusie noemt hij zijn voorstellen in een aantal gevallen zelf overigens ook ‘fragiel’ en ‘idyllisch’, maar daarmee slaat hij zijn critici en tegenstanders de wapens niet volledig uit handen.

Treffend en urgent

Uit een stevig fundament van onderzoek en wetenschap, de bijdrage van een honderdtal collega-onderzoekers uit de hele wereld, rijst een bouwwerk op dat deels concreet en inspirerend, deels visionair en droomachtig is. Dat maakt zijn analyses van onze tijd niet minder treffend en urgent. En geen weldenkend en welwillend mens kan zich onttrekken aan de verantwoordelijkheid mee te denken om tot noodzakelijke aanpassingen te komen.

Piketty maakt intussen school, zoals blijkt uit recente voorstellen van de Democratische presidentskandidaten Elizabeth Warren en Bernie Sanders in de VS. Sinds 1980 en zeker sinds de belastingverlagingen onder Trump zijn de inkomensongelijkheid en de vermogenskloof in de VS enorm toegenomen. Als reactie stellen deze kandidaten in lijn met Piketty vermogensbelastingen voor die tienduizenden huishoudens betreffen en over tien jaar biljoenen dollars moeten opleveren, in te zetten voor Medicare, kinderopvang en bredere toegang tot hoogwaardig onderwijs. 

Los van de wenselijkheid van zo’n belasting voor de superrijken en grote bedrijven en de (on)redelijkheid van de genoemde percentages zijn de reacties uit het Republikeinse kamp veelzeggend. Men wijst erop dat zulke maatregelen de economische groei zouden ondergraven – Piketty laat in Capital et idéologie zien dat dit historisch gezien niet vanzelfsprekend een gevolg is en ook juist innovatie kan bevorderen. Ook stelt men dat rijken zich zullen wapenen met advocaten, dat zij al ruimhartig geven aan liefdadigheid en hun geld niet aan de staat toevertrouwen, dat er talrijke scheidingen zullen komen om vermogens te scheiden.

Het zijn argumenten en afleidingsmanoeuvres van alle tijden, toont Piketty aan. Het verontrustendst is het gebrek aan vertrouwen in de staat en de overheid dat uit deze ‘argumentatie’ spreekt. Als dat al niet kan worden gerealiseerd, hoe dan te werken aan de transnationale structuur die Piketty voor zich ziet, die gelijkheid, transparantie en een duurzame toekomst moet garanderen? Werk in eeuwige uitvoering.

Thomas Piketty: Capital et idéologie 

Seuil; 1.232 pagina’s; € 25. De Nederlandse vertaling verschijnt begin 2020 bij De Geus.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden