Nieuwsnederlands film festival

Pijpje pils en wat nootjes op een donker en druilerig parkeerterrein: de festivalbeleving anno 2020

In Utrecht is vrijdagavond het Nederlands Film Festival van start gegaan. Het was, eh, anders dan anders. Maar de minister probeerde de moed erin te houden.

Het Gouden Kalf in Utrecht.Beeld ANP

En dan plaatst regisseur Niels van Koevorden (36) demonstratief een schaaltje leverworst én een schaaltje kaasblokjes - oer-Hollands borrelassortiment - naast de voeten van zijn Belgische vriendin, de regisseur Sabine Lubbe Bakker (42), pal na de première van Kom hier dat ik u kus

Het tweetal staat zaterdagavond voor het reusachtige doek in het ruime Utrechtse Kinepolis-theater, mede omwille van de coronabestendige inrichting dit jaar hoofdlocatie van het Nederlands Film Festival. Zojuist klapte en joelde het publiek voor hun invoelende en opsmukvrije verfilming van Griet Op de Beecks Vlaamse bestseller, waarin de timide dramaturg Mona zich verwurgd ziet door de giftige relaties in haar leven. Wat volgt na het applaus is geen borrelsketch, ‘en ook geen huwelijksaanzoek’, stelt Van Koevorden z’n ietwat verbaasd ogende partner Lubbe Bakker gerust, sprekend in zijn microfoon. Het blijkt een geestig en zoet exposé over hun eerste ontmoeting, tien jaar eerder op ditzelfde Nederlands Film Festival, aan de bar na afloop van een film, ‘tussen de leverworst en kaasblokjes’. Over hoe ze aan de praat raakten toen; ook de in Tiel geboren Van Koevorden kende een Vlaamse jeugd. En hoe dat prille filmfestivalcontact zich voortzette in de liefde, en dat arbeidspact. Samen regisseerden ze Ne me quitte pas, hun voortreffelijke documentaire over een door drank en tegenslag getekende Waals-Vlaamse mannenvriendschap. Die film werd in 2014 met het Gouden Kalf bekroond en op diverse internationale festivals vertoond.

Zonder er erg in te hebben, benoemt regisseur Van Koevorden zo ook wat deze 40ste editie van het Nederlands Film Festival anders maakt dan alle eerdere. Er ís helemaal geen bar of nazit, vanwege het virus. Dit jaar is de kans op zo’n toevallige ontmoeting die levens en carrières veranderen, voor jonge filmmakers te Utrecht vrijwel nihil. Het festival kan vanwege de veiligheidsrisico’s even geen (fysieke) broedplaats zijn, het staat in de overlevingsstand. Na afloop van de vertoningen, ook de premières, worden de bezoekers via een eenrichtingsroute zo vlot mogelijk naar buiten geloodst. Daar, op het asfalt voor het Kinepolis-theater, proberen twee handjes vol genodigden er vrijdagavond nog het beste van te maken, met behulp van de na de openingsfilm Buladó van regisseur Eché Janga verstrekte borrelboxen (niet binnen consumeren!). 

Pijpje pils en wat nootjes op een donker en druilerig parkeerterrein: de festivalbeleving anno 2020. 

Ook buiten, vóór de bioscoop, dienen de regels gehandhaafd. ‘De minister kom zo naar buiten’, waarschuwt een beveiliger in regenjas, ‘dus let allemaal op die anderhalve meter.’ Ingrid van Engelshoven passeert en knikt vriendelijk; ze toog niet naar Utrecht om bekeuringen uit te delen. In haar opbeurende speech richtte de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zich voorafgaand aan het Curaçaose drama Buladó tot de aanwezige filmmakers in de zaal. Ja, die leven voorlopig nog in onzekere tijden, ‘maar laat dat alstublieft geen vat krijgen op uw creativiteit’.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden