Familiefilm

Pietje Bell

Een vervelend ADHD-kind

Vroeger waren kinderen lastig. Of gewoon oervervelend. Ze kregen bij kattenkwaad dan ook een tik, of er volgde een heuse straf. Kolen scheppen, de afwas doen - dat werk.


Verleden tijd, allemaal. Een moderne ouder overlegt met het nageslacht. Als een kind daarop niet reageert, dan wordt al snel, zij het voorzichtig, de gedragsziekte ADHD in de mond genomen. Een vervelend kind is in deze tijd een kind dat pillen moet slikken.



Pietje Bell, de kwajongen uit de boekenserie van Chris van Abkoude (1880-1960), is in de filmversie van Maria Peters zo'n modern lastig kind. Het is een goed joch, Pietje, maar hij kan het niet laten om keet te schoppen.



Zijn vader (Felix Strategier) vindt het allemaal schitterend. Als hij Pietje ziet binnenkomen, met vragende ogen, begint hij steevast te lachen. Die malle Pietje, toch!



Pietje Bell is een film tussen twee werelden. Het verhaal speelt zich af in de tijd dat schoolmeesters nog streng waren en middenstanders nare vrekken. Maar Pietje zelf is een kind van deze tijd, wat vooral komt door zijn vlotte, kakkineuze dictie. Hij praat als een skater uit de Amsterdamse grachtengordel.



De belhamel Pietje Bell krijgt in de film alle ruimte om te keer te gaan, omdat Pietje Bell in de eerste plaats een komedie is die het publiek wil kietelen. Meer nog dan Kruimeltje, de eerste Chris van Abkoude-verfilming van Peters, die 1,3 miljoen bezoekers trok.



Pietje gooit inkt over het hoofd van een schoolmeester, hij steekt met een vuurpijl een zelfgebouwd circus in de fik, en zijn tante Cato is nog niet binnen of hij probeert met een ijzerdraad hardhandig de pukkel op haar neus los te trekken.



Waar Kruimeltje aangenaam steunde op nostalgie, gokt Pietje Bell meer op het serieuze conflict tussen goed en kwaad. De film wil laten zien dat goed- en kwaadaardig moeilijke begrippen zijn. Hoe slecht is het vriendje dat verraad pleegt als blijkt dat zijn vader een moordzuchtige gek is?



Anders dan in Kruimeltje valt ditmaal niet alles op een prettige manier samen. Het scenario sleept nogal, zeker in het begin, en de casting, gedaan door Job Gosschalk, is onbevredigend: zo doet Rick Engelkes, de vader van Kruimeltje, opnieuw mee, als krantenbaas ditmaal. Wel zo herkenbaar misschien, maar Engelkes mist de hardheid die een nieuwsjager doet vergeten dat Pietje een jochie is, en geen marketing tool om zijn dagblad te redden.



Katja Herbers - zij speelt het zusje van Pietje - is beter op dreef, al doet ze verdacht veel denken aan een jongere versie van Thekla Reuten, die de moeder in Kruimeltje speelde.



De ouders van Pietje, gespeeld door Felix Strategier en Angela Groothuizen, zijn ongelukkig gekozen. Strategiers personage blijft steken in optimisme, terwijl Groothuizen niets anders doet dan berusten in haar situatie. Wel goed is, ondanks zijn bijdehante uitspraak, Quinten Schram (de zoon van de regisseur) als Pietje; op zijn gezicht sluiten brutaliteit en onschuld een geloofwaardig pact.



De spelregie van Peters is op stereotyperingen gericht. De acteurs mogen helemaal uit hun bol gaan (Stijn Westenend staat het schuim geregeld op de mond), wat de film vermaalt tot een langdradige klucht.



Dat is teleurstellend, na de uitgebalanceerde regie van Kruimeltje, al is een succes daarmee nog niet uitgesloten; distributeur Buena Vista brengt de film zondag uit op 125 doeken en gokt daarmee opnieuw op een toeloop van een massapubliek.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden