Pieter Broertjes

Hoofdredacteur van de Volkskrant moet wel een prachtige baan zijn. Joop Lücker (1945-1964), Jan van der Pluijm (1964-1982) en Harry Lockefeer (1982-1995) waren niet weg te branden en ook Pieter Broertjes (vanaf 1995) leek van plan te zijn minstens de kwarteeuw vol te maken....

Zoals hij in 2008 in een lezersinterview in de Volkskrant zei: ‘Ik vind het de leukste baan van Nederland.’

Het is natuurlijk mooi als je de leukste baan van Nederland hebt, maar ook moeilijk. Want het betekent dat je op zeker moment afscheid moet nemen van de leukste baan van Nederland en wat dan? Het hoogst haalbare is de op één na leukste baan van Nederland. Stel dat je weet welke baan dat is, dan moet je hem eerst nog maar eens zien te bemachtigen en dan nog blijft het altijd second best.

Wat maakt het hoofdredacteurschap van een krant zo leuk, dat je na dertien jaar geploeter en slaapgebrek nóg met droge ogen beweert dat je de leukste baan van Nederland hebt?

Ik denk dit: in de journalistiek vind je de prachtige en tamelijk zeldzame combinatie van bloedige ernst en vrolijke luchthartigheid, in een milieu waarin de baas zich nog de aanvoerder van een Gideonsbende kan wanen, de eerste onder zijn gelijken – een zooitje ongeregeld. Dat laatste is geen diskwalificatie, maar een voorwaarde. Georganiseerde anarchie is het kenmerk van de goede krantenredactie. Daaraan leiding geven vereist een persoonlijkheidsstructuur, waarin organisatietalent en laat-maar-waaien zijn verenigd. Dat was zo, bij Pieter Broertjes.

Niet voor niets was de koninklijke pierewaaier Prins Bernhard zijn held. Broertjes ging zelfs zover de Prins zijn vader te noemen, een onbeschaamdheid die hem ten paleize tot persona non grata maakte – de koningin had graag een broer gehad, maar geen Broertjes.

In de journalistiek kun je altijd een kwajongen blijven. Lekker belletjetrekken en daar dan heel belangrijk over doen – dat je waakhond der democratie bent en koningin der aarde.

Dat bleek bij Broertjes’ opus magnum, de serie geheime interviews met de Prins die werden gepubliceerd na diens overlijden in 2004. Pieter Broertjes wees, samen met zijn compaan Jan Tromp, op het grote historische belang van een en ander, maar onder het vrome factotum school de schelm.

Broertjes voldeed aan nóg een belangrijke voorwaarde: een aanleg voor masochisme. De moderne hoofdredacteur moet kunnen genieten van spot en kritiek en opleven onder hoon.

Nog onlangs was hij de gebeten hond in een boekje van de hoogbejaarde cursiefjesschrijver van een jongerenkrant. Die verweet hem dat hij geen goed antwoord had gehad op de problemen waarin kranten vanaf 1995 kwamen te verkeren – problemen die kortweg konden worden toegeschreven aan de opkomst van internet en die élke hoofdredacteur ter wereld grijze haren bezorgde.

Dat was Broertjes’ noodlot: dat hij aantrad toen de storm opstak. En aangezien ook hij Jezus niet bleek te zijn, kon hij de wind niet bevelen te gaan liggen. Het stormt nog steeds.

Zelf vindt hij het zijn grootste prestatie de Volkskrant te hebben ‘bevrijd van linkse dogma’s’. Maar tijdgeest en een nieuwe generatie journalisten hadden ook zonder Broertjes hun werk wel gedaan. Wat hij op zijn conduitestaat mag bijschrijven, is dat de Volkskrant van 2010 een veel betere en veel leukere krant is dan die van 1995. Dat is een grote prestatie.

Gisteren kondigde hij zijn afscheid aan. Er vloeiden geen tranen op de redactie. We hadden het een beetje verwacht en misschien was het zijn tijd. Er was wel een langdurig applaus.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden