Pieter Broertjes

Lezers stellen vragen aan de hoofdredacteur van de Volkskrant.

Redactie: Malou van Hintum

Hoe ziet u de toekomst van de papieren Volkskrant nu de nieuwe media steeds verder oprukken? (Jos van Rijn, Utrecht)
‘Internet is een feit, daarop moeten we als Volkskrant-merk sterk zijn. Zodat we daar geld kunnen verdienen, maar ook aanwezig zijn als informatiedrager. Als de Volkskrant zich terugtrekt op het papieren segment, worden we een krant van vijftigers. Eigenlijk is dat nu al zo. Om de krant nog eens 85jaar te laten voortbestaan, zijn ook andere informatiedragers nodig, zoals mobiele telefonie. Dat wordt hét middel voor nieuws en advertenties.

‘Nu kun je elke dag om 16 uur VK nieuws krijgen op je 06, maar dat moet 24 uur per dag worden. En de televisie moet er ook bij. Die sprong naar multimediale beleving is noodzakelijk willen we economisch gezond en journalistiek vitaal blijven.’

Blijft de papieren krant dan nog wel de uw core business? ‘Voor over tien, vijftien jaar weet ik het niet, maar de komende jaren is print de journalistieke én economische drager van dat hele proces. Maar je moet wel al die serres aan je huis bouwen, anders hou je geen uitzicht. Uiteindelijk worden we een multimediale informatiefabriek onder het label de Volkskrant.’

Intussen begrijpen de adverteerders heel goed dat ze meer eisen kunnen stellen. ‘Dat doen ze ook. Soms zie je advertenties oprukken op pagina’s waarvan je denkt: kan dat niet wat minder?’

En dus? ‘Als je de Volkskrant wilt blijven lezen, moeten we wel ergens geld mee verdienen. En dat wordt er niet makkelijker op. Van zowel de redactie als de afdeling marketing wordt veel meer inventiviteit en initiatief gevraagd dan vroeger. Daarom is het goed dat ze in specifieke onderdelen van de krant nauw samenwerken, zoals bij Volkskrant Banen het geval is.

‘Maar bij nieuws werken we absoluut niet zo. Nieuws is van ons, onze redactionele onafhankelijkheid zit in ons hoofd verankerd.’

CV
1952 - geboren in Den Haag
1979 - doctoraal sociologie Rijksuniversiteit Utrecht
1979 - redacteur de Volkskrant
1987 - chef sociaal- economische redactie
1995 - hoofdredacteur
2004 - publicatie De prins spreekt
2006 - bijzonder lector ‘Uitgeven van kranten’ Hogeschool Utrecht
2007 - voorzitter World Press Photo
]]>

Ik heb twee goed opgeleide kinderen die geen enkele belangstelling hebben voor de Volkskrant. Hoe denkt u in de toekomst de oplage van de krant op peil te houden als de lezers vergrijzen en wegvallen? (Paula Groenendijk, Leiden)

‘Het spelletje om de jonge lezers is ons tot nu toe niet gelukt.’ nrc.next wel. Daar was u destijds sceptisch over. ‘Ik wilde niet nóg een concurrent op de ochtendmarkt. NRC Handelsblad verschijnt ’smiddags; die kon daarom in de ochtend zo’n alternatief maken. Wij als ochtendkrant niet. Dan ga je jezelf rechtstreeks aanvallen.’

Dat doet u nu met DAG. En dat is nog gratis ook. ‘Het ontstaan van gratis kranten is de grootste stille revolutie die in krantenland heeft plaatsgevonden. Toen ze kwamen, dachten we aanvankelijk: als wij daar kwaliteit tegenover stellen, lopen we geen gevaar. Maar daarmee alleen redden we het niet. Want gratis kranten pikken advertentieruimte en lezers in. Samen hebben ze al 65 miljoen aan advertentie-inkomsten die eerst bij de betaalde kranten terechtkwamen, en dagelijks zo’n twee miljoen lezers. Daar willen wij ook een graantje van meepikken.

‘In 1998 bereikte de Volkskrant bijna 8procent van de mensen jonger dan dertig, in 2007 was dat amper 5procent. Dat gat zou DAG kunnen vullen. Dát is dan ons antwoord op nrc.next. Bovendien, als DAG een profijtelijk product wordt, plukken wij daar de vruchten van. Niet de concurrent.’

De Volkskrant-oplage op peil houden zit er dus niet in. U doet vooral aan damage control. ‘Ja.’ Door dagelijks artikelen door te plaatsen van de Volkskrant naar DAG? Zo graaf je je eigen graf. ‘Of je versterkt je positie als geheel. Artikelen worden met mate en onder strikte voorwaarden overgenomen. Bovendien is DAG een ander soort krant, voor een ander publiek.

‘Als we niet door DAG worden beconcurreerd, dan wel door Metro of De Pers. Als de gratis krant een definitieve positie op de Nederlandse markt krijgt – en daar lijkt het wel op – dan heb ik graag een speler op die markt die journalistiek met ons te maken heeft en ons uiteindelijk financieel wat oplevert.’

Wordt het niet tijd dat de krant op tabloidformaat verschijnt? (Cees van Drie, Hoofddorp)
‘Tabloid vinden we niet journalistiek genoeg. Je kunt je voorpagina niet die urgentie meegeven die ik wil. Kijk maar naar Trouw, AD of Het Parool. Als wij een grote primeur hebben, staat die als een huis. Wij gaan hopelijk in 2010 over op Berliner-formaat, dat zit ertussenin. Dan kun je op de voorpagina artikelen en advertenties kwijt, en je kunt ook nog steeds prachtige spreads en katernen maken.

‘In de toekomst wil ik een krant die én compact is én compleet. Waarin elke dag het hele aanbod zit: een boekrecensie, een filmrecensie, een recept – alles wat mensen in 24 uur nodig hebben. Dat doen we nu nog te gefragmenteerd: op maandag veel sport, op donderdag het hele culturele pakket, op vrijdag alle boeken, op zaterdag word je bedolven onder de katernen. Dat is interessant, maar dat is soms ook huiswerk. Het Berliner-formaat kan heel goed helpen om zo’n vernieuwde krant te maken. Een krant die meer in balans is.’

Wordt de journalistiek niet te vluchtig? Zou de papieren krant zich niet meer moeten concentreren op onderzoeksjournalistiek? (Jan Atze Nicolai, Leeuwarden)
‘Dat doen we ook. We hebben zes onderzoeksjournalisten die de afgelopen tijd mooie resultaten hebben geboekt. Ik noem: de ranglijst van verpleeghuizen. De topinkomens, al 25 jaar een serieus onderzoeksproject. De bouwfraude hebben we destijds mede op de kaart gezet. We hebben internetapotheken onderzocht, en aangetoond dat ze soms een gevaar voor de gezondheid zijn. Nu zijn we bezig met het vastgoed, de Zuid-as, die niet vrij lijkt van corruptie.

‘We willen een krant zijn met twee snelheden: snel en goed het dagelijks nieuws brengen, in print én online, en ook tijd steken in eigen onderzoek, eigen onderwerpen. Dat levert eigen nieuws op, waar de nieuwe media dankbaar op meeliften. Er zijn nog maar weinig kranten die dat kunnen, maar daar zal wél altijd behoefte aan blijven bestaan. De Volkskrant-redactie is goed in zulke kwaliteitsjournalistiek. Om dat te kunnen doen, moet er wel geld verdiend worden.’

Kunt u iets doen tegen de verrechtsing van de Volkskrant? (Frank Houtman, Purmerend)
‘Als we te veel over Wouter Bos schrijven, zijn we een PvdA-krant, en als we de PvdA kritisch attaqueren, zeggen mensen geëmotioneerd: ‘Blijf met je poten van mijn PvdA af’. We hebben nu eenmaal een getroebleerde relatie met linkse instituties. Maar ik vind dat wij op een heel adequate manier centrum-links in de samenleving bedienen.’ Bijvoorbeeld? ‘Door onze themakeuzes. We blijven de inkomensverschillen aan de orde stellen die onaanvaardbaar zijn. We kijken naar slechte werkomstandigheden en de beroerde manier waarop sommige mensen moeten leven, zoals in verpleeghuizen. Dat zijn typische Volkskrant-onderwerpen.’

Allemaal binnenlandse thema’s. De verrechtsing wordt ook wel gezien bij buitenlandcommentaren. Steun aan de oorlog in Irak, commentaren en columnisten die heel atlantisch georiënteerd zijn. ‘Voor de duidelijkheid: de Volkskrant was tegen de Irak-oorlog. En in de traditie van de Volkskrant kijken we nog altijd naar emancipatoire onderwerpen: homoseksualiteit, vrouwenrechten. Maar ik heb de Volkskrant wél bevrijd van linkse dogma’s. Daar hadden we vroeger veel last van, waardoor we een voorspelbare krant waren. En ook een saaiere krant.’

Bent u in uw ijver om het linkse keurslijf af te schudden niet te veel doorgeslagen naar de andere kant? ‘Nee, het evenwicht is voldoende aanwezig. In de Volkskrant kun je opinies vinden waar je, als je links bent angehaucht, je mening aan kunt scherpen. Bovendien hebben we Marcel van Dam. Echt rechts rabiate columnisten hebben we niet.

‘Gooi ’m maar een keer in de hoek als je het er niet mee eens bent. Bevrijd jezelf van je vooringenomenheid, laat je verrassen door andere meningen. We hebben een veel gevarieerdere redactie dan vijftien jaar geleden, dat is alleen maar winst. Elkaar napraten vind ik niet spannend.’

U neemt als hoofdredacteur afstand van Geert Wilders, maar geeft hem wel alle ruimte op de opiniepagina’s. Is dat met het oog op de losse verkoop? (Aart van Vliet, Amsterdam)
‘Wilders is een serieuze stem in de samenleving en heeft negen zetels in de Tweede Kamer. Hij pakt onderwerpen op die traditionele partijen laten liggen, zoals onrust in de samenleving over bepaalde thema’s. Daar kunnen wij ons voordeel mee doen. Bovendien, als je veel aandacht aan Wilders geeft, ben je niet automatisch rechts. Dat vind ik zo kinderlijk.’

Het gaat om de manier waarop, maar ook in verhouding tot de rest. Minister Vogelaar zou ook zulke grote stukken mogen schrijven in de Volkskrant? ‘We proberen al een half jaar een interview met Ella Vogelaar te krijgen; dat lukt almaar niet. De aandacht die we aan Wilders geven, wordt overdreven. Zoals VU-onderzoeker André Krouwel doet, die de berichtgeving naar Wilders heeft onderzocht. Hij telt alleen kolommetjes en maakt geen inhoudsanalyse.’

Toch is het opmerkelijk dat de Volkskrant volgens verschillende onderzoeken meer aandacht besteedt aan Wilders dan andere dagbladen. ‘Dan heb je het over de film Fitna. Met de kennis achteraf kun je zeggen dat we misschien bepaalde verhalen die we toen uit voorzorg hebben geschreven, beter niet hadden kunnen publiceren. Dat was misschien wel een beetje te veel. We waren overigens wel de eerste krant die berichtte over de nuchtere reacties van Nederlandse moslims.’

Waarom is de Volkskrant geen onderzoek begonnen naar de Nederlandse steun voor de oorlog in Irak toen de politiek dat naliet? (Hein van Meeteren, Amsterdam)
‘Er loopt al bijna anderhalf jaar namens de Volkskrant een WOB- procedure waarin we vragen om interne stukken van Buitenlandse Zaken. Op de uitspraak wachten we nog.’

U bent bijna de eeuwige Volkskrant-man. Wat drijft u ertoe zoveel jaren bij dezelfde krant te blijven? (Arjen Scholte, Assen)
‘Het is een bijzondere uitkijkpost voor nieuwe ontwikkelingen. Je kunt je overal mee bemoeien, je kunt met iedereen praten. En ik heb een pakket dat ik erg leuk vind. Ik geef ook les aan de Utrechtse Hogeschool en ben voorzitter van World Press Photo. Er moet wel erg veel tegenover staan wil ik dat opgeven.’

Er gaan geregeld geruchten. ‘Ik heb zelf nooit gehengeld naar iets anders. Ik hou van het hoofdredacteurschap, en ik hou van de redactie. Ik ben hier opgegroeid, ik werk hier al vanaf 1979. Wat echt uniek is aan deze baan, is dat je én heel inhoudelijk bezig bent én heel strategisch. Ik vind het de leukste baan van Nederland.’

Pieter Broertjes (ANP) Beeld
Pieter Broertjes (ANP)

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden