Pierre Kartner: ‘Je kunt erom lachen, maar het is ernstig’

‘Het arrangement van Sha-la-lie is prachtig, maar dat horen ze niet, die gekken.

Is het etenstijd, dan gaat Pierre Kartner naar beneden. De rest van de tijd zit hij meestal boven, op z’n werkkamer, achter het keyboard, de schildersezel of – steeds vaker, de laatste tijd – de computer. ‘Ik analyseer álles wat er op internet over me wordt gezegd. Heel vermakelijk. Het is een soort hobby.’

Zondag is het zover: dan vindt het nu al omstreden Nationaal Songfestival plaats, voor het eerst onder de hoede van de TROS, waar vijf artiesten het door Kartner geschreven Ik ben verliefd (Sha-la-lie) ten gehore zullen brengen. Tegen de ‘verloedering van het songfestival’ werd een handtekeningenactie opgezet. Het liedje zou kansloos zijn, de TROS slechts uit op het behagen van de eigen achterban.

Kartner, opgewekt: ‘Het arrangement van Sha-la-lie is prachtig, maar dat horen ze niet, die gekken. Het is ernstig hoor. Je kunt erom lachen, maar het is ernstig.’

U kijkt er vrolijk bij.

‘Oh ja, ik vind het heerlijk. Ik schrijf er zo weer een nieuw liedje over. In Nederland heeft men het oordeel al klaar. Als je eenmaal iets voor Hannie en de Rekels hebt geschreven, heb je het IQ van een deusje. Dan kun je alleen maar praten over voetbal en het weer. Terwijl ik dit gesprek zo in het Frans voort zou kunnen zetten, als je dat wilt.’

Liever niet.

‘Dat wordt niet gedacht van Vader Abraham. Zo gaat het ook bij het Songfestival. Vinden ze dat ik niet gevraagd had mogen worden. Het zijn vooral vakgenoten die dat zeggen, die zélf het liedje hadden willen schrijven. Of wij een modderfiguur slaan in Oslo, interesseert ze geen ene moer. Maar ik ben 74 en heb een volle agenda, zij zullen wel werkloos thuis zitten. Zielig.’

Waarom zei u ja tegen de TROS?

‘Ik kan nog geen schilderij ophangen, maar ik kan wél een liedje schrijven. Waarom zou een componist nee zeggen tegen het Eurovisie Songfestival?’

U zou kunnen denken: ik ben 74, ik hoef niet meer zo nodig.

‘Hoe oud ben jij?’

27.

‘Als jij morgen de pijp uit gaat, ben je vandaag ouder dan ik. Ik schrijf nummers voor Christoff, die is 22. Denk je dat hij zegt: Pierre, je bent 74, ik wil geen liedje van je? Waarom zou een schilder stoppen? Waarom zou Aznavour stoppen? We moeten weer rond gaan denken. De natuur is rond. Alles wat de mens maakt, is vierkant. We moeten weer naar blaadjes kijken. Naar een koe, die naar je toe komt lopen als je langs de wei staat met je fiets. Een koe is rond. Mensen zijn rond. En leeftijd is onbelangrijk. Als ik zou stoppen, zou ik eerder dood zijn. Omdat ik houd van wat ik doe.’

Waar gaat Sha-la-lie over?

‘Het is een klein, lief liedje, met een grote boodschap: dat wij weer rónd moeten gaan denken. Dat we weer moeten gaan praten met elkaar. Het duurt drie minuten, maar het is een film. Ik heb het in twee uur geschreven, ja. Daarna heb ik er nog twee dagen op zitten studeren. Ik had ook een slimme tekst kunnen maken, die door Neerlandici wordt gewaardeerd – dat kan ik, hoor! Ik heb er platen vol van, maar die heb jij niet, hè?’

]]>

Heeft u voor het Songfestival meer liedjes geschreven?

‘Twee liedjes. Het andere liedje, Vaya con dios, heb ik niet ingestuurd. (Hij pakt een velletje papier en leest voor.) Er zaten op mijn klein balkon, twee vlinders in de zomerzon. De één was wit, de ander zwart. Verschillend aan de buitenkant, maar met hetzelfde hart... Dit is wél mooi hè? Dit is mooi.’

Waarom is het gesneuveld? Vond u Sha-la-lie mooier?

‘Nu ik het zo weer lees... Nee, Sha-la-lie is niet mooier. Dit is mooier. Maar Sha-la-lie heeft meer kans op succes. Door dat knullige refrein. Ik moet door die halve finale komen, dat is mijn opdracht.’

En als het niet lukt?

‘Dan incasseer ik die nederlaag zoals Erben Wennemars. En zit ik de volgende dag weer te pingelen. Vijf artiesten gaan dit nummer zingen op het Nationaal Songfestival. Misschien ken je het liedje straks niet meer terug. Het liefst zou ik het met één gitaar zien, dan voel ik het meest. Ik zie wel een meisje voor me, met gewoon een mooi jurkje aan. Gewóón. Misschien zullen de mensen dan zeggen: shalalie, shalala, wat leuk eigenlijk.’

Gaat u zelf naar Oslo?

‘Ja. Weet je wat mij leuk lijkt? Dat we vlak voor we aan de beurt zijn, een paar honderd Vader Abraham-bolhoedjes uitdelen aan het publiek. De TROS moet dat doen, vind ik.’

Dan wordt het wel opeens een Vader Abraham-lied.

‘Elke componist in Europa kent Pierre Kartner. Dat is een paar puntjes voordeel, en dat weet de TROS ook. Ik heb er ook over gedacht om het liedje op piano te begeleiden, als Vader, maar die druk wordt te groot. Dan ben ik toch 74. Dat zou ik niet meer willen.’

Waarom bent u gevraagd, denkt u?

‘Bij de TROS weten ze heus wel dat ik niet alleen Uche Uche heb geschreven. Ik weet hoe die buitenlandse markt in elkaar steekt. Maar ik wist van tevoren: als ze mij dat liedje laten schrijven, krijgen ze een lading ellende over zich heen. Want er is een grote groep die denkt: met carnaval doet-ie een hoedje op, en voor het geld schudt-ie nog een paar van die deusliedjes voor Grad Damen of Hannie en de Rekels uit z’n mouw. Maar vanavond heb ik hoofdpijn, Manuela – dat soort liedjes. Maar er is veel meer.’

U bent toch vooral bekend van de liedjes die u opnoemt, de Smurfen...

‘Dat is mijn probleem niet.’

Vindt u het jammer?

‘Ja, want ik heb twintig albums gemaakt die in de trant liggen van Boudewijn de Groot. Waar ik dagen en weken aan heb gezeten. Het grote publiek weet niet dat ik op de koffie kwam bij Peter Alexander, aan het meer van Genève, in een kasteel. Dan denk ik: wat vreemd. Dat Nederland denkt dat ik alleen maar bezig was met Hannie en de Rekels.’

Heeft u spijt van de Smurfen?

‘Nee, oh nee. Bepaalde kenners van de muziek, en dan bedoelen ze dat lalala, noemen me Haydn. Die tertsen in ’t Smurfenlied: lala lalalalalala lala, zo zou Haydn óók schrijven, zeggen ze dan. Dat noem ik een compliment. Dan kom je bij Anton Heyboer, die toen nog niet dood was, en die zegt: ik denk dat Pierre een reïncarnatie van Haydn is. Neem dus maar van mij aan dat ik al die grapjassen en critici voor lief neem.’

]]>

Kartner is de meest succesvolle artiest uit de geschiedenis van de Nederlandse top 40 – hij scoorde meer hits dan Michael Jackson. Hij is eveneens de meest vertaalde Nederlandse componist, dankzij ’t Smurfenlied en Het kleine café aan de haven, beide in vele uitvoeringen verschenen. Het zat er al vroeg in, zegt Kartner. Toen hij 8 jaar was won hij zijn eerste talentenjacht, met het nummer Ik wou dat ik een krekel was.

Toch bent u eerst nog tien jaar banketbakker geweest.

‘Broodbakker, zelfs. Een heel moeilijk vak. Maar ik heb ook de banketbakkerij onder de knie gekregen. Overdag werkte ik, ’s avonds studeerde ik aan de kunstacademie. Nou, dan ga je in een bandje. Dan raak je getrouwd, dan ga je mooie liedjes maken. En dan lukt het niet goed, financieel.’

Moeilijke jaren.

‘Kommer en kwel. Je hebt geen stuiver. Ik was getrouwd met een kind en woonde bij mijn ouders boven.’

U hebt in die tijd vreemde platen gemaakt: als Lord Wanhoop en Duo Venus en Penis.

‘Jaha, pikante platen. Om den brode. Als je het nu hoort, is het lachen. Maar toen was dat behoorlijk. De tijdgeest is wel veranderd. Op een gegeven moment stond Corrie Konings voor de deur – dat is de doorbraak geweest.’

En toen werd u Vader Abraham.

‘Dat was toeval. Ik had een carnavalsliedje gemaakt: Vader Abraham had zeven zonen. Dat zong ik als Pierre Kartner. Ik zag er uit als een leraar Duits.’

Te gewoon?

‘Ik moest wat aan mezelf doen, dus heb ik me Vader Abraham genoemd en een bolhoed opgezet. Ik had alleen een sik, dus is de baard opgeplakt. Later, toen ik wel een baard had, spoot ik ’m grijs. Als ik die feestliedjes zing, sta ik er nog steeds als een pilaar bij. Maar dat geeft niet, omdat mijn woorden sprankelen. Ik ben een anti-ster, ik maak poëzie voor de massa.’

Wat vindt uw vrouw ervan, dat u nog steeds zo veel optreedt?

‘Soms zegt ze: ga je weer? Dan moet ik bijvoorbeeld naar Oostende, met de auto. Dan wijst ze met haar vinger naar haar hoofd. En als ik daar loop, op zo’n plein met een tros mensen achter me aan, denk ik wel eens: wat ben ik in godsnaam aan het doen? Had ik niet met mijn vrouw op een terrasje mosseltjes moeten eten?’

Maar u staat daar wel, op dat plein.

‘Mosseltjes eten doe ik ook, maar op een ander moment. En als de zon weer een beetje warmer wordt, doen mijn vrouw en ik makkelijke schoenen aan, boeken we een reis naar Parijs en lopen we vanaf de Eiffeltoren langs de Seine.

‘Ik zou elke dag in Frankrijk naar de zon kunnen zitten kijken. Maar ik doe nog tachtig tot honderd shows per jaar. Pleinen vol jeugd, in de polonaise. Ze zeggen wel dat ik een ouwe lul ben, maar ze staan om het hardst mee te zingen. De eerste vijf jaar van je bekendheid willen ze je aanraken, daarna word je meubilair. En dat is eigenlijk veel leuker.’

Meubilair, dat klinkt niet heel...

‘Het is een compliment! Je wint niemand meer, je verliest niemand meer. Ik ben niet meer kapot te schrijven. En ik ga door. Om het applaus, de erkenning. Het totaalgevoel. Want wat is het toch geweldig, om dat publiek te zien zitten. Ademloos luisteren ze, naar jouw verhaal. Ik heb het allemaal meegemaakt. Ik heb op praalwagens in Mexico gestaan en honderdduizenden mensen padre, padre horen roepen. Ik heb in Bremen met de grootste sterren in shows van Rudi Carrell gestaan. Ik heb álles meegemaakt. Dat is onuitroeibaar.’

Pierre Kartner alias Vader Abraham (ANP)
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden