TentoonstellingPierre Cardin

Pierre Cardin, de man die een scheutje high fashion toevoegde aan massaproducten

Een van de futuristische ontwerpen van Cardin.Beeld Archives Pierre Cardin

Hij is de laatste van de grote modenamen uit de jaren zestig en zeventig en bemoeit zich nog actief met zijn eigen label. Inmiddels hebben ook musea, die enthousiast terugkijken op een groots modeverleden, ontwerper Pierre Cardin gevonden. Net zoals trouwens de makers van goedkope modeprullen, en dat is toch wel een beetje jammer.

Hij is er niet. Hoewel hij met trots was aangekondigd: Pierre Cardin zou hoogstpersoonlijk aanwezig zijn in Düsseldorf op de opening van een tentoonstelling met zijn werk. Maar de 97-jarige modeontwerper laat verstek gaan, en zo gek is dat niet, gezien zijn leeftijd. Oom Pierre is moe, zegt zijn neef, die er wel is om de avond luister bij te zetten. Cardin was vorig jaar al wat warrig, verklapt een Duitse modejournalist terwijl ze naar de bar loopt. Heel jammer, maar helaas, glimlacht de conservator van de tentoonstelling die van haar witte wijn nipt in een knalroze Cardin-jurk, rechtstreeks uit de jaren zeventig en tegelijk helemaal van nu.

In de mode wordt graag van een momentum gesproken en als het dit najaar íémands museale momentum is, dan is het wel van Pierre Cardin. Twee musea tegelijk tonen zijn ontwerpen: het Brooklyn Museum in New York en het Kunstpalast hier in Düsseldorf, waar Pierre Cardin: Fashion Futurist op grote banieren van de gevel knalt. In New York heet de tentoonstelling, die overigens anders van samenstelling is, Pierre Cardin: Future Fashion. ‘Pierre kán niet anders dan voor de toekomst ontwerpen’, zegt neef Rodrigo Basilicato Cardin (48).

Neef Rodrigo werkt in de firma en is tevens het uithangbord van het modehuis – maar hij is (nog) niet zijn opvolger, want Pierre Cardin zelf staat officieel nog altijd aan het roer. Dát en het feit dat hij in zijn tijd een grote vernieuwer was, bedenker van inderdaad visionaire modecollecties, maar ook van een revolutionair nieuw businessmodel (dat tevens zijn achilleshiel zou blijken, maar daarover later meer), maakt hem legendarisch. Maar er zijn meer redenen waarom er uitgerekend nu op twee plekken een Cardin-overzicht is. Dat de man nog leeft, bijvoorbeeld, als een van de laatste boegbeelden van oude Franse modehuizen – Karl Lagerfeld stierf dit jaar in het harnas, Hubert de Givenchy vorig jaar, Sonia Rykiel in 2016 en tijdgenoten als Yves Saint Laurent en Pierre Balmain zijn er al vele jaren niet meer. Tel daarbij op dat de jaren zestig en zeventig, het tijdperk waarin Cardin onmiskenbaar zijn hoogtepunt als ontwerper beleefde, nu net de jaren zijn waar (mode)musea dezer dagen graag op terugblikken én dat hij nog altijd eigenaar is van zijn merk en niet opgeslokt door een multinational, en je snapt waarom musea de man en zijn werk graag eren: hij staat voor ambacht, cultureel erfgoed, vakmanschap.

Pierre Cardin.Beeld Pierre LELIEVRE/GAMMA

En tegelijkertijd ook weer helemaal niet. Matrassen, telefoonhoesjes, aanstekers, sleutelhangers en goedkope onderbroeken per vijf in een pakje van 9,99 euro – dankzij het verlenen van licenties voor honderden van het merk afgeleide producten, staat Pierre Cardin bij uitstek óók voor het te grabbel gooien van je goeie naam. Maar dat is buiten de museale wereld, in warenhuizen, dumphallen en souvenirshops. Op de tentoonstelling in Düsseldorf zijn dergelijke prullen niet te zien. Hier staan de typerende A-lijn-jurken van Cardins ‘Space Age’-collectie uit de tijd dat de wereld in de ban was van de eerste maanlanding. Hoeden als astronautenhelmen, geometrische vormen en futuristische brillen: zo zag de toekomst eruit in 1969. Ook opgesteld staan Cardins op kimono’s geïnspireerde ontwerpen uit zijn Origami-collectie (hij was gastdocent aan een modeopleiding in Japan), zijn lakleren mannenjassen, zijn ieniemini-sixties-jurkjes, zijn nauwsluitende tunieken en, een stuk minder iconisch, bruids- en avondjurken van veel latere datum, van de jaren tachtig tot 2013. De recentste ontwerpen op de tentoonstelling zijn uit 2016: remakes van Cardins jurken uit de jaren zestig. Zijn sterkste periode, vindt kennelijk ook de ontwerper zelf.

Het heeft alles te maken met het optimisme van die tijd, door Cardin slagvaardig vertaald in korte rokken, zilveren halterjurken en reversloze mannenjasjes die zo in Star Trek pasten (de serie verscheen in 1966 voor het eerst op tv). De toekomst was iets om je op te verheugen en nog niet iets om bang voor de zijn. We gingen allemaal naar de maan. Dat was geen onheilstijding, maar een blijde boodschap. Jonge vrouwen gingen voor het eerst in groten getale de arbeidsmarkt op en daar pasten geen ruisende rokken en puntbeha’s meer bij, maar wél Cardins comfortabele jersey broekpakken – waarin je kon autorijden. Zijn coltruien, zijn vinyl laarzen, zijn unisekskleding (ook daarin was hij een voorloper): het sloeg allemaal geweldig aan bij de Rive Gauche-generatie die de seks, drugs en rock ‘n roll van de sixties omarmde – of er keurig thuis, bij pa en ma voor de zwartwit-tv, naar snakte.

Het verklaart waarom de tentoonstelling vooral nostalgische gevoelens oproept: als er iets een tijdperk definieert is, is het wel het vrolijke vooruitgangsdenken van vijftig jaar geleden. Het verklaart ook waarom alleen vintage Pierre Cardin cool is. In een nieuwe jeansbroek of polo van het merk – voor spotprijzen ruim voorradig bij allerhande mediocre herenmodewebshops – wil geen hippe jongen dood gevonden. Voor modebewuste vrouwen lijkt het merk (buiten China althans, waar het nog meedoet) überhaupt niet meer te bestaan.

Beeld Archives Pierre Cardin
Beeld Archives Pierre Cardin

Het is de wet van de remmende voorsprong: Cardin mag als merk anno nu uit de tijd zijn – geen schande voor een 97-jarige, al had hij het stokje wél eerder kunnen overdragen –, hij was vroeger altijd met alles de eerste.

Geboren als Pietro in 1922 in een Noord-Italiaans stadje belandde hij al jong met zijn ouders en zijn tien oudere broers en zussen in Frankrijk, waar hij Pierre werd. Op 16-jarige leeftijd meldde hij zich bij een kleermaker om het vak te leren – later kon hij aan de slag bij couturiers als Elsa Schiaparelli en Christian Dior. Met Dior werkt hij samen aan diens New Look-collectie van 1947, met het zandlopersilhouet dat Cardin niet lang daarna helemaal los zou laten. Dior zag het aankomen dat zijn pupil allerlei nieuwe wegen in zou slaan: ‘Designers like Pierre Cardin are the future of haute couture’, zei hij toen al.

En niet alleen van de haute couture – tot misprijzen van vakgenoten. In 1949 begon Cardin zijn eigen modehuis – mind you, de man is dus al zeventig jaar bezig – en het was vanaf het begin een succes. Maar tien jaar later wilde hij méér dan haute couture-collecties maken voor een chique, maar beperkte klantenkring. Hij wilde de massa bereiken, vrouwen én mannen, en daarom deed hij een paar opmerkelijke dingen. Hij maakte een pret-a-porter-collectie – en was daarmee de eerste couturier die zijn naam verbond aan een kledinglijn voor de gewone vrouw. Vervolgens showde hij de kleding in het Parijse warenhuis Printemps, waar de collectie verkocht zou worden, en werd hij prompt uit het Chambre Syndicale de la Haute Couture geschopt omdat hij zoiets ordinairs deed (hij werd later weer in genade aangenomen). Dat was nog niet alles: hij was ook de eerste die een pret-a-porter-lijn voor mannen uitbracht – zijn mannenkleding is vanaf dat moment altijd commercieel succesvoller geweest dan zijn collecties voor vrouwen – én hij was de allereerste die bedacht dat hij licenties kon uitgeven: anderen mochten producten maken en verkopen met zijn naam erop, als hij maar een deel van de opbrengst kreeg. Een scheutje high fashion toevoegen aan massaproducten, zo zag hij dat: hij vertrouwde erop dat zijn geometrische, minimalistische handschrift de gewoonste spullen onderscheidend maakte. Vanaf dat moment ging het los. Op het toppunt had Cardin meer dan duizend licenties lopen in 140 landen: van koekenpan tot luiertas, je kon het zo gek niet bedenken of zijn naam stond erop. Het heeft hem schathemelrijk gemaakt – zijn vermogen werd in 2016 door Business of Fashion geschat op 400 miljoen euro – , maar tegelijkertijd de merkwaarde uitgehold. ‘Hij heeft zijn naam verkocht aan wc-papier’, schreef Women’s Wear Daily in 1995. ‘Op welk punt verlies je je identiteit?’

Beeld Terence Donovan Archive

Feit is dat geen jonge modeliefhebber vandaag de dag likkebaardend uitkijkt naar de nieuwe collectie Pierre Cardin-sneakers, zoals dat wel het geval is bij bijvoorbeeld Balenciaga – een tijdgenoot met wie Cardin wel werd vergeleken. ‘Cardin is de enige Parijse couturier, behalve Balenciaga, die niet alleen ontwerper, maar ook een uitstekende kleermaker en beeldhouwer met stof is’, schreef een modejournalist in 1958. Maar Cristobal Balenciaga, slechts drie jaar ouder, overleed in 1972, waardoor zijn merk zichzelf opnieuw kon uitvinden. En opnieuw, en opnieuw – zoals dat gaat met modehuizen die steeds andere hoofdontwerpers kunnen inlijven. Bij Cardin zet de grootmeester zelf naar verluidt nog elke dag zijn beverige handtekening onder alles wat er bedacht wordt – hij weet niet van ophouden.

Cardin heeft dan ook geen vrouw en (klein)kinderen om een rustige oude dag mee door te brengen. Hij was weliswaar korte tijd verloofd met de Franse actrice Jeanne Moreau, maar hij was ook een van de eerste ontwerpers – alweer – die openlijk homoseksueel was. ‘Een extreem excentrieke figuur’, schreef The Times nadat zijn ongeautoriseerde biografie was verschenen. ‘Het boek staat vol hilarische voorbeelden van mismanagement van zijn bedrijf, en van zijn bijzondere leven: een homo die beroemd werd om zijn affaire met Jeanne Moreau, een megalomane miljonair die over zichzelf in de derde persoon praat, die samenwoont met zijn 90-jarige zus en die zichzelf niet kan scheren.’

Behoorlijk jammer dat deze excentriekeling en – zo’n beetje – last man standing van een roemruchte generatie grote modeontwerpers niet rondloopt op de opening van zijn eigen tentoonstelling in museum Kunstpalast. Nu moeten we het met zijn neef doen, die overigens heel charmant is. En met de conservator, die prijsgeeft dat de expositie is gesponsord door Ahlers AG, een grote Duitse licentiehouder van het merk Pierre Cardin die pakken, jacks en poloshirts verkoopt. Niet geheel belangeloos, natuurlijk: gaat dat zien in Düsseldorf (nog geen twee uur treinen van Utrecht) en ontdek Cardins grote klasse. Misschien dat het toch ook een beetje afstraalt op zo’n nieuw poloshirt.

Pierre Cardin, fashion futurist, t/m 5 januari 2020 in museum Kunstpalast Düsseldorf.

Roemrucht in de mode

Pierre Cardin (97) is een van de last men standing van een roemruchte generatie grote modeontwerpers, waartoe ook Karl Lagerfeld van Chanel en Hubert de Givenchy behoorden. Karl Lagerfeld, die in februari overleed, werd - vermoedelijk – 85 (misschien was ie iets ouder). Hubert de Givenchy werd 91 en overleed in 2018. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden