Pierre Audi smeedt psychologische vertelling van hoogste karaat

Operaregisseur Pierre Audi smeedt twee barokke monsters om tot een psychologische vertelling van het hoogste karaat. Visueel trekt Audi een web van looplijnen en poses. Spanning zit in elke gebeeldhouwde configuratie.

Pierre Audi's opera Tamerlano. Beeld De Munt / La Monnaie

Tamerlano was een islamitische houwdegen die rond 1400 vooruitliep op IS door torens te bouwen van afgehakte hoofden. Alcina ontsprong een eeuw later aan de fantasie van Ludovico Ariosto. Deze tovenares stelde kerels kalt door ze te veranderen in rotsblok of beest.

Behalve dat de barokcomponist Georg Friedrich Händel hen schilderde in twee afzonderlijke opera's, hebben de tirannen weinig gemeen. Tot ze het pad kruisten van Pierre Audi. Bij wijze van zomerse vakantiebaan boog de Amsterdamse operabaas zich in 2000 en 2003 over Tamerlano en Alcina. Hij reisde ervoor naar het baroktheater van Drottningholm in Zweden.

Toen hij de stukken in 2005 als tweeluik aan het thuisfront presenteerde, bleek geen sprake van de hopfaldera die doorgaans aan dit repertoire kleeft. In de frisse Scandinavische lucht had Audi op Händels leuterlibretto's een revolutionaire lezing losgelaten. Hij smeedde de opera's om tot psychologische vertellingen van het hoogste karaat.

Tranen

Niet voor niets stroomden bij de reprise in de Amsterdamse Stadsschouwburg opnieuw tranen. Natuurlijk vielen ze op het toneel, dat door Audi à la Drottningholm was ingericht. Stiekem werden ze weggeveegd in de zaal, bijvoorbeeld toen in Tamerlano de meest aangrijpende sterfscène uit de operahistorie aanbrak met de zelfmoord van de Turkse sultan Bajazet.

Maar vooral biggelden ze toen de Franse sopraan Sandrine Piau haar stem leende aan de aria Ah! Mio cor!, waarin de verlaten furie Alcina zich nog één keer klaarmaakt voor de strijd om de liefde van haar onttoverde ridder Ruggiero.

Dat Händel noten kon schrijven van grote zuigkracht, was al bekend voordat Pierre Audi zich ermee bemoeide. Dat we de libretti woord voor woord serieus moeten nemen, weten we pas sinds zijn exegese. Stukje spreekzang, toefje aria, een solo of duet: emoties caramboleren als ballen over een pooltafel, maar desondanks krijgt Pierre Audi ze in een strak-psychologische lijn.

Looplijnen en poses

Deel van zijn truc is het jongleren met verborgen gedachten en double entendres. Doortrapt is verder het zwaluwstaarten met de barokke vorm die da capo-aria heet. Voor hedendaagse regisseurs is het een horreur: alles wat zojuist is gezegd en gezongen, moet nóg eens worden gezegd en gezongen.

Visueel trekt Audi een web van looplijnen en poses. Spanning zit in elke gebeeldhouwde configuratie, en met barokke kostuums in Rembrandteske belichting ogen de taferelen bedrieglijk authentiek. Historiciteit schuilt hooguit in de orkestbak, waar de Franse dirigent Christophe Rousset uit de oude instrumenten van Les Talens Lyriques volop kleur en drama pookt.

Voor Audi's aanpak geldt één premisse: elke strot moet van de hoogste kwaliteit zijn. In Tamerlano bleef de titelrol van countertenor Christophe Dumeaux helaas zonder diepte. Pas in de rauwe sterfscène van Bajazet legde de tenor Jeremy Ovenden zijn capaciteiten bloot. Aanvankelijk verdween de bevangen sfeer alleen wanneer de Zweedse mezzo Ann Hallenberg verhaal kwam halen als de versmade prinses Irene.

Fenomenale zangerscast

Vooral Alcina profiteerde van het feit dat de operadiptiek de afgelopen weken in Brussel alvast kon worden opgepoetst. Een fenomenale zangerscast maakte van de Amsterdamse herneming een triomf. Sandrine Piau glorieerde, kort op de hielen gezeten door de Spaanse mezzo Maite Beaumont, die als Ruggiero het snoeven en flemen verhief tot tintelende kunst.

Coup de théâtre: beide opera's eindigen met hetzelfde kale toneel, met dezelfde kale stoel, met dezelfde kale belichting. De macht van Tamerlano en Alcina is onttakeld. Hun uitdagers zijn door het caramboleren zo beschadigd, dat de toekomst weinig goeds voorspelt.

Tamerlano Door Georg Friedrich Händel. Regie Pierre Audi. Les Talens Lyriques o.l.v. Christophe Rousset. Gezien: Stadsschouwburg, Amsterdam, 24/2 en 25/2. Voorstellingen t/m 1/3.

Bonbonnière op een zweeds eiland

De Amsterdamse Stadsschouwburg kopieerde het Drottningsholms Slottsteater.

De mooiste bonbonnière van operaland staat op een eiland nabij Stockholm. Op drie kwartier varen van de Zweedse hoofdstad opende koningin Lovise Ulrika in 1766 het Drottningholms Slottsteater. Nadat haar opvolger Gustav III in 1792 was vermoord - Verdi wijdde er een opera aan - sloot het z'n deuren. Toen een bibliotheekmedewerker in 1922 poolshoogte kwam nemen, bleek alles nog intact, van decorstuk en katrol tot windmachine en donderkist. Sindsdien heeft het theater zich toegelegd op de historische uitvoering van opera's uit de 17de en 18de eeuw - op het riskante kaarslicht na.

In 2000 en 2003 ensceneerde Pierre Audi er de Händelopera's Tamerlano en Alcina. Voordat de voorstellingen in 2005 in de Amsterdamse Stadsschouwburg werden gebundeld, reisden theatertechnici af om het Zweedse toneel te fotograferen en kopiëren. Hetzelfde deed Ingmar Bergman in 1975, voor zijn verfilming van Mozarts opera Die Zauberflöte.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden