Pierre Audi en zijn megaplan

Pierre Audi, die eigenhandig De Nationale Opera naar de wereldtop voerde, broedt op een titanisch werk, zijn slotakkoord. Roland de Beer, oud-muziekredacteur van de Volkskrant, schreef zijn portret.

Beeld RdB

Pierre Audi, sinds ruim een kwarteeuw directeur van De Nationale Opera, ziet een 'horizon' opdoemen. Het is de horizon van zijn werk in Nederland. De gezichtseinder ligt voor Audi in het jaar 2019.

Nu is het zien van zoiets nog geen formele ontslagaanvraag. Maar waarom ineens een horizon? Omdat Audi op een megaplan broedt dat na zijn realisering geen overtreffende trap meer zal dulden.

Groter en merkwaardiger kan niet meer na de integrale opvoering van Licht, de zevendaagse muziektheatercyclus van Karlheinz Stockhausen die Audi voor 2019 in gedachten heeft. Het wordt, als het allemaal wil kloppen, een artistieke en organisatorische krachttoer die nog niet eerder in de internationale muziektheaterwereld is vertoond. Een Nederlands-Amerikaanse coproductie is in aantocht, met erfgenamen en voormalige medewerkers van de componist als deelnemende musici, technici en muzikale supervisoren.

'Het is wel mijn ding', zegt Audi. 'Misschien ben ik iemand die de zeven dagen van Stockhausen aankan.'

Opera Forward Festival

Vorig jaar vierde De Nationale Opera haar 50-jarig jubileum met een uitgebreide terugblik. Audi, sinds 1988 artistiek leider van het operahuis, riep bij die gelegenheid een nieuw festival in het leven, waar een volgende generatie kunstenaars centraal staat. Dit Opera Forward Festival wordt van 15 tot 20 maart voor het eerst gehouden. Er staat onder meer een nieuwe opera op het programma van componist Michel van der Aa.

Een summum aan megaprojecten

In de projecten die Audi als organisator en regisseur bij De Nationale Opera (DNO) op touw heeft gezet, vanaf zijn eerste Monteverdi-producties in de jaren negentig, heeft steeds een zigzagcurve gezeten: van kleinschalig hedendaags werk ging het naar een complete Ring des Nibelungen-cyclus van Wagner en het massa-tweeluik Les Troyens van Berlioz, in 2003 opgevoerd met uitgebreid orkest, 20 solozangers en een 104-koppig koor. Het summum aan megaprojecten leek bereikt met een geënsceneerde productie van Schönbergs liedcyclus Gurrelieder, waarbij het orkest niet alleen de orkestbak maar ook eenderde van de parterre in beslag nam - ofschoon Pierre Audi nu ook gepolst blijkt voor een scenische productie van de Achtste Symfonie van Gustav Mahler. Het slotdeel is gezet op de slotscène van Goethes Faust. Omringd door engelen en zwevende zielen reist Faust in deze Sinfonie der Tausend, zoals de Achtste ook wordt genoemd, naar de eeuwigheid. De dirigent, Hartmut Haenchen, heeft Audi om een enscenering gevraagd. 'Tja, waarom niet?', zegt Audi. 'Misschien gaat het wel gebeuren op het festival Ruhrtriennale.'

In 2019 wordt Audi 62. Dat is ruim het dubbele van de 30 jaar die hij telde toen hij bij DNO in dienst trad, als een onervaren iemand, afkomstig van buiten de operawereld. Audi had in Londen het Almeida Theatre opgericht, een klein podium voor theater en nieuwe muziek. In de decennia die sinds zijn komst in 1988 naar Amsterdam zijn verstreken, heeft Audi zich geruisloos gepositioneerd als de langst zittende operadirecteur ter wereld. Uitgerekend in Amsterdam, een stad van louter gebroken operatradities.

De operageschiedenis in de hoofdstad is een canon van oprichtingen en liquidaties; de idee van een gesubsidieerde kunstvorm kwam pas van de Duitse bezetters tussen 1940 en '45 en de eerste eigen behuizing dateert van nog eens vier decennia later. Dat het naast een record ook tot artistieke resultaten heeft geleid, kan worden afgeleid uit wat collega's over Audi hebben opgemerkt: volgens regisseur Willy Decker, een sleutelfiguur uit de Duitse operacultuur, heeft Audi DNO 'naar de wereldtop gevoerd'. Volgens de Amerikaanse sterregisseur Peter Sellars heeft Audi een complete Who is who van het muziektheater bijeengeorganiseerd, en het vak onderwijl een 'nieuwe draai' gegeven. Een internationale visitatiecommissie, op pad gestuurd door de voormalige minister van Cultuur Plasterk, etiketteerde Audi's DNO als 'excellent', en volgens Sir Peter Jonas, voormalig intendant van de English National Opera en de Opera van München, heeft Audi's DNO zich ontwikkeld tot een 'boutique opera waar de hele wereld met interesse naar kijkt'.

Een mysteriespel van 29 uur

'Nieuwe muziek' en 'oude muziek' waren de terreinen waarop Audi zich aanvankelijk het meest happy voelde in Amsterdam. DNO heeft door zijn toedoen tientallen nieuwe stukken in première gebracht. In die sfeer lijkt Stockhausen (1928-2007) postuum in een opgemaakt bed te stappen: zijn Licht, Die Sieben Tage Der Woche is een cyclus waar de Ring van Wagner tweemaal in kan. Een mysteriespel van 29 uur, over geboorte, paring en dood, over loutering en initiëring, over 'muzikaal examen doen'; niet in de laatste plaats over de bestemming van de ziel in het Melkwegperspectief. Maar vooral muzikaal-technisch is het een opgaaf. En er zijn probleemmomentjes, zoals een daadwerkelijk in het luchtruim uit te voeren 'helikopterkwartet' met strijkers in vier helikopters. Tot de fijnere muziektheatrale kneepjes hoort een ruimtereis om de aarde, en bij de entr'acts zit een tweeënhalf uur durende akoestische afspiegeling van het Weltraum.

Stockhausen heeft er 26 jaar aan gewerkt. Losse onderdelen, met muziek van een dikwijls hallucinerende kwaliteit, beleefden premières verspreid over de aardbol. Soms vergezeld van vreselijke conflicten tussen de componist en de rest van de wereld, en niet zelden uitgeluid met satirische kritieken op de visuele bijdragen van Stockhausen, die niet alleen de profeet was van een zelf gecomponeerd geloof, maar ook weinig aan andermans inzicht overliet op het gebied van kneuterige ontwerpen en flauwe regies.

'Stockhausens theatrale kant wordt altijd als problematisch ervaren', zegt Audi. 'Maar zijn theatrale kant is ook een beetje de theatrale kant van mij.' Hij denkt aan een variabele mise-en-espace in de Gashouder in het Amsterdamse Westerpark. 'Niet met zeven decors, maar wel met zeven verschillende opstellingen van performers en publiek.'

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

Beeld archief familie Audi

Stockhausen-expertise

Plannen met Licht had hij al met de Opera, het Holland Festival en het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Daar zit Stockhausen-expertise. Grote porties beleefden uitvoeringen in Holland Festivals en in Den Haag was Stockhausen in 1982 al de spil van een 'Stockhausenproject'. De slagwerkexpert Renee Jonker en de fluitiste Kathinka Pasveer, destijds nog studente maar nu een van de weduwen van de componist, horen tot de belangrijkste bronnen van informatie. Een duw in de rug kreeg het Licht-idee door een nieuwe mogelijkheid tot samenwerking met de Park Avenue Armory in New York, een voormalige exercitiehal van vijfduizend vierkante meter, tegenwoordig bestemd voor multidisciplinaire megaproducties, 'epic, adventurous'. Audi ging er afgelopen zomer parttime aan de slag als artistiek directeur, naast zijn werk in Amsterdam.

Rond 2003, toen Stockhausen zijn Licht klaar had en vrijwel niemand meer geloofde in een toekomst voor muziektheater op basis van synthetisch-mystieke handelingen en interstellaire verplaatsingen van een oermoeder (Eva), held (Michael) en duivel (Luzifer), leek een integrale productie een hersenschim. Intussen is 'mystiek' niet zo'n abject woord meer in de kunst - zie het succes van Messiaens opera St. François d'Assise, van componisten als Pärt en Oestvolskaja, van de dromen- en wanencinema van Lars von Trier en Stanley Kubrick - en lijkt voor Stockhausen de tijd aangebroken voor een herkansing.

11 jaar was Audi, toen hij Stockhausen en zijn mensen hoorde optreden in een grot op de berg Libanon. De jonge Pierre was het bisschopje spelen thuis en het misdienaarschap in de kerk amper ontgroeid. En er is meer dat ze bindt. De maandag of Montag is in het schema van Stockhausen onlosmakelijk verbonden met 'water'. Freitag, dat is 'vuur'. Elke dag van Stockhausen zit vast aan een element. In het muziektheater van Audi waren ze altijd al de evergreens, symbolische elementen wier aanwezigheid zich nauwelijks meer liet toelichten. Audi's operarepertoire heeft zich ontwikkeld tot het pantheïstisch universum van een ongelovige. Visuele ingrepen, schijnbaar van hogerhand in gang gezet (opspringende vuurfonteinen, vallend ijzer, reuzensperen die door een wand breken) luidden in zijn regies van Monteverdi en Wagner de apotheoses in. Slow motion van de hoofdpersonen, bij Audi vaak eenzame zoekers in de grote ruimte, nam rituele vormen aan in het witte hiernamaals van Viviers Kopernikus en in de doodsscènes in Wagners Parsifal en Halévy's La Juive. Audi heeft een passie voor stukken die zich geheel afspelen in een grensgebied tussen leven en dood.

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

Slotbeeld van Pierre Audi's enscenering van La Juive. Beeld Ruth Walz

De chemie tussen Audi en de operakunst

Wie dacht dat Audi, geboren in 1957 in Libanon, afkomstig is van een onduidelijk stuk woestijn en via een omweg in het hart van de Europese civilisatie is beland, ziet iets over het hoofd. Tot de werkzame bestanddelen in de chemie tussen Audi en de operakunst hoort zijn vertrouwdheid met mythologische en religieuze figuren uit zijn oude regio. In het operaloze Libanon (Audi: 'De artistieke werkelijkheid was armzalig') groeide hij op met verhalen die sinds eeuwen tot de kern horen van het westerse spirituele dna. In de schouwburg en het muziektheater zou hij ze weer tegenkomen, soms tot zijn eigen verrassing.

Dagtochtjes voerden hem ooit naar de noordelijke kustplaats Byblos - geboortestreek van de ongelukkig gestorven jongeling Adonis (Audi kwam hem weer tegen in Hans Werner Henze's Venus und Adonis). Anders ging het wel naar Tyrus, waarvandaan ooit Dido, Levantijns vluchtelinge, naar het Westen zeilde. Ze stichtte Carthago, waar ze bezoek kreeg van Aeneas - vluchteling uit Troje. Audi kwam beiden tegen in Berlioz' Les Troyens. Tyrus was een eiland, tot Alexander de Grote er een schiereiland van maakte door zoveel puin in zee te gooien dat er een verbindingsdam ontstond, waarna hij eindelijk de bevolking kon kruisigen. Audi kwam hem als wijze 'Alessandro' weer tegen in Mozarts opera Il re pastore, die zich afspeelt in een verslagen Sidon - de stad van herkomst van Audi's familie van vaderskant. De apostel Paulus, de kruisvaarder Tancred (Tancredi voor Monteverdi), de oriëntaalse verovereraar Timoer de Lammer (zeg bij Händel maar Tamerlano) - ze horen tot een theater- en operavolkje dat Audi heeft leren kennen door 'picknicken'. 'Het was een atmosferisch geheel.'

Noem het affiniteit. In de Romeinse megatempels van Baalbek, gewijd aan Bacchus en Jupiter, leerde Audi 'wat ruimte is'. En dan Sidon. Daar ligt een Fenicische tempelruïne bij een riviertje. Aan de voet van de muren liggen opgedroogde bassins. Het was ooit het Lourdes van het Midden-Oosten. 'Het drama van water, aarde en vuur heb ik op dit soort plekken ontdekt', zegt Audi. Hij heeft er ooit een film gemaakt met een camera die hij van zijn oma kreeg. Schoolvriendjes deden mee. Ook zijn broertje en zus. 'Een zwijgende film. Met een godenprocessie. Witte gewaden. Mijn eerste opera, in het tempo van een muziek die er niet was.'

En nu? Een echte opera op touw zetten in Beiroet, het werd Audi wel gevraagd. Maar hij begint er niet aan. 'Ik weet zeker dat niemand komt.'

Roland de Beer: Man en Mythe - Pierre Audi en het muziektheater. Verschijnt 12/2 bij Leporello Uitgevers, 29,90 euro.

Ontvang elke dag de Volkskrant Avond Nieuwsbrief in uw mailbox, met het nieuws van vandaag, tv-tips voor vanavond, en alvast zes artikelen uit de krant van morgen. Schrijf u hier in.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden