recensie beeldende kunst

Piero Manzoni’s nulkunst is nog altijd geinig, quasi-artistiek en bloedserieus tegelijk ★★★★☆

Het werk is zo sterk dat het de iets te strak in zijn vel zittende tentoonstelling met gemak overleeft.

Piero Manzoni, gebeeldhouwd ei in houten kist, nr. 14, 1960 (5,7 x 8 x 6,7 cm). Beeld Fondazione Piero Manzoni

Advies vooraf: zet uw zonnebril op. Het wit op de tentoonstelling is overweldigend. Netvlies perforerend. Van de ene zaal naar de andere, het ene werk na het andere. En niet alleen dankzij de schilderijen en eieren en lappen textiel van Piero Manzoni, over wie de tentoonstelling in het Stedelijk Museum Schiedam gaat, maar ook dankzij het werk van zijn collega-kunstenaars, zoals Jan Schoonhoven, Henk Peeters, Jan Hendrikse. Het is alles wit wat de klok slaat.

Piero Manzoni dus. Het drama is eigenlijk dat de Italiaanse kunstenaar zo vroeg is gestorven, aan een hartstilstand, in 1963. Slechts 29 jaren oud. We hadden nog veel van hem kunnen verwachten. Zeker omdat hij destijds pas net was begonnen en toch al furore maakte. Aanvankelijk in Italië, later over heel Europa.  

Mooi detail: Frits Becht, directeur van onderzoeksbureau Intomart en verzamelaar van vooral pop-art, heeft een belangrijke aanzet gegeven voor de bekendheid van Manzoni in de Nederlandse rivierdelta. Door in 1959 in de Haagse galerie De Posthoorn (nu vooral beroemd als drankgelegenheid) de toen 26-jarige Italiaan te exposeren. 

Manzoni maakte destijds voornamelijk nog zijn witte werk: in kaolien gedrenkte lappen textiel die hij half verfrommeld opspande; schilderijen met witte glaswol. Typische Nul-kunst. Of Zero. Net als Peeters, Hendrikse en Schoonhoven, of de Duitse tak met Heinz Mack en Otto Piene. Overigens is het een leuke test: douze points voor degene die in Schiedam, zonder naar de naamkaartjes te kijken, weet wie wat heeft gemaakt. 

Manzoni paste naadloos in het Nul-jargon. Maar ook weer niet. Wellicht door zijn woelige geest. Zijn recalcitrante karakter. Na een paar jaar wit-schilderen ging hij andere Nul-kunst maken. Conceptueler. Gekookte eieren die hij uitdeelde met zijn vinderafdruk erop, als handtekening. Of een naakte vrouw op wie hij daadwerkelijk zijn handtekening zette, waardoor mevrouw een kunstwerk werd. Of een rol papier van meer dan een kilometer waarop hij één ononderbroken rechte lijn tekende. 

Geinig, quasi-artistiek en bloedserieus tegelijk. Zoals zijn blikjes Merda d’artista. Inderdaad: 30 gram ingeblikte poep van de kunstenaar zelve. Prijs: hetzelfde bedrag als 30 gram goud (destijds althans, want op de veiling van 2016 bracht een blikje 275 duizend euro op). Als Marcel Duchamp een pispot kon tentoonstellen, waarom dan niet ook de inhoud ervan?

Feitelijk was Manzoni meer dan Nul of Zero. Lichtvoetiger. Minder stringent. Dat is wat je tegen de tentoonstelling kunt hebben: dat die iets te strak in zijn vel zit. Iets te kunsthistorisch geduid. Maar feitelijk kan het werk van Manzoni daar wel tegen. Net als dat van zijn confrères. Alleen al de aanblik van de pindakaasvloer van Wim T. Schippers, uit 1962, nu in aangepaste vorm op de zolderverdieping van het Schiedam-museum te bewonderen, tovert weer een grijns op je gezicht. Of de sokkel van Manzoni waar je in Schiedam bovenop mag staan en die van elke bezoeker een standbeeld maakt. Melig, zeker, maar begin jaren zestig, toen publieksparticipatie nog niet bestond, zijn tijd ver vooruit.

Manzoni in Holland

Stedelijk Museum Schiedam, t/m 2/6.

Bernard Bazile, geopend blikje van Piero Manzoni, 1989.

Uitwerpselen van de kunstenaar

Beroemde blikvanger in het oeuvre van Piero Manzoni is het blikje kunstenaarspoep. Merda d’artista. Zoals op de wikkel staat vermeld: ‘Freshly preserved, produced and tinned’, in 1961, naar het schijnt op zijn eigen wc, in een oplage van negentig exemplaren. Volgens Manzoni is poep, naast een vingerafdruk, ongeveer het meest persoonlijke dat een kunstenaar de wereld kan bieden. Het inblikken van zijn eigen uitwerpselen was overigens ook Manzoni’s antwoord op een opmerking van zijn vader: ‘Your work is shit.’ Die vader was eigenaar van een fabriek waar vlees werd ingeblikt. Ook dat nog.

Groot raadsel natuurlijk: zit er in de dichte blikjes ook werkelijk poep? Of is het zo’n conceptueel kunstwerk waarvan het idee belangrijker is dan de uitwerking? Onder de titel Boîte ou­ver­te de Pie­ro Man­zo­ni maakte de Franse kunstenaar Bernard Bazile in elk geval een nieuw werk door een van de negentig blikjes in 1989 daadwerkelijk te openen. Wat bleek: in het blikje zat een ander blikje met hetzelfde wikkel. Bazile heeft dat kleinere exemplaar nooit opengemaakt. Het raadsel is onopgelost gebleven en heeft dus alleen een vervolg gekregen. Misschien maar goed ook. Verbeelding is toch de belangrijkste kracht achter welk kunstwerk ook.  

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden