Interview Nino Gvetadze

Pianisten vallen na hun opleiding vaak in een gat. Om ze op weg te helpen is er nu het Naarden International Piano Festival

Nino Gvetadze Beeld Sussie Ahlburg

Aan de randen van de internationale concertpodia staat een nieuwe generatie jonge pianisten te trappelen. Een generatie met veel kwaliteit, meent de Georgisch-Nederlandse toppianiste Nino Gvetadze (37). Maar hoe weet je als pianoliefhebber wie van die nog onbekende musici echt goed zijn? Je kunt natuurlijk de chique pianoconcoursen in de gaten houden, maar daar willen de zenuwen het talent weleens overschaduwen. Maar wat nou als je die die jongeren koppelt aan gevestigde pianocoryfeeën, dacht Gvetadze: zet ze in een relaxte omgeving en laat ze maar spelen. Zo werd een nieuw evenement geboren: het Naarden International Piano Festival, met Gvetadze als artistiek leider. En een meet&greet tijdens de afterparty. 

Alfred Brendel, Hannes Minnaar, Kristian Bezuidenhout: piano-elite. Hoe kreeg u ze bij elkaar op een festival dat zich nog moet bewijzen?

‘Je vergeet de Amerikaan Jonathan Biss nog. Die werd op het laatste moment ziek, helaas. Het idee sloeg meteen aan omdat ze allemaal dezelfde problemen hebben ondervonden in het begin van hun carrière, net als ikzelf. Ze willen hun ervaringen overdragen en advies geven. Dat kan op dit festival, oud en jong ontmoeten elkaar voortdurend, er komen mensen van platenmaatschappijen en van concertzalen. Het publiek hoort nieuwe én bekende pianisten in een kleine, intieme omgeving: Bij Andreas, een voormalige kerk waar zo’n negentig mensen in kunnen. Heel dicht bij de muziek en de pianist dus. Je heb niet de afstand van een podium in een grote zaal.’

Als die talenten zo goed zijn, waarom komen ze dan niet vanzelf bovendrijven?

‘In tegenstelling tot veel musici die andere instrumenten bespelen, kunnen pianisten na het conservatorium niet terecht in een orkest. Piano zit namelijk niet in de klassieke orkestbezetting. Pianisten hebben dus twee opties: een solocarrière of lesgeven. Na hun opleiding vallen ze vaak in een gat. Een van de grootste problemen is hoe ze zichzelf moeten profileren. Ze gaan meestal doorsneeprogramma’s spelen. Daar kom je niet ver mee, je moet je eigen verhaal vertellen, je afvragen: in welk soort muziek wil ik me specialiseren, waar voel ik me goed bij? Je moet ook voortdurend om je heen kijken in de pianowereld, want door internet en social media gaat alles sneller. Als je bijvoorbeeld invalt voor een bekende pianist verspreidt het nieuws over jouw optreden, goed of slecht, zich razendsnel. Je moet je steeds aanpassen en toch je eigen lijn blijven volgen.’

Het is een nogal conventioneel concertprogramma. Denk je dat er ook jonge mensen op afkomen?

‘Zeker wel. Jongeren zijn heel geïnteresseerd als ze weten waarover de muziek gaat, dus dat moet je ze vertellen. Schubert bijvoorbeeld schreef liederen over liefde, wanhoop en eenzaamheid. De meeste popsongs gaan daar ook over. Als jongeren zich realiseren dat klassieke componisten ook gewone mensen waren, met alle menselijke emoties, gaan ze anders luisteren. Na afloop onze concerten kun je de musici ontmoeten – ook een manier om de muziek dichterbij te brengen.’

Naarden International Piano Festival, 10 t/m 12/5. Bij Andreas, Naarden-Vesting.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden