Pianist speelt alsof hij een concert geeft, lekker ongepolijst

Hij zocht naar de schoonheid van klassieke muziek en de vrijheid van freejazz: daar was het album To Move. Matteo Myderwyk speelt alsof hij een concert geeft, lekker ongepolijst.

Beeld Daniel Cohen

Begrijp hem niet verkeerd. Pianist Matteo Myderwyk (26) is beslist blij met de elf dromerige piano-improvisaties op zijn debuutplaat To Move. Het fluwelen geluid van de Steinwayvleugel? Veel beter kon hij niet wensen. De scheutige portie galm die na elke toon klinkt? Precies zoals hij wilde. Het gerenommeerde Nederlandse label Excelsior, dat de plaat uitbracht? Vereerd dat zij het wilden doen, echt waar. Toch durft hij doodeerlijk en zonder aarzeling te zeggen dat hij meteen nadat hij het had opgenomen was uitgekeken op het album.

Een mentaliteitsdingetje, zo noemt Myderwyk zelf die gewoonte om een muziekstuk los te laten zodra hij het acceptabel vindt klinken ('subliem hoeft echt niet'). In het geval van To Move betekende dat: achteraf niet gaan knippen en plakken in opnametapes of eindeloos aan geluidsknopjes draaien om de plaat tot in het kleinste detail kloppend te maken. Maar ook niet achteroverleunen om eens lekker te genieten van die debuutplaat die hij toch mooi even heeft klaargespeeld.

Het moet dan ook gezegd: toen Myderwyk aan To Move begon, wist hij vooral wat hij níét wilde maken. Geen plaat met een hele band (want: in de maat blijven spelen vindt-ie lastig), geen studioplaat (want: hij is niet 'zo iemand die de hele dag nummertjes inspeelt'. Myderwyk wilde spelen alsof hij een concert gaf en vooral geen plaat die heel gepolijst aandoet, want: kom op, zo'n plaat is slechts een momentopname, het gaat om het experiment.

To Move mag dan voornamelijk uit geïmproviseerd materiaal bestaan (iets meer dan de helft, hij verzon vooraf een aantal melodieën en akkoordenschema's om zijn improvisaties op voort te bouwen), voor de luisteraar zijn de liedjes net zo makkelijk verteerbaar als een gemiddeld popliedje. De oorzaak daarvan is de lengte van de nummers, gemiddeld drie minuten. Voor instrumentale muziek is dat kort. De reden? In een door snelle streamingdiensten gedomineerde tijd maak je de luisteraar echt niet blij met een suite van 10 minuten. Wanneer hijzelf naar, zeg, een Beethoven luistert, kost het hem ook moeite zijn aandacht over de gehele lengte erbij te houden.

Myderwyk nam twee dagen zijn intrek in de kleine zaal van het Muziekgebouw Eindhoven om het album op te nemen. Een logische locatie, niet alleen omdat hij er de afgelopen twee jaar vrijwel dagelijks ging oefenen en hij de Steinwayconcertvleugel daardoor naadloos aanvoelde. Luisteraars van het album moeten het gevoel hebben bij een liveconcert van hem te zitten. De klank van de zaal, weids en helder, zou daarvoor zorgen.

In tegenstelling tot veel van zijn getalenteerde medestudenten op het conservatorium ontdekte Myderwyk in zijn studietijd dat een drang tot perfectionisme hem vreemd was. Hij belandde er op zijn 16de, amper twee jaar nadat hij zijn eerste keyboard voor 100 euro in een supermarkt had gekocht.

Dat hij nooit het niveau zou halen van zijn medestudenten, veelal begonnen met pianospelen in hun kleutertijd, soit. Maar dat eindeloze bijschaven op de millimeter (uren oefenen op ieniemini accentjes, een extra versierinkje hier of daar, een toon wel of niet een fractie langer aanhouden) vond Myderwyk he-le-maal niks. Te ongeduldig was hij daarvoor. Bovendien: er zijn 'bibliotheken volgeschreven' over hoe je het werk van de grote klassieken dient uit te voeren. Myderwyk wilde zélf iets kunnen toevoegen aan de muziek die hij speelt. Een toekomst als klassiek pianist was daarom uitgesloten, vond hij.

Wat hij wel wilde, openbaarde zich tijdens een concert van de pianist Harmen Fraanje en diens mede-musici Ernst Reijseger (cello) en Mola Sylla (zang). Myderwyk had diezelfde maand zijn bachelorstudie aan het conservatorium afgerond. Uitgekauwd op klassieke muziek, zocht hij naar iets dat mooier, creatiever en uitdagender was dan wat hij tot dan toe gespeeld had. Het trio speelde de compositie Amerigo, een ritmisch pianomotief met een lyrische, melancholische melodie. Myderwyk wist niet wat hij hoorde.

Deze muziek had de schoonheid die hij van klassieke componisten kende en bezat de vrijheid van freejazz. De steeds herhalende akkoorden daarbovenop leiden tot een trance-achtige sfeer.

Iets als Amerigo had Myderwyk nooit eerder gehoord. Onmiddellijk raakte hij verzot op deze muziekstijl. Hier lag zijn muzikale hart. Iets als dit wilde hijzelf ook kunnen bedenken.

Met To Move is het eenvoudig Myderwyk te rekenen tot de hausse aan pianisten die zich de afgelopen jaren stortten op het maken van verstilde pianomuziek. De kenmerkende dromerige, filmische sound van die albums - die bekend is komen te staan onder de noemer neoklassiek - horen we duidelijk ook op To Move. Myderwyk ontkent dat zeker niet, maar ziet tegelijkertijd grote tegenstellingen tussen hemzelf en Nils Frahm, de Berlijnse pianist en boegbeeld van de neoklassieke beweging. In Frahm, die zijn pianostukken vooraf kundig componeert, ziet Myderwyk hetzelfde perfectionisme wat hem tijdens zijn conservatoriumstudie zo tegenstond. Zet hem maar gewoon achter een piano. Daar, en op dat moment moet het gebeuren.

To Move (Excelsior). Matteo Myderwyk , speelt op 1/9 op Into The Great Wide Open op Vlieland.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden