PostuumPhil May (1944 – 2020)

Phil May (The Pretty Things), voorbeeld voor de ruigste Nederlandse beatbands, op 75-jarige leeftijd overleden

Hét Engelse voorbeeld voor de ruigste Nederlandse beatbands? Meer nog dan naar Mick Jagger keken Wally Tax (The Outsiders) en Wim Bieler (Q65) naar de langharige Phil May van The Pretty Things – en luisterden ze naar diens dictie. May (75) is vrijdag overleden in een ziekenhuis in Norfolk. Hij viel met zijn fiets, onderging een heupoperatie en stierf na complicaties.

Phil MayBeeld YouTube

May heette eigenlijk Kattner, maar gebruikte de achternaam van de oom en tante die hem grootbrachten. Hij en gitarist Dick Taylor waren 55 jaar lang de creatieve tandem van de vuigste band van de Engelse beatboom, geworteld in Kent, maar groot geworden in de Londense kunstscene.

Hun grootste hits waren R&B-covers: in Nederland bleven Roadrunner en Cry To Me (1965) net buiten de toptien. In Engeland reikte Don’t Bring Me Down (1964) het hoogst. Minstens zo goed: Rosalyn en een eigen compositie als Midnight To Six Man.

In Engeland werden The Pretty Things rond 1965 niet als beatgrootheid gezien. In Nederland wel. Toen The Rolling Stones (een jaar na het bezoek van The Beatles) bedankten voor een optreden in veilinghal Op Hoop van Zegen in Blokker viel de keus op May en de zijnen. Hij eindigde de woeste voorstelling zonder linkerbroekspijp.

Het belangrijkste wapenfeit van The Pretty Things zou een album worden dat bij verschijning in december 1968 flopte: S.F. Sorrow, een van de vroegste rockopera’s.

S.F. Sorrow is een doorwrochte songcyclus over het magische en tragische leven van ene Sebastian F. Sorrow, die gek wordt en eenzaam sterft. Het bluesy coverbandje van weleer had een psychedelisch meesterstuk geschreven, met knappe teksten van May.

Nederland

The Pretty Things bleven met tussenpozen optreden en platen maken tot 2018. Ze kwamen vaak en graag naar Nederland: van Hoorn tot Apeldoorn, van Heerlen tot Sneek. In latere bandbezettingen speelden kortstondig Nederlanders als Hans Waterman en Doede ter Veld.

Graag vertelde de zachtaardige May het verhaal van zijn band, van de knokpartijen, de drugs en zijn biseksualiteit, waarvoor hij zich al in de jaren zestig niet wenste te schamen. Het leverde hem veel klappen, maar ook bewondering op, onder meer van een bevriende jongeling uit de Londense scene, ene David Bowie.

Toen die in 1973 het coveralbum Pinups opnam, mochten Rosalyn én Don’t Bring Me Down niet ontbreken, een eerbetoon aan de zanger bij wiens nummer Bowie in zijn telefoonboekje de naam ‘God’ noteerde. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden