BOEKRECENSIEDe veelstemmige man

Pfeijffers toneelwerk laat zich beter lezen dan spelen ★★★☆☆

De toneelteksten van Ilja Leonard Pfeijffer laten zich beter lezen dan spelen. Hij biedt de acteurs veel fraaie, barokke zinnen, maar er is weinig ruimte om die taal tot leven te brengen. 

Beeld Leonie Bos

Wat is toneel? Ik zou zeggen: levende taal. Taal met adem en een hartslag. Anders dan proza gaat toneel minder om de esthetiek van het geschreven woord, om de krullen en arabesken waarin de romancier Ilja Leonard Pfeijffer zo bedreven is. Al kan zijn deftige oudemannenkoketterie soms tegenstaan, het is altijd weer smullen van zijn zinnen. Maar toneel is klinkende taal; taal die wordt uitgesproken door acteurs. Zij blazen de tekst zuurstof in, voegen emotie toe. Ze geven betekenis aan witregels. Stilte kun je niet lezen, maar wel horen.

Sommige heel goede toneelschrijvers (Judith Herzberg, Lot Vekemans) schrijven uiterst summier. Kleine woorden, korte zinnen, veel wit. Zij schrijven met de bijdrage van de acteurs indachtig. Zwart-op-wit staat er de facto weinig, maar de inhoud verschuilt zich onder en tussen de regels. Deze schrijvers weten dat de spelers hun tekst zullen afmaken, dat die aanvullen wat zij openlaten. Zulke teksten lijken op papier een soort halffabrikaat, maar ze werken uitstekend op toneel.

Zo’n schrijver is Ilja Leonard Pfeijffer niet. Pfeijffer levert uit principe eerder een soort driedubbelfabrikaat. Overvol taal is ook zijn toneelwerk, waarvan de verzamelbundel De veelstemmige man (met alle teksten van 2007 tot 2020) niet voor niets een kloeke 1.072 pagina’s telt. Zestien teksten zijn erin opgenomen, van zijn toneeldebuut De eeuw van mijn dochter tot de recentste, De aanzegster. Er zitten libretti bij van muziektheaterstukken en opera’s, een hoorspel en een tekst voor een video-installatie. Is het ironie of ijdelheid dat er ook twee (onvertaalde) Italiaanse teksten zijn opgenomen? Bij Pfeijffer weet je het nooit helemaal zeker. Vast staat dat hij de acteurs – de Nederlandse en de Italiaanse – veel taal aanreikt. Veel woorden om uit te spreken, minder materiaal om te spelen – Pfeijffer is meer tell dan show. Dat is ook zo in zijn romans, maar daar is het niet erg, omdat hij het vertellen overlaat aan een charmante protagonist vol zelfspot, een tragikomisch alter ego. Bij toneel ontbreekt die verteller en moeten drama en conflict ontstaan uit dialoog.

Taalvernuft

Dat lukt niet altijd. Pfeijffer gebruikt de dialoog vaak liever om zijn eigen taalvernuft te etaleren dan om plot of personages voort te stuwen. In de vroege stukken kan dat gulzige taalspel de magere inhoud niet verhullen. In De eeuw van mijn dochter wil hij te graag imponeren, met kundig berijmde alexandrijnen en volop verwijzingen naar de klassieken. De niet al te diepgravende politieke analyse, over het kleinzielige Nederland onder Balkenende, bezwijkt eronder. Opvolger Malpensa (2008) is een weinig geraffineerde satire op het grootkapitaal, met slechts twee tamelijk vervelende personages, type testosterongedreven durfkapitalist, die enkel uitentreuren ouwehoeren. In zijn toneelwerk is Pfeijffer te vaak een columnist die zijn meningen vermomt als personages en tooit met barokke taal. Meer troubadour dan toneelschrijver.

Soms valt die retorische ambitie meesterlijk samen met de thematiek, zoals bij De advocaat (2017), over de ondergang van glamourraadsman Bram Moszkowicz. Hier staat het taalvernuft geheel ten dienste van de personages: de familie Moszkowicz en trawanten, die van onnavolgbare redeneertrucs hun goedbetaalde vak hebben gemaakt. Nu zijn Pfeijffers opgepoetste sierzinnen niet louter decoratief, maar juist veelzeggend. Met merkbaar plezier bouwt Pfeijffer hier retorische spiegelpaleizen, waarmee hij de personages smakelijk neerzet en tegelijkertijd ontmaskert. Bij een hedendaags koningsdrama als dit passen shakespeareaanse taalaspiraties.

Beeld Leonie Bos

Voor een bepaald soort acteur

We zouden het acteurs moeten vragen, maar ik vermoed dat Pfeijffers toneelwerk zich beter laat lezen dan spelen. Je hebt er in elk geval een bepaald soort acteur voor nodig, het retorisch bekwame type, en Porgy Franssen was in de voorstelling bij Toneelgroep Maastricht een gedroomde Bram Moszkowicz. Misschien, zou je welwillend kunnen stellen, levert Pfeijffer toch ook een soort halffabrikaat. Theater is een gesamtkunstwerk en de bijdrage van de schrijver is daarvan slechts één onderdeel, spel en regie hebben veel impact. Met welkome zelfspot schrijft hij in de epiloog van het aanstekelijke Noem het maar liefde dan ook: ‘Met de juiste acteurs kan er volgens mij toch wel een beetje diepgang worden gesuggereerd.’

Ja, Pfeijffer laat zijn meningen en politieke analyses in fraaie, barokke taal verkondigen door soms wat schematische personages. Het ontbreekt vaak aan adem en hartslag. Pfeijffer voelt zich thuis bij satire, maar neigt daarin vaak te zeer naar de karikatuur. Zoals ook in zijn recentste stuk, De aanzegster, over #MeToo, waarin iedereen liegt, niemand deugt en de waarheid volstrekt irrelevant is.

Meer dan in zijn romans treft Pfeijffer mij in zijn toneelwerk als hard en cynisch – misschien omdat die prettig ironiserende commentaarstem uit de romans ontbreekt. Maar met de juiste acteurs, met een beetje empathie, nuance en tegenkleur, kan dat op toneel prima worden rechtgezet.

 Ilja Leonard Pfeijffer: De veelstemmige man – Verzameld toneelwerk 2007-2020. De Arbeiderspers; 1.072 pagina’s; € 55.  

De Volkskrant Boeken
Mooie romans, spannende non-fictie, interviews en pittige recensies: alles over de wereld van de letteren

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden