Review

Pfeijffer maakt van Achter het Huis een retorische exercitie: een gewaagde, maar wankele poging

Theater - Achter het Huis (Hummelinck Stuurman)

Anne Frank op toneel - het blijft behelpen. Lees je haar dagboek, dan klinkt daar een vroegwijze, gevatte puber: vaak geestig, bij vlagen onuitstaanbaar, soms ten prooi vallend aan diepe melancholie. Maar in fictie gaat die scherpte en vitaliteit vaak verloren. De glans van de eerbied, stevig opgewreven met decennialange verering, werkt verblindend - bij makers, spelers, critici en het publiek.

De cast van Achter het Huis Foto Ben van Duin

Ook al ligt er dit keer een behoorlijk blasfemische bewerking, het blijft moeilijk om de bewoners van het Achterhuis te bevrijden uit die mal van de vermoorde onschuld. En dat is wel noodzakelijk voor overtuigend drama. Met Achter het Huis doet theaterproducent Hummelinck Stuurman, aangevuurd door een stoutmoedige Ilja Leonard Pfeijffer, een gewaagde maar wankele poging.

Het verhaal mag bekend worden geacht. Regisseur Johan Doesburg situeert de twee onderduikende gezinnen, de familie Frank en de familie Van Pels, in een kil en kaal decor: een ijzeren stellage, rondom omgeven door hekken die doen denken aan een eigentijdse grensovergang. Dat is niet de enige actuele associatie: doordat Pfeijffer in zijn tekst woorden als nazi's en joden vermijdt, en anachronismen als 'bitch' en 'neuken' toevoegt, is Achter het Huis een eigentijdse oorlogsallegorie geworden. Pfeijffer en Doesburg willen de beklemming overbrengen van oorlog, vlucht en onderduik, en onderzoeken wat er gebeurt met mensen in onmenselijke omstandigheden. Centraal staat hier de spanning tussen beschaving en barbarij.

Achter het Huis

Van: Ilja Leonard Pfeijffer
Door: Hummelinck Stuurman
Gezien 11/11, Schouwburg Haarlem

Statische enscenering

Behalve Miep Gies (Marie Louise Stheins), die af en toe binnenvalt, zijn de acht personages constant op. Dat vergroot het gevoel van tot elkaar veroordeeld zijn. Voortdurend zitten de bewoners elkaar dwars, soms letterlijk, in slim door elkaar gemonteerde scènes. Maar deze regiekeuze leidt uiteindelijk tot een vooral statische enscenering, waarbij - opmerkelijk en onnodig - vaak recht op de zaal wordt gespeeld. Dan verdwijnt de interactie tussen de acteurs en dus het gevoel van beklemming.

Omdat in het dagboek van Anne Frank op zich weinig gebeurt, voegde Pfeijffer verzonnen scènes toe. Maar die verhelpen het euvel niet geheel: we kijken 140 lange minuten naar acht mensen die zich uitsluitend bedienen van taal. Er is geen plot die de handeling voortstuwt, het decor helpt de acteurs nauwelijks, en behalve een paar paardendekens en het beroemde dagboek is er geen enkel rekwisiet. Wat overblijft is tekst en spel, en die overtuigen ten dele.

Ophef over Achter het Huis

Met hun vrije bewerking van het dagboek haalden Ilja Leonard Pfeijffer en producent Hummelinck Stuurman zich de toorn van het Anne Frank Fonds in Bazel op de hals, hoewel het Fonds dat zelf later weer ontkende. Recent haalde de ophef zelfs de Amerikaanse pers. Newsweek citeert joodse belangenorganisaties die zich opwinden over het ‘uitwissen’ van Anne’s joodse identiteit. Die ingreep zou passen binnen vermeend toenemend antisemitisme in Nederland. Maar Pfeijffer wordt ook verdedigd: hij houdt gewoon van provoceren, zegt mediastrateeg Huub Bellemakers.

Pfeijffer maakt van Achter het Huis een retorische exercitie, waarbij hij de acteurs lenige, meanderende volzinnen te spelen gaf, in een vormelijk, ironisch-archaïsch idioom. Niet elke acteur kan daar goed mee uit de voeten, het is balanceren op de grens van ernst en spot, maar als het lukt (Oda Spelbos!) ontstaan prachtige scènes. De kwaliteit van de cast wisselt, maar Anne van den Burg overtuigt in haar vertolking van Anne Frank als pittige, getroebleerde tiener. Amarenske Haitsma vult haar mooi aan als zus Margot, uiterlijk onbewogen maar van binnen ziedend. Dat er ook nog zo nu en dan gelachen wordt danken we vooral aan Raymonde de Kuyper. Haar Auguste van Pels is een innemende karikatuur, en De Kuyper staat verrukkelijk te spelen: swingend met al haar ledematen, haar gezicht een en al expressie en tics; wuft en wild en tegelijk zeer precies: maakt de rest kamermuziek, dan belichaamt zij de jazz.

De cast van Achter het Huis

Hajo Bruins is daarentegen iets te steil en plechtig als Otto Frank, maar zijn personage representeert wel een interessante vraag: hoe ver kun je gaan om de schijn van beschaving in stand te houden? Otto Frank is hier de onuitstaanbare Gutmensch die uit naam van de beschaving een grove misstand tolereert. Pijnlijk, maar niet onwaarschijnlijk.

Oda Spelbos maakt van Edith Frank het interessantste personage, met haar door wanhoop en walging gevoede sarcasme. Zij is de verrassende spil van deze voorstelling, en degene bij wie de teloorgang van menselijkheid het pijnlijkst zichtbaar wordt, tot en met het uiterst suggestieve, kwestieuze slot. Het onmogelijke aannemelijk maken, dat is de kracht van fictie.