Peter Verhelst schrijft tegen de abrupte dood in sterke gedichten en protserig proza

Peter Verhelst: Voor het vergeten.
De Bezige Bij; 352 pagina’s; € 21,99.

Beeld rv

Mensen die in bomen veranderen, of in een hert, het klinkt niet ongewoon voor de lezer die vertrouwd is met de Metamorfosen van Ovidius. De Brugse theatermaker, dichter en prozaïst Peter Verhelst is vertrouwd met die verhalen, en heeft er in zijn eigen werk fysiek, sprookjesachtig en beeldend al menig hedendaagse variant van getoond.

Na het plotselinge overlijden van zijn moeder, niet lang geleden, zo suggereert zijn nieuwe boek Voor het vergeten, een compendium van alle genres die Verhelst beoefent, moest hij met zijn onthutste lijf vaststellen dat hij even geen verbinding met de wereld kon maken. De schok was te groot. Zoals zijn moeder door een hartaderbreuk was getroffen, zo waren de zoon de wapens uit handen geslagen waarmee hij zich normaliter kon handhaven.

Aan de hand van tal van voorbeelden uit de mythen, andere literatuur, schilderkunst en fotografie laat de schrijver zien wat hij doet om zich ‘weer verbonden te voelen of op zijn minst minder verlaten’. Hij maakt er veel werk van om een begrip als de metafoor uit te leggen, die het bekende door associaties in contact brengt met een andere wereld, zodat je uit ingesleten manieren van denken kunt treden. Bij uitstek geschikt, zou je zeggen, voor iemand die door een schokkende gebeurtenis met stomheid geslagen is.

Voor het vergeten is niet een boek over de dode moeder in de trant van Olifanten op een web (1997) van Mensje van Keulen, Uitdorsten (2003) van A.F.Th. van der Heijden of Sprakeloos (2009) van Tom Lanoye. Van Verhelsts moeder komen we niet veel méér te weten dan dat ze kwistig gebruikmaakte van de spuitbus met haarlak, graag bij het raam zat tot de zon onder was en het zo donker werd dat ze erin oploste, en werd gecremeerd omdat ze bang was om gekist te worden.

Waar het de zoon en schrijver veeleer om te doen is, is het abrupte van de dood bestrijden: door middel van woorden kun je iets uiterst traag laten verdwijnen, waardoor je het vangt en tegelijk los kunt laten. In zijn gedichten, veruit het sterkste onderdeel van dit boek, zeggen zijn beelden alles: ‘Eén voor één vallen de bladeren van de ginkgo biloba./ Straks heeft een enorm, goudgeel, cirkelvormig boek/ zich om de stam heen gelegd.// Herhalen de vissen met hun onophoudelijke/ hapbewegingen de woorden die na de winter/ uit het boek zullen zijn verdwenen?

Toelichting overbodig. Toch verstrekt Verhelst die in zijn proza, inbegrepen uitvoerige verwijzingen naar overbekende verhalen over Orpheus (‘de man die Eurydice uit de onderwereld ging halen’, o ja joh, en lukte dat soms niet?), de schrijver Robert Walser die van sneeuw hield en op een wandeling in de sneeuw stierf (‘en als een kameleon neemt hij de kleur aan van wat hij schrijft’, pfff) en de schilder Caravaggio (die drie jaar op Malta zat, waarheen Verhelst en zijn vrouw een keer op vakantie gingen, wie niet?).

In zijn gedichten gaat hij echter niet op de hurken, en hoeft hij ook niet de kunstkenner uit te hangen; snijd ze uit hun protserige lijst, en je houdt een mooie dichtbundel over.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden