interviewPeter Muller en zijn kinderen

Peter J. Muller geeft tijdschrift de Nieuwe (‘wonderbaarlijk nieuws’) een doorstart, samen met zijn zoon en dochter

Uitgever Peter Muller met zijn kinderen Daan en Suzanne. Samen werken ze aan het magazine ‘de Nieuwe’. AmsterdamBeeld Ivo van der Bent

De relatie met zijn kinderen was lange tijd turbulent. Dat lag vooral aan zijn leefstijl, waarover alles te lezen is in Mullers eerder dit jaar verschenen autobiografie Seksbaron tegen wil en dank

Als de legendarische bladenmaker Peter J. Muller (73) aan zijn Victoriaanse bureau zit in zijn uitbundig ingerichte Amsterdamse ‘arbeiderswoninkje’ en opkijkt, ziet hij zichzelf. Groot. En jong. Het forse schilderij dateert uit 1970. De schilder was Sylvia Quiël, de vrouw die later beroemd werd als de levensgezellin van kunstschilder Carel Willink.

Muller bekijkt het doek goedkeurend. Geld speelde in die tijd geen rol. Twee bladen die hij had opgericht, seksblad Candy en roddelblad Weekend, waren een eclatant succes. Hij liet het breed hangen. Op het schilderij is hij afgebeeld als een dandy, draagt hij een kostuum in Dickens-stijl, zit hij op een rood-fluwelen canapé en leunt hij achteloos op een wandelstok – een zonnekoning in de kracht van zijn leven.

Het sombere decor op de achtergrond is de Retiefstraat in Amsterdam-Oost, de buurt waar hij in de jaren vijftig opgroeide. Zijn haar is lang, zoals het hoort bij een vernieuwer die in de jaren zestig de autoriteiten uitdaagde en een strijdkreet met eeuwigheidswaarde bedacht: ‘Beter langharig dan kortzichtig’.

Zijn kinderen Daan (52) en Suzanne (49) kijken mee in de benedenwoning in de Rivierenbuurt. Zijn dochter: ‘Heb je die wandelstok nog?’

Peter Muller: ‘Was het maar waar. Ik ben bijna alles kwijtgeraakt, die wandelstok ook.’ Klagerig klinkt zijn stem allerminst. Wijzend op twee andere schilderijen: ‘Die heb ik nog wel, ze zijn van Kees van Dongen, een bekende schilder uit de vorige eeuw.’ Daan Muller, laconiek: ‘Onze erfenis.’ Peter Muller: ‘Van Dongen heeft ze pas na zijn dood geschilderd, ze zijn niet echt.’

Beeld Ivo van der Bent

Gedrieën maken ze sinds vorige maand de Nieuwe, een tijdschrift waarin niets is wat het lijkt en vreemde verzinsels overtuigend als waarheden worden gepresenteerd. In de Nieuwe  staat een reportage over een vrouw die is bevallen van een kerngezonde twaalfling, binnen een halfuur, en wordt onthuld dat Napoleon de uitvinder van het scheetkussen was.  De ondertitel, ‘Nothing but the truth’, belooft veel.

Het is een doorstart. Peter Muller bracht de Nieuwe ook in de jaren negentig al eens uit, drie jaar lang. Hij is de hoofdredacteur en de hoofdschrijver. Zijn zoon Daan was ook destijds al de vormgever.

Peter: ‘Van alle bladen die ik heb gemaakt, heb ik aan de Nieuwe het meeste plezier beleefd. Het was een fantastische tijd en het blad veroorzaakte heisa. Dus waarom zou ik het niet gewoon weer gaan doen? Maandag had ik het besluit genomen, een week later zaten Daan en ik bij de drukkerij en heb ik Suzanne benoemd tot managing editor.’

Suzanne: ‘Managing director.’

Haar werk als copywriter is door de crisis grotendeels stilgevallen. Nu is zij verantwoordelijk voor alle online activiteiten van de Nieuwe, de social media en de online marketing. Ze laat een mok en een T-shirt zien die in het blad met veel bombarie respectievelijk worden aangeprezen als ‘super cool’ en ‘megahip’ en besteld kunnen worden op de site, denieuwe.nu. Ze was niet eerder bij de Nieuwe betrokken, ‘destijds keek ik alleen maar mee’.

Beeld Ivo van der Bent

Peter: ‘Je stond erin!’

Suzanne: ‘Twee keer zelfs, ook op foto’s. Het eerste bericht ging over mijn dochter, die was paranormaal begaafd en gaf met letterblokjes boodschappen van gene zijde door. En ik was een keer een schoonmaakster die een winnend lot met een enorme prijs uit de prullenbak had gehaald.’

Peter: ‘Het stuk over haar paranormale dochter hebben we in het eerste nummer opnieuw geplaatst.’

Suzanne: ‘Ze is inmiddels 25.’

In de jaren negentig sprak de Nieuwe twee groepen aan, volgens de bedenker. Hij denkt dat dat nu niet anders zal zijn. ‘Mediamensen knuffelden het blad zowat dood. En er waren mensen die dachten dat het nieuws wel eens echt waar kon zijn. Die haakten trouwens snel af.’

De Nieuwe was in de eerste plaats anders. Een van de hoogtepunten uit de Nederlandse persgeschiedenis is nog steeds de primeur dat Elvis Presley dood was, lang na zijn dood, in een formidabele omkering van zaken.

Peter: ‘Zo wezen we al die geruchten van de hand dat hij weer eens ergens was opgedoken. Elvis was dood! Was hij niet bij een verkeersongeluk omgekomen?’

Suzanne: ‘Diabetes.’

Ook opzienbarend destijds was het nieuws over de bejaarden die de toegang tot het Rijksmuseum werd ontzegd door professor Henk van Os, de directeur. Dat had hij gedaan omdat de oudjes te veel winden lieten.

Daan: ‘Daardoor werden de meesterwerken in het museum aangetast.’

Peter: ‘Ik mocht er in het tv-programma van Sonja Barend iets over vertellen. Het was een triest verhaal. Mensen in de zaal waren ontzet. Aan professor Van Os werd om commentaar gevraagd. Hij speelde het spel mee. Ik kan het bevestigen noch ontkennen, zei hij.’

Inhoudelijk is de Nieuwe nauwelijks veranderd. In de eerste twee nummers krijgt een Indiase magiër een vliegverbod, geeft een papegaai twaalf onbekende liedjes van John Lennon prijs, wordt gemeld dat er een fossiel van een zeemeermin is gevonden en dwingt in Londen een ‘wanhopige vampier’ een tandtecknieker om zijn gebit te restaureren. 

Verder is volgens de Nieuwe  het bewijs geleverd dat Mozart de rock-’n-roll heeft uitgevonden, heeft een vrouw schadevergoeding geëist omdat haar baas obscene gebaren maakte terwijl zij een banaan at en is in Antwerpen een poltergeist op de vlucht geslagen nadat hij 48 uur was blootgesteld aan aan de verzamelde hits van de Belgische zanger Eddy Wally. Bij elk voorbeeld beginnen de makers te lachen. Ze delen hun gevoel voor humor.

‘Waar in deze tijd behoefte aan bestaat, is een betrouwbare en onafhankelijke nieuwsbron, zo bleek uit een recente studie’, schrijft de hoofdredacteur in het ‘editorial statement’ van het eerste nummer. Het is net echt. De Nieuwe beschikt over een uitgebreid en wereldwijd correspondentennetwerk en, voor het binnenlandse nieuws, een flinke handvol ‘stafreporters’ met precies de juiste namen, zoals Raoul de Winter, Ger Lindt en Moniek Molenaar.

Naast onder meer de Volkskrant is café Scheltema in Amsterdam, ooit de huiskamer van de hoofdstedelijke journalistiek, een van de adverteerders; tenminste, die suggestie wordt gewekt. Suzanne: ‘Scheltema is onze vergaderruimte. Daar bereiden we alles voor.’

Peter: ‘Het is historische grond. Dat vind ik leuk en belangrijk. Ik kwam er al in het begin van de jaren zestig toen ik als leerling-verslaggever bij de Echo werkte. Elke dag, ja.’

De spot van de Nieuwe is mild. In het tweede voorwoord wordt de Volkskrant geciteerd die de Nieuwe de hemel zou hebben ingeprezen (‘een naar krant ruikend blad met nog echt ouderwets nieuws’) en wordt de naam van Eddie Clontz genoemd, de hoofdredacteur van Weekly World News, een Amerikaans blad dat als voorbeeld voor de Nieuwe diende.

Peter: ‘Clontz gaf ooit een mooi voorbeeld. Als iemand de hoofdredacteur van The New York Times aan de lijn krijgt en zegt dat hij met zijn magnetron kan praten, hangt zo’n man natuurlijk meteen op. Maar Eddie Clontz zei dan: oké, leuk, geef de telefoon even aan de magnetron, ik wil dolgraag met hem praten. Dat is het verschil tussen de The New York Times en Weekly World News. Of tussen de Volkskrant en de Nieuwe.’ Hard gelach.

Eerder dit jaar verscheen van de hand van Peter J. Muller Seksbaron tegen wil en dank. Het is een autobiografie waarin hij zichzelf niet spaart en die adequaat wordt samengevat in de ondertitel: ‘De persoonlijke geschiedenis van een bezeten bladenmaker in de bizarre jaren ’60 en ’70.’

Seksbaron tegen wil en dank, de autobiografie van Peter J. Muller die eerder dit jaar verscheen.Beeld Uitgeverij Mulstra

Het schilderij van Sylvia Quiël staat afgedrukt in het hoofdstuk waarin de opkomst van het seksblad Candy wordt beschreven, de tijd waarin Muller zich onoverwinnelijk achtte. Op een foto poseert hij samen met zijn zoon Daan voor het schilderij. Een wereldvreemde dandy, noemt hij zichzelf.

Verderop in het boek schrijft Muller over zijn dubbelleven. Zijn vrouw is erachter gekomen dat hij een appartement op het Rokin heeft, ze wist van niks. Hij besluit alles op te biechten. Muller schrijft: ‘Ook mijn andere onzalige affaires – de jaren van overspel, de zakenreisjes, het gelieg en bedrieg, het moest er allemaal in een onafgebroken woordenstroom in één keer uit. Ik zie haar nog wit wegtrekken en zonder een woord te zeggen de kamer uitlopen. Even later het starten van de auto, en daarna de stilte.’

Op een avond komt hij thuis en is het hele huis leeg. Zijn vrouw is vertrokken met de drie kinderen, Daan, Suzanne en de jongste, Michiel. ‘Geen kindergehuil, geen wieg.’

Beeld Ivo van der Bent

Hebben jullie het boek gelezen?

Suzanne: ‘Ja. Ik was niet verrast. Het meeste wist ik natuurlijk al. Het was, eh, interessant. Vooral het deel over zijn privéleven.’

Daan: ‘Voor ons stonden er weinig onthullingen in.’

Suzanne: ‘Natuurlijk heb ik hem dingen kwalijk genomen. Een jaar of tien geleden hebben we alles uitgepraat. Hij stond er ook open voor.’

Peter: ‘Ik ging met de billen bloot en ik heb mijn excuses aangeboden.’

Suzanne: ‘Dat heeft me goed gedaan. Toen ik in een scheiding zat, heb ik hier vaak geslapen. Zo hebben we een nieuwe band opgebouwd.’ Tegen haar vader: ‘Toen begon je eindelijk te onthouden hoe ik mijn koffie drink en leerden we elkaar kennen.’

Daan: ‘We werden op een dag in de auto gezet. We reden naar opa en oma en gingen nooit meer terug. En dat was het. In het begin was het contact vaag. Zou hij op je verjaardag komen of niet?’

Peter: ‘Mijn vrouw heeft de kinderen opgevoed. En ik was de, hoe heet het, toeziend voogd.’

Suzanne: ‘Ik ben de meest normale van de drie. Altijd geweest ook. Ik vond het vroeger een belediging om te horen, maar dat is voorbij.’

Daan: ‘Ik onttrok me aan elke vorm van gezag. Van iedereen. Op mijn 13de ben ik van huis weggelopen en nooit meer teruggekomen. Ik dacht dat ik wel wist hoe de wereld in elkaar zat. Het is best raar dat ze me lieten gaan, maar ik heb er nooit problemen mee gehad en ik heb nooit enige wrok gekoesterd. Ik heb in een kindertehuis gewoond, in kraakpanden en ik heb wat rondgezworven. Op mijn 17de bood mijn oom me een baantje aan in zijn drukkerij en ben ik bij mijn oma in Haarlem gaan wonen.’

Peter: ‘Ik kan mezelf niet op de borst slaan wat dat betreft.’

Suzanne: ‘Ik heb er wel last van gehad. Ik zat met vragen. Daarom is het zo fijn dat hij onomwonden heeft toegegeven dat hij veel stomme dingen heeft gedaan. Dat helpt. Maar ik heb ook heel veel leuke herinneringen. Hij was ondanks alles mijn superheld.’

Daan: ‘Ik ben altijd trots geweest op hem en op zijn werk. Toen ik 9, 10 was waren de seksboekjes natuurlijk enorm interessant. Ik was geliefd, ik kon boekjes meejatten en aan vriendjes laten zien. De dingen eromheen waren ook leuk. Ik ging op de foto met Peppi en Kokki.’

Suzanne: ‘Toen we naar het Dolfinarium in Harderwijk gingen regelde hij dat ik in het bootje mocht zitten.’

Daan: ‘Bij een première werd ik voorgesteld aan Willy Alberti. Ik was 12 en hij was twee koppen kleiner. Pistolen Paultje, een sympathieke boef, kwamen we ook vaak tegen. Hij was een afwezige vader, maar ik had er geen last van. Later bleek hij opeens een heel leuke opa te zijn, hij was enorm betrokken bij mijn zoons. Ik zag hem in een andere rol.’

Beeld Ivo van der Bent

Wat denkt u nu?

Peter: ‘Ik vind het mooi om te horen. Ik ben trots op ze. We voeren dit soort gesprekken eigenlijk nooit. We hadden er niet zo’n behoefte aan, denk ik. Ik heb nog een zoon, in Japan. Michiel. Hij heeft daar een Muller-kolonie gesticht, met zeven, acht kinderen?’

Suzanne en Daan, tegelijk: ‘Zes.’

Peter: ‘Hij viel altijd een beetje buiten de boot, hè. Hij was te jong voor de feesten en de toestanden. Zo heeft hij het geloof ik zelf ook ervaren. Gelukkig is het ook met hem goed gekomen. Hij houdt zich op een geweldige manier staande in Japan en is ook nog iets hoogs in de Vrijmetselarij.’ 

Daan: ‘Toen ik het huis uit ging, was Michiel 6. Hij heeft het met zijn thuissituatie nooit erg getroffen. Hij was ook een moeilijk kind. Druk.’

Suzanne: ‘Het is jammer dat hij in Japan woont. Hij zou het team van de Nieuwe op een fantastische manier compleet hebben gemaakt. Hij kan iedereen van alles aansmeren en wijs maken.’

Hoe is het om met jullie vader samen te werken?

Suzanne: ‘Inspirerend. En ik moet vaak om hem lachen.’

Daan: ‘Wij werken met tussenpozen al heel lang samen. We hebben ook de zondagskrant gemaakt, daar was hij hoofdredacteur van.’

Peter: ‘De lol stond altijd voorop.’

Daan: ‘Wat ons verbindt, is de liefde voor tijdschriften. Van jongs af aan heb ik dat meegekregen; drukkerijen, papier, plakletters, typemachines.’

Peter: ‘Ik koester het familiegevoel. Maar als Daan niet geschikt zou zijn om dit blad vorm te geven, en Suzanne geen talent had gehad, had ik anderen genomen. Want ik ben in de eerste plaats een bladenmaker. En een blad moet worden verkocht.’

Al dertig jaar woont hij in het benedenhuis in de Rivierenbuurt. In de gang hangen relikwieën van zijn werkzame leven, foto’s en ingelijste tijdschriften. Hij wijst op wat hij het begin noemt, exemplaren van Beatbox en het jongerenblad waarmee hij samen met Willem de Ridder in vanaf 1965 geschiedenis schreef, Hitweek.

‘Dit is de eerste Candy. Er staat een kruis doorheen want de distributeur vond deze cover te riskant, het ging ze te ver. Toen hebben we er een witte balk overheen gezet, met de tekst censuur.’

Bij een foto van zichzelf op een podium: ‘Hier was ik zelf artiest, met mijn liedje Beter langharig dan kortzichtig. Het werd op muren gekalkt en als ik optrad, brulde iedereen het mee. Schot in de roos.’

Kijkend naar een paar foto’s van zichzelf: ‘Uitslover.’

Was u zo’n uitslover?

Peter Muller: ‘In de tijd van Candy zeker. Ik sloofde me enorm uit. Zo was mijn leven. Ik was veel te jong veel te rijk. Ik kon de weelde niet dragen. Dat was logisch. Het zou heel gek zijn als je rijk bent op je 20ste en de weelde kunt dragen. Dan ben je een saaie lul. Candy was enorm lucratief.’

Suzanne: ‘Weekend was ook niet slecht toch?’

Peter: ‘Nee. Dat heb ik voor twee miljoen gulden verkocht aan de NDU.’

Waar is het geld gebleven?

Peter: ‘Dat verloor ik met De Dag, een dagblad dat een blauwe maandag heeft bestaan. Ik gaf de krant uit met Rob, mijn broer. Hij had een fortuin verdiend met uitzendbureau Aktie’68. Later ging hij het schip in met grote grondaankopen in Florida. Weg geld.

‘Met de zondagskrant vergaarde hij later weer een vermogen, maar dat raakte hij kwijt door verkeerde investeringen op de optiebeurs. Tragisch. Zelf heb ik natuurlijk ook heel veel over de balk gesmeten.’

Daan: ‘Je had altijd mooie auto’s.’

Peter: ‘Ik was een kind en alles was speelgoed.’

Suzanne: ‘Grote huizen, mooie auto’s.’

Peter: ‘Mijn volgorde was goed hoor. Als je 20, 22 bent heb je normaal gesproken geen geld om een hele dure auto te kopen. Als je het geld er 40 jaar later wel voor hebt, na een mooie carrière, rijd je voor schut in een snelle sportauto. Ik heb het beter gedaan. Toen ik 60 was, kon ik het me niet meer veroorloven.

‘Joop Wilhelmus van de Chick, het andere grote seksblad, en ik waren vaste klant bij Hessing in De Bilt. Hessing was de dealer van Rolls-Royce en andere patserbakken. We hielden scherp in de gaten in welke prijsklasse de ander een auto kocht.’

Daan: ‘Ik ging wel eens mee, de rode loper werd voor je uitgerold.’

Peter: ‘Ik betaalde de auto’s contant, het geld zat in mijn zak. Geweldig toch? Dat was ook onderdeel van het spel. Net zoals die keer dat ik met een cheque van 200 duizend gulden naar de bank ging. Ik wilde het contant uitbetaald krijgen. De man achter de balie keek me ongerust en argwanend aan, met mijn lange haar. ‘

Zijn kinderen barsten in lachen uit. Peter Muller: ‘Allemaal spielerei.’

www.denieuwe.nu 

Géén nepnieuws

In de Nieuwe staat géén nepnieuws, zegt oprichter en hoofdredacteur Peter J. Muller. ‘Daar nemen we afstand van. Onder fake news versta ik nieuws met een kwaadaardige, verhulde boodschap. Wie nepnieuws verspreidt, manipuleert. Het zijn slechte mensen die dat doen, met slechte bedoelingen. De Nieuwe bevat wonderbaarlijk nieuws waarvan iedereen wil, hoopt, dat het echt is. Wie wil niet dat sprookjes waar zijn?’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden