InterviewNeil Tennant en Chris Lowe

Pet Shop Boys al 35 jaar synths en disco, zo ook op het nieuwe album

Pet Shop Boys in 2020.Beeld K2 - Phil Fisk

Neil Tennant en Chris Lowe vormen al 35 jaar Pet Shop Boys. Ook hun veertiende album, Hotspot, is een mix van disco en ballads. Hits scoren ze niet meer, maar aan fans geen gebrek. 

‘Dit is het vijfde achtereenvolgende decennium dat we een album uitbrengen. Wist je dat, Chris?’

‘Nee, wel dat we oud worden, Neil.’

Een typerende woordenwisseling tussen Neil Tennant (65) en Chris Lowe (60). Al 35 jaar vormen ze de Pet Shop Boys, het Britse popduo dat in de jaren tachtig de internationale hitparades bestormde met door synthesizers en andere elektronica gedomineerde popliedjes als West End Girls (1985), It’s A Sin (1986) en Rent (1986).

Hits scoren ze niet meer, maar de Pet Shop Boys zijn altijd trouw gebleven aan hun esthetica van weleer, die Tennant omschrijft als ‘jeugdige, kinderlijk eenvoudige poptunes met volwassen, serieuze teksten.’

Dat jeugdige is er wel af, sneert Lowe. ‘Maar inderdaad, eigenlijk is er aan onze werkwijze en intenties in 35 jaar niks veranderd. Neil schrijft de teksten en zingt en ik bouw daar muziek om heen. Dat zal altijd zo blijven. Ook op het podium ben ik dat mannetje achter het toetsenbord en zingt Neil het publiek toe.’

Dat de hits uitblijven deert beide heren niet. ‘Onze albums en concerten doen het nog altijd uitstekend en we hebben er nog steeds lol in, stelt Lowe vast. ‘Misschien zijn we de hitparades ook al lang ontgroeid’, zegt Tennant.

Hun nieuwe, veertiende album, Hotspot, dat vorige week verscheen, bevat zoals alle platen van het duo een mix van spetterende disco en melancholieke ingetogen ballads. Zelfs de stem van Tennant is in de afgelopen decennia nauwelijks veranderd. Nog altijd herken je Pet Shop Boys-liedjes direct aan die wat lijzige, maar heldere stem. Melodisch vlak, maar zijn praatzingende stijl leent zich goed voor de met dichterlijke precisie vervaardigde verhalende teksten. Lowe: ‘Neils stem wil maar niet lager klinken. Ik hoor nog altijd dezelfde Julie Andrews in hem.’

Tennant: ‘Een plaat over ouder worden en hoe daarmee om te gaan zal ik daardoor niet zo snel kunnen maken. Leonard Cohen kon dat, Bob Dylan is steeds lager gaan zingen. Mij lukt dat niet. Dus blijf ik maar zingen alsof we nog wekelijks in een nachtclub dansen.’

Dat is niet helemaal onwaar, want sinds een jaar of tien heeft het duo, dat in Londen ver van elkaar woont, het uitgaansleven weer omarmd dankzij een gezamenlijke pied-à-terre in Berlijn, dat ook als demo-studio fungeert.

Chris Lowe and Neil Tennant of The Pet Shop Boys pose for a photo circa 1983. (Photo by Lester Cohen/Getty Images)Beeld Lester Cohen

De voordelen zijn legio, legt Tennant uit. ‘In Londen houden we ons aan het 9-tot-5-werkschema, maar in Berlijn nemen we na een avondje theater ook nog wel eens wat op.’ Het leukste aan Berlijn, vindt Lowe, is om op zondagmiddag naar de hipste technoclub van Europa te gaan: Berghain.

‘Die is het weekend non-stop open. Om daar op zondag rond lunchtijd binnen stappen en je tussen alle clubbers te begeven die er al een half etmaal dansen, is een wonderlijke ervaring.’

Voor de productie van Hotspot werd voor de derde achtereenvolgende keer Stuart Price (die onder meer werkte met Madonna) gevraagd. Tennant: ‘Hij is een paar generaties jonger en weet bijna beter welke sound ons het best past dan wijzelf.’ Hun vorige platen Electric (2013) en Super (2016) namen ze met Price in Los Angeles op, maar voor Hotspot haalden ze Price naar de Berlijnse Hansa Studio, waar in de jaren zeventig David Bowie met Iggy Pop en Brian Eno werkte.

Voor Tennant is het Berlijn van Bowie een belangrijke plek. ‘Zijn platen Low en Heroes betekenen veel voor me. Ik was midden twintig en vond dit veel interessanter dan punk die toen ook nog welig tierde. Hoe hij samen met Brian Eno in synthesizers en elektronica zocht naar een nieuw geluid in de popmuziek is voor mij bepalend geweest.’ Synths en disco, vult Lowe aan, ‘dat was wat we mooi vonden toen we ergens vroeg in de jaren tachtig onze eerste demo’s maakten’.

En wat werden ze om die voorkeur gehaat. Tennant: ‘We liepen toen al aan tegen dat rare misverstand dat elektronische muziek niet authentiek was. Synthesizers en drummachines waren nep of van plastic. Elektrische gitaren, die waren echt. Chris en ik hielden helemaal niet van elektrische gitaren. Naar rock-’n-roll luisterde ik sinds de Beatles al niet meer. De muziekpers had een hekel aan ons, want we speelden geen echte instrumenten én toch hadden we enorm veel succes.’

Tennant ziet overeenkomsten met de perceptie van ABBA. ‘Niemand die serieus met popmuziek bezig was nam ze in de jaren zeventig serieus. ABBA bracht overgeproduceerde wegwerppop voor kinderen, meer niet. De waardering ontstond pas in de jaren negentig toen die kinderen allemaal volwassen popliefhebbers werden die zoals iedereen de muziek uit hun jeugd niet loslieten.’

Iets dergelijks zien Tennant en Lowe de laatste jaren ook met de Pet Shop Boys gebeuren. Lowe: ‘We verkopen minder muziek, maar trekken steeds meer publiek. Ons publiek is gemiddeld in de veertig. Die waren 12 toen West End Girls uitkwam en zijn ons altijd blijven volgen. Zij die toen te oud waren voor de hitparade hebben ons later meegepikt en kwamen er achter dat onze muziek misschien toch niet zo stompzinnig was als ze dachten.’

New York, april 1991. Chris Lowe (links) en Neil Tennant.Beeld Getty Images

De Pet Shop Boys maken euforische muziek met een melancholisch randje, benadrukt Tennant. ‘Dat is altijd zo gebleven. Het waren nu ook weer de kernwoorden die we Stuart Price meegaven. Melancholie en euforie bewaken, dat was zijn taak.’ 

Maar hoe euforisch kun je nog zijn in het door diverse grote problemen geteisterde jaar 2020? Neem alleen de Brexit. Kan een band als de Pet Shop Boys, die toch ook bekend staat om hun sociaal-politiek bewogen teksten, daar zomaar aan voorbij gaan?

Tennant: ‘Het zijn zorgwekkende tijden. Brexit, migratie, vreemdelingenhaat. Ik maak me daar echt boos over. Maar ik geloof niet meer zo dat een popgroep daarvoor op de barricaden moet.’

Chris Lowe knikt instemmend. ‘Protestmuziek werkt niet meer. Niemand heeft zin om te luisteren wat twee oude mannen van de wereld vinden. Popmuziek zal geen enkele rol meer spelen in het verbeteren van de wereld.’

Dat vindt Tennant toch ook weer wat te ver gaan. ‘Kom op, we hebben zelf vorig jaar nog een paar protestliedjes uitgebracht. Lowe: ‘Die deden dan ook helemaal niks.’

De twee doelen op de vier liedjes tellende EP Agenda die vorig jaar verscheen. Tijdens het werken aan Hotspot waren er een paar zaken waar Tennant zich erg boos over maakte. Hotspot mocht geen politiek album worden, vond hij maar: ‘ik was furieus over de toenemende graaicultuur, de domme politieke retoriek van Donald Trump en een kopstuk van de Britse conservatieven als Michael Gove. Daar moest ik iets mee doen. We hebben toen vier boze liedjes gecomponeerd met titels als Give Stupidity A Chance en What Are We Gonna Do About The Rich?

Dat luchtte op, maar dergelijke verontwaardiging paste niet in het narratief dat Tennant op Hotspot voor ogen had. ‘Ik wilde toch een wat romantische spanningsboog. Berlijn is voor mij behalve door de muziek van Bowie ook getekend door de boeken van Christopher Isherwood. Hem wilde ik eren in het openingsnummer Will-o-the-wisp. Die man in dat liedje, die na jaren afwezigheid terugkeert in Berlijn en in de U-Bahn een man herkent als een oude liefde, daarvoor stond Isherwood model. Aan het eind van Hotspot staat Wedding In Berlin dat ik schreef voor twee vrienden die in het huwelijk traden. Zo was de cirkel rond.’

Hotspot (2020)

Helemaal losgeweekt van de sociaal-economische politiek zijn de liedjes op Hotspot niet. Zo wordt in Dreamland de vluchtelingenproblematiek aangekaart. Tennant: ‘We draaien al mee in het popcircus sinds Margaret Thatcher aan de macht was, maar zo aanstootgevend als er nu over migratie en vluchtelingen wordt gedacht, maakte ik het zelfs onder haar bewind niet mee.’

Tennant: ‘Toen wij begonnen, dachten we nog dat popmuziek een goed wapen in de strijd voor een betere wereld was. Maar pop heeft een heel andere functie gekregen. Kinderen van 10 maken TikTok-filmpjes waarvoor ze maar 15 seconden van een liedje nodig hebben, de rest gooien ze weg.’

Lowe: ‘David Bowie had gelijk toen hij jaren geleden al zei dat popmuziek ooit net zo veel of weinig zou betekenen als stromend water of elektriciteit. Je betaalt er maandelijks een vast bedrag voor en je kunt zo veel binnenhalen als je wilt. Je denkt er niet bij na, je gebruikt gewoon wat je denkt nodig te hebben. Wat wij als popmuzikant kunnen doen, is vooral ons gevoel volgen. Liedjes maken waarvan we zelf denken dat ze een bijdrage kunnen leveren aan iemands welzijn.’

Noem dat alleen niet zoeken naar authenticiteit. Tennant: ‘Ik spuug op dat woord. Er is decennialang niks veranderd. Nu zijn het weer al die jongens met akoestische gitaar die zo lekker dicht bij zichzelf zouden staan. Ik vind het vaak niet meer dan narcistische masturbatie die niks met authenticiteit te maken heeft.’

Dáár wilde Tennant dan wel een liedje over schrijven, Burning The Heather, dat met Bernard Butler op akoestische gitaar misschien wel het mooiste nummer van Hotspot is.

Het begint met een omfloerst zingende Tennant:

You’ve got me all wrong
I’m not that guy
I’m just the singer of the song in my mind’s eye

De zanger: ‘Ik weet niet zo goed waar het met popmuziek heen moet en al helemaal niet wat onze rol daarbinnen is. Maar dat ik echt klaar ben met dat zelfbeklag van jonge twintigers die zichzelf veel te serieus nemen is zeker. Als dat de ideale pop van deze tijd is, dan maar geen pop.’

Pet Shop Boys: Hotspot. V2 Records

Tekstboek

Een bundel songteksten die zich laat lezen als volwaardige poëzie. Dat is de eind 2018 verschenen bundel One Hundred Lyrics and a Poem van Pet Shop Boyszanger en tekstschrijver Neil Tennant. Samen vormen de liedjes een mooi, soms droevig beeld van het Groot-Brittannië van de laatste vijf decennia. Tennant schrijft over mensen aan de zelfkant, over aids, vergankelijkheid en opgroeien in suburbia. Schitterend zijn ook de korte, vaak ontroerende toelichtingen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden