Persfotografie

Wat moet er beslist niet mee naar het volgende millenium? Martijn van Calmthout ziet geen toekomst voor het leugenachtigste product van de camera, de nieuwsfoto....

ER bestaat een beroemde foto van de grote roerganger Mao op een witte pony, gemaakt tijdens de Lange Mars in 1947, ergens in Noord-China. Aan zijn zijde rijdt Jiang Qing, zijn vrouw. De prent gold lang als een van de symbolen van de Chinese Revolutie, een zinnebeeld van geschiedenis.

In november 1976, slechts enkele dagen na de dood van de dictator, verscheen de foto opnieuw in de Chinese media. Maar er was iets veranderd. Dankzij de retouche-penseel was Jiang Qing verdwenen. Het nieuwe regime wilde kennelijk niet dat de legende van Mao werd bezoedeld door Mao's vrouw en haar verdorven Bende van Vier.

Manipulatie van foto's lijkt bij uitstek verbonden met totalitaire regimes. Hele boeken zijn er verschenen over verdwenen, want uit de gratie geraakte omstanders rond Stalin, Lenin, Mao, Hitler. Fictieve massa's juichen hen dankzij knip- en plakwerk toe. De verlichte lezer glimlacht er om; wat een onbeholpenheid vaak, en wat een hoogmoed ook te denken dat de werkelijkheid niet hardnekkiger is dan totalitaire fictie.

De fotocamera, stelde in deze krant onlangs een recensent vast over Century, het vijf kilo zware fotoboek van Sunday Times-beeldredacteur Bruce Bernard, maakt deze eeuw tot de eeuw van het nieuws. Beelden, foto's bij uitstek, geven woorden inhoud. Ze vullen als vanzelf ons historisch bewustzijn. Het huilende meisje na de napalmbommen in Vietnam, Jack Ruby die Lee Harvey Oswald neerschiet, de dode Che Guevara, de PSP-poster met blote vrouw en koe, Salvador Allende met machinepistool in zijn rokende paleis: een enkel beeld roept meer op dan een boek vol woorden. Meer gevoel, meer herinneringen.

Allemaal waar, maar in de nadagen van dezelfde twintigste eeuw van het beeldnieuws is het juist die verleidelijke toegankelijkheid van de foto, die tot ernstig nadenken stemt. Is deze toegankelijke boodschapper wel betrouwbaar genoeg om ons wereldbeeld zo onverbiddelijk te mogen bepalen?

De laatste jaren heeft dezelfde verlichte lezer alle reden om de glimlach over een paar kleinzielige dictators achterwege te laten. Als er iets liegt, is het, dankzij een aantal recente technische ontwikkelingen, de hedendaagse camera wel. De foto, in elk geval de nieuwsfoto, moet derhalve onverwijld bij het grof vuil.

Is het zo erg, dan? Erger dan de brave vakantiefotograaf misschien vermoedt. In de hedendaagse pers verschijnt geen foto zonder dat die door een beeldbewerkingsprogramma als Adobe Photoshop is gehaald. In het gunstigste geval zijn contrasten kunstmatg versterkt, kleurstellingen verbeterd, smetjes verwijderd. Alles in dienst van het drukprocédé, zoals de fotograaf dat vroeger met de hand deed.

In het ergste geval zijn echter alle lichamelijke imperfecties weggewerkt, vlekken op de tanden, kringen onder de ogen, maar ook piramides verplaatst, doden tot leven gewekt, paarden voorzien van een hoorn op het voorhoofd. Waar houdt dan de werkelijkheid op, en begint de fantasie? De argeloze lezer weet waarschijnlijk niet eens dat hij het zich alle dagen moet afvragen. De ingrepen zijn namelijk onzichtbaar, want technisch pefect.

Waarschijnlijk dankt een aantal van de grote historische foto's, de emblemen van deze eeuw, zelfs zijn grote bekendheid aan manipulatie die fotografisch vakmanschap nu eenmaal met zich meebrengt: doordrukken, kaderen, anders belichten. Maar tot de komst van de computer waren zulke ingrepen relatief zeldzaam vakwerk. Sinds een paar jaar kan iedereen voor pakweg duizend gulden zelf op zijn computer aan de slag. Met de sproeten van moeders, de buik van pa en andere vakantie-ongemakken. Of met ons wereldnieuws.

De documentaire waarde van de foto, en de nieuwsfoto in het bijzonder, is daarmee een illusie geworden. Wat niet wil zeggen dat alle foto's in kranten en tijdschriften, laat staan in de familiealbums, fake zijn. Zoveel is daarmee nu ook weer niet te winnen. Maar alleen al de mogelijkheid dat er op een ontraceerbare manier is gesjoemeld, maakt de foto als betrouwbaar medium voltooid verleden tijd.

Is er helemaal geen toekomst meer voor de foto? Zeker wel. De foto zal eindigen waar hij dik anderhalve eeuw geleden begon, als een kunstvorm, een subjectieve uiting van een kunstenaar die iets vertellen wil. De eerste fotopioniers, Niepce en Daguerre, waren niet toevallig schilders die in de jaren dertig van de vorige eeuw zochten naar nieuwe methoden om indringende beelden te scheppen. Dat de toeschouwer er een diepe realiteit aan toekende, dieper dan aan hun tekeningen of schilderijen, hadden ze aanvankelijk ook nooit voorzien.

Rest de vraag hoe die onweerstaanbare neiging om onze eigen ogen nu eenmaal te geloven, is af te leren. Misschien door in het vervolg iedere foto in de krant te bekijken alsof het een reclamefoto is. Geen toevallige kiek, geen objectieve neerslag van de werkelijkheid, maar een beeld dat letterlijk gemaakt is. Door iemand die een doos zeep wil verkopen. Of een waarheid. Desnoods door te liegen zonder blozen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden