InterviewPerfume Genius

Perfume Genius: ‘Je moet niet te veel aan verwachtingen willen voldoen’

Perfume Genius Beeld Beggars Group

Mike Hadreas, alias Perfume Genius, had het als gay in zijn leven niet makkelijk, en dat hoorde je terug in zijn muziek. Nu is hij een boegbeeld van de lhbti-gemeenschap. Op zijn nieuwe album klinkt hoop door.

Strijkers strelen en een piano pingelt terwijl de 39-jarige Mike Hadreas, alias Perfume Genius, zijn leven overziet. Hij heeft de helft achter de rug. Laat dat deel maar wegdrijven. ‘It was just a dream I had.’

Vervolgens komt een steelgitaar aanwaaien en barsten violen open als een boeket rode rozen. Dit is hartverscheurende schmalz in de categorie Patsy Cline en Roy Orbison, mooi tranentrekkend sentiment van voor de tijd van rock-’n-roll. In een dramatische, bergbeklimmende finale – denk Orbisons Crying – zingt Hadreas: ‘I... Leave…Them… Behiiiiind.’

Het nummer Whole Life, de opener van het nieuwe album van Perfume Genius, rekent af met het verleden en bereidt zich voor op de toekomst. Hadreas lijkt er optimistisch over. Is hij gelukkig?

Hadreas: ‘Ik meet alles af in niveaus van verdriet. Ik zit nu iets hoger. Ik ben hoopvol.’

Op het Skypescherm vanuit Los Angeles verschijnt een grijns die zich verontschuldigt voor het feit dat hij er ook niet meer van kan maken.

Maar zo ellendig als het was, zal het niet meer worden. Als enige openlijke homoseksueel op zijn middelbare school in Seattle werd Hadreas uitgekotst en gepest om zijn vrouwelijkheid en in elkaar geslagen door het footballteam. Er was huiselijk geweld en later kwamen daar een drugs- en alcoholverslaving bij.

Een stevige bodem voor een carrière in de kunst. En vanaf zijn debuut Learning  uit 2010 confronteerde Hadreas de luisteraar met zijn ervaringen, in liedjes waarin openhartigheid en rauwe emotionaliteit leidender waren dan songstructuur.

Hadreas’ vijfde album, Set My Heart on Fire Immediately, is stevig verankerd in de pophistorie, met songs die zich ongegeneerd overgeven aan de vers-refreintraditie. Naast de verwijzingen naar jarenvijftigpop, klinkt Hadreas soms als Motown, soms als Serge Gainsbourg, soms zelfs als Bruce Springsteen. Haast achteloos is hij in zijn gayness terwijl Queen, een nummer van zijn doorbraakalbum Too Bright, een bitchslap was in het gezicht van homofoben. Opstandig werd de goegemeente uitgedaagd om recht in het gezicht te kijken van alles wat ze verachtelijk vindt aan homoseksualiteit. ‘Ken je je eigen flikker niet? Gebarsten, verveld en vergeven van de ziektesn’. In de videoclip zingt de bepruikte terreur op hakken ‘No family is safe when I sashay’.

Nu? Op On The Floor droomt een romantische Hadreas ervan dat een zekere ‘hij’ zijn gezicht dicht bij het zijne brengt. Met de speelse naïviteit van een meidengroep uit de jaren zestig. Madonna’s True Blue is queer geworden.

Hadreas: ‘Het voelt niet bevredigend meer om op de oude manier te zingen. Sommige van die songs zijn in hun kern heel opstandig. Ik was boos, zong tegen mensen aan. Nu zing ik voor ze. Ik probeer niet over te halen of uit te dagen. Dit is voor de mensen van wie ik houd. Ik wilde ze op een warme manier tegemoet komen, ook in meer complexe en trieste liedjes.’

Mooiste voorbeeld is Jason, waarin Hadreas een seksuele verkenning tussen twee jongens beschrijft waarin onwennigheid en verlangen schuchter om elkaar heen draaien. Hadreas zingt dat er geen haast is. Dat hij weet dat er een hoop loskomt, als je liefde binnenlaat op een plek waar het al die tijd al had moeten zijn. Het klinkt als iemand die zijn eigen ervaring aanwendt om een ander te helpen. Vijf jaar geleden had zo’n song niet kunnen schrijven. 

Hadreas: ‘Pas toen ik aan het bewuste voorval terugdacht herinnerde ik me de warmte en de tederheid en kon ik er iets mee. ’

En dat is wat hij wil. Zich meer verbonden voelen met zichzelf en anderen. Op muzikaal vlak meer samenwerkingen aangaan.

‘Veel van mijn muziek ging, haast obsessief, over ergens anders naartoe gaan, iemand anders willen zijn. Dat wil ik nu in mijn leven met de mensen die ik liefheb bewerkstelligen.’

Hiervoor bouwde de outsider met zijn partner Alan Wyffels zijn eigen ‘nestje’ in Los Angeles.

‘Ik heb het me gemakkelijk gemaakt in die outsiderpositie waarin ik van jongs af aan, door het pesten, werd gedwongen. Ik maakte mijn eigen wereldje dat ik zeer ben gaan waarderen. Bovendien had ik de romantische notie dat ik me als artiest moest afzonderen om te kunnen scheppen.’

Maar er was een wereld daarbuiten, en de Amerikaanse choreograaf Kate Wallich heeft hem uit de tent gelokt. Wallich zag een foto van Hadreas waarop hij op het podium zijn rug ver naar achteren kromde. Ze was ervan overtuigd dat zo iemand ook kon dansen en vroeg Hadreas voor het muzikale gedeelte van haar project The Sun Still Burns Here.

Tien minuten na de kennismaking lag hij over de vloer te rollen met de dansers.

‘Ik wiegde op een gegeven moment een wildvreemde in mijn armen. Het stuk vereiste intimiteit en een ongegeneerde omgang met je eigen lichaam. Daardoor voelde ik me ongemakkelijk en totaal ontwricht. Maar na verloop van tijd opende zich een deur naar iets prachtigs en helends.’

Hij is er inmiddels achter dat hij zijn beste werk maakt als hij zich buiten zijn comfortzone begeeft. ‘Je moet jezelf uitdagen, niet te veel aan verwachtingen voldoen, van jezelf of die van anderen.’

Ook al heeft hij met sommige verwachtingen van zijn fans totaal geen moeite. Omdat Hadreas’ repertoire zo is verweven met zijn seksuele identiteit, is hij ook een beetje een boegbeeld geworden voor de lhbti-gemeenschap.

‘Maar ik heb nooit het gevoel gehad dat hun verwachtingen me dwongen om over mijn seksualiteit te zingen. Dat is niet iets wat ik er bewust instop. Er gaat geen gay kruidenpoeder overheen. Zo komt het er nu eenmaal uit. En als ik daarmee een deel van mijn publiek een hart onder de riem steek, dan is dat alleen maar geweldig.’

God weet dat hij zelf enorme steun heeft gehad aan de vanzelfsprekende manier waarop een gay artiest als Rufus Wainwright vóór hem over zichzelf zong.

Hadreas: ‘Ik ben dol op Rufus. Er waren niet zo veel voorbeelden aan wie een onzekere 15-jarige zich aan kon optrekken en ik was daar zó naar op zoek. Nu nog probeer ik wat van mijn eigen ervaring in het werk van anderen te voelen. Het verlicht de eenzaamheid.’

In de popwereld hoeft nu niemand meer zijn geaardheid te verbergen en de protagonist van een tv-serie mag homo zijn zonder daarmee te worstelen. Toch gelooft Hadreas niet dat homoseksualiteit  geen rol meer zou spelen in popcultuur. Want het werk van een homoseksuele artiest is ook altijd gay. Of het nou de liedjes zijn van Rufus Wainwright of het werk van de machtigste man in de televisiewereld, regisseur en producent Ryan Murphy. Murphy schonk de wereld series als Glee, Pose en HollywoodHadreas weet ook wel dat er een massapubliek is voor Rufus en een serie als Pose, over de clubscene van homo’s en transgenders in het New York van de jaren tachtig.

‘Maar ik merk ook dat veel mensen een bewuste keuze maken om naar Wainwright te luisteren of om naar Murphy te kijken omdat hun homoseksualiteit alleen ze interessant maakt. Dat feit geeft het voor sommige mensen al een bepaald cachet. Is dat erg? Ik weet het niet.’

En homoseksualiteit gepresenteerd als schrijnend issue? Het lijkt te hebben afgedaan. Alleen met minder verlichte tijden of locaties als decor kan het nog. Zoals in Murphy’s Hollywood, waar een groepje jonge onaangepasten – homoseksueel, zwart, Aziatisch – in het Hollywood van de jaren veertig hun film proberen te maken.

Hadreas heeft de serie nog niet uitgekeken, maar de interviewer wil wel verklappen dat een en ander op een haast ondraaglijke positieve toon eindigt. Hoed u voor een happy end!

Hadreas twijfelt: ‘Maar hebben we dat soms gewoon niet nodig? Ook al geloof je er niet echt in. Ook al denk je dat het bullshit is, je put er op een bepaald niveau genoegdoening uit. Als je al zo vaak hebt gezien dat het slecht afloopt, snak je juist naar zo’n happy end... Toch?’

Perfume Genius – Set My Heart on Fire Immediately (Matador Records)

Machokant

Voor de clip van Describe, de eerste single van Set My Heart On Fire Immediately, werd Mike Hadreas een macho en worstelde met anderen met ontbloot bovenlijf. Was opstandigheid. ‘Ik wilde laten zien dat dit net zo goed deel uitmaakt van mij. Als je erover nadenkt, is zulk gedrag net zo campy, net zo theatraal als die feminiene kant die ik hiervoor meestal liet zien.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden