Perfecte punkliedjes zinderen tot achterin de sfeervolle arena

Muziek..

Rotterdam Billy Joe Armstrong had natuurlijk clown willen worden, mimespeler of spektakeltheateracteur. Werd hij niet, hij ging voor zanger/gitarist en maakte zijn Californische driemansband Green Day tot ’s werelds grootste reizende punkcircus.

In die rol kan hij al zijn talenten onderbrengen, zoals vrijdag blijkt in de uitverkochte Rotterdamse Ahoy. Armstrong speelt met het publiek, trekt meisjes het podium op om een nummertje mee te zingen of waterpistoolgevechten mee te houden, hij zwaait met een enorme supersoaker, schiet wc-rollen het publiek in, en T-shirtkogels met een nogal gevaarlijk luchtdrukkanon. Dikke pret, kortom, en je moet wel een heel zure punk zijn, wil je niet worden aangestoken door die relaxte meligheid.

Als je Green Day zo vrolijk fröbelend bezig ziet, zou je niet zeggen hier met een maniakaal perfectionistisch bandje te maken te hebben, dat jaren schaafde in de studio aan een nieuw conceptalbum, de opvolger van de rockoperaplaat American Idiot uit 2004. Met 21st Century Breakdown heeft Green Day een reeks strakke punkpopliedjes toegevoegd aan het al heel rijke repertoire, en het beloofde wat voor de gelijknamige tournee.

En wat ziet ook die er fijn verzorgd uit, met een adembenemend podium badend in een stijlvolle licht- en vuurwerkshow. Met een topfitte Armstrong naast de ook al zo energieke bassist Mike Dirnt en opperclown/drummer Tré Cool, en dus die perfecte punkliedjes.

Je denkt de nieuwe Green Day-nummers al jaren te kennen en ze lijken ook allemaal wel op iets wat je al vaker hoorde, maar toch zijn Before The Lobotomy en Know Your Enemy weer verslavend leuk, en live, met veel Brits aandoende bravoure neergezet, zinderend tot achterin de volle bak. De gitaarmuur van het hyperpuntige Static Age staat zo solide dat het eigenlijk jammer is als er een gat in wordt geslagen, voor opnieuw een dolletje met het publiek, geklier met een opblaasgitaar, een hillbilly hoedenact. Speel die straffe punk nu eens een half uur ononderbroken en duw het ons door de strot, ga je halverwege de show even denken, maar dan laat je je toch weer kietelen door de charmes van Armstrong.

Met het oudere werk in het tweede deel van het dik twee uur durende concert is het gepiel gelukkig even klaar. De onweerstaanbare punkanthem Basket Case (‘sometimes I give myself the creeps’) van de plaat Dookie uit 1994 mag in volle glorie door Ahoy stuiteren, net als Minority, gloedvol meegebruld door de sfeervolle arena. Het is bij teksten als ‘I don’t need your authority, down with the moral majority’ echt even alsof punk not dead is: de overtuiging spat van het podium. Ook bij de door Armstrong solo gespeelde ode aan zijn vader Wake Me Up When September Ends, met heftige akoestische gitaar en imponerend goed gezongen. Een erg complete entertainer, deze Billy Joe, en wat is zijn Green Day een mooie fakkeldrager voor de (pret)punk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.