Paulus de Boskabouter of Het dubbelleven van Jean Dulieu

Veel succesvoller kon een Nederlandse schrijver van kinderboeken niet zijn dan Jean Dulieu met Paulus de Boskabouter

Een schriel kereltje met een kaal hoofd, ondanks zijn witte baard en eeuwige pijp zonder leeftijd, vrijwel geslachtsloos en eeuwig vrijgezel. Paulus de Boskabouter, wie kent hem niet? Wie geboren is tussen, ongeveer, 1945 en 1980 kan hem onmogelijk gemist hebben. De goeiige kabouter die woont in een holle boom in een donker bos. Bijgestaan door zijn wijze vrienden, de uil Oehoeboeroe en de raaf Salomo, en de domme das Gregorius, verijdelt hij telkens de snode plannen van de heks Eucalypta, die weer wordt geholpen door de geslepen Rein de Vos. En dan is er nog de overloper Krakras, een kale kraai die alles verklikt - misschien de ergste.

Paulus de Boskabouter werd in de hongerwinter van 1944-1945 bedacht door vioolspeler en poppenmaker Jan van Oort, die de schrijversnaam Jean Dulieu aannam. Het verhaal verscheen vanaf 1946 als strip in dagblad Het Vrije Volk. Dulieu trok door het land met Paulus als poppentheater. Beroemd werd het hoorspel, vanaf 1955 uitgezonden door de Vara-radio, en in 1967 kwam Paulus op televisie. Bijna alle stemmen werden ingesproken door Jean Dulieu, die ook de poppen maakte. In 1974 volgde een nieuwe, minder geslaagde serie over Paulus op tv, gemaakt door Thijs Chanowski; die serie werd eindeloos herhaald. Intussen verscheen Paulus gestaag in boekvorm - eversellers als Paulus en de hulpsinterklaas, en als hoorspel op lp's. Meer succes kon een Nederlandse kinderboekenschrijver eigenlijk niet hebben.

Schrijfster Dorinde van Oort werd ongeveer tegelijk met Paulus geboren, in 1946. Zij droeg ook bij aan het succes van de kabouter. Als kleuter raakte zij haar knuffel, het olifantje Wawwa, kwijt. Dankzij de hulp van Paulus lag haar lieveling 's morgens weer in haar bedje. Het avontuur leidde tot Paulus en Wawwa (1952). Toen ze een jaar of tien was, leende ze haar meisjesstem aan Prinses Priegeltje. Nu, in 2012, is ze Dulieus biograaf. Maar al die tijd was ze zijn dochter.

Dat viel niet mee. Een getalenteerde kinderboekenschrijver en -tekenaar is niet vanzelf een kindervriend, en evenmin een geboren huisvader. Al richtte hij zich tot kinderen, Dulieu schreef en tekende vooral over zichzelf en de boze buitenwereld.

Jan van Oort was een moeilijke man. Hij twijfelde lang of hij vioolspeler of beeldend kunstenaar moest worden. Kunstenaarschap zat in de familie: zijn vader Hendrik was een bekende concertzanger, zijn grootvader van moederskant, Johan Braakensiek, een bekend tekenaar van spotprenten. Jan koos voor de muziek, bezocht het conservatorium, werd violist in het Concertgebouworkest, maar zijn grote passie was het niet: hij wilde scheppen, niet uitvoeren. Echt plezier had hij in het maken van poppen. Hij besloot van zijn hobby zijn beroep te maken, en met succes. Maar ook dit was het niet. Hij wilde eigenlijk schrijver zijn. Een echte schrijver, voor volwassenen. Hij schreef drie autobiografische romans, maar er was geen uitgever die ze wilde hebben: te hoogdravend, te gewild literair. Als schrijver bleef hij veroordeeld tot zijn succesnummer Paulus.

Zijn privéleven was al net zo ingewikkeld en halfslachtig. Al heel jong weet Jan van Oort dat hij niet geboren is voor het huwelijk; hij zit nu eenmaal het liefst in zijn eentje te schrijven of te tekenen. Uit angst een zonderling te worden én uit onvermogen om zijn meisje teleur te stellen, trouwt hij toch, met Kitty Sijmons.

Na de bruiloft verdwijnt hij drie weken. Zijn biograaf ontdekt waar hij vermoedelijk zat: in de Sint Paulusabdij in Oosterhout. Zijn hele leven zou Dulieu een hang houden naar het kloosterleven, en zou hij geregeld vluchten. Als het huis op Terschelling langdurig verbouwd moest worden of als hij hard aan het werk was, stuurde hij zijn gezin - hij kreeg vier kinderen - uit logeren bij de grootouders. Waren ze er wel, dan vertrok hij op de scooter naar Denemarken of Italië om inspiratie op te doen. Toen de kinderen in de puberteit kwamen, ontstak hij vaak in razernij over hun

gedrag. Intussen bleef zijn vrouw Kitty hem trouw. Zij, de sussende instantie, was er trots op dat 'niemand ooit iets had gemerkt' van alle turbulentie.

Althans, zo ging het volgens zijn biograaf. En wie zal het betwijfelen. De dochter was er immers bij. Bovendien had zij na zijn dood in 2006 de beschikking over zijn onthullende dagboeken, waarin hij al zijn twijfels en verscheurdheden analyseert, en over de brieven die hij schreef aan Kitty en aan zijn vele, kortstondige vrienden.

Telkens was er weer een vriend, een programmamaker, collega of dorpsgenoot, die hij een tijdlang verafgoodde, en telkens liep de vriendschap stuk omdat de vriend niet aan de hoge verwachtingen kon beantwoorden. Hij eindigde alleen, in Arnhem, vlak bij een Paulusbos, nog net niet in een holle boom. Met bijna iedereen, inclusief zijn kinderen, was hij min of meer gebrouilleerd.

Hoe moeilijk moet het zijn om een biografie te schrijven over je bloedeigen vader, tevens publieksbezit? Een leven waarvan je zelf deel uitmaakte, in een eigenaardige familie die ook jou heeft voortgebracht, een man die je in de eerste plaats kent als mens, niet als beroemdheid?

De biografe zegt in haar voorwoord, dat ze 'een zo objectief en realistisch mogelijk beeld' heeft willen geven 'van het leven en de artistieke ontwikkeling van Jean Dulieu'. Daarbij heeft ze, schrijft ze, 'mijn eigen relatie met mijn vader bewust buiten beschouwing gelaten, tenzij die relevant was in verband met zijn levensloop'. Dat laatste is al enigszins cryptisch: wanneer is iets 'relevant'?

In de volgende alinea wordt het nog ingewikkelder. De schrijfster heeft 'ook persoonlijke redenen gehad' om zich in haar vaders leven te verdiepen: 'Ik heb vanaf mijn jeugd altijd met raadselen geleefd, omdat hij bij uitstek een 'onkenbare ouder' was, met gedrag en reacties die vaak onvoorspelbaar en onverklaarbaar waren. Al vroeg was het mij duidelijk dat er geheimen in de familie moesten leven, en dat die een verwoestende werking hadden op Dulieus leven én op zijn gezin. Deze zoektocht heeft dan ook mede gediend om helderheid te krijgen in mijn eigen relatie met hem.'

Een moeizame tournure: de eigen relatie met de vader buiten beschouwing laten, om vervolgens, met het masker van de 'objectieve' biograaf op, tóch inzicht te krijgen in die relatie. Het is dan ook niet gelukt; de biografie maakt totaal niet de indruk van een objectief verhaal. Ook al gaat de biografe volgens alle regelen der kunst te werk en baseert zij zich keurig op bronnen, de waarheid achter de 'raadselen' raakt haar. De biograaf kón niet objectief zijn, want de geheimen en onthullingen die de dochter voor haar kiezen kreeg. liegen er niet om.

Dit moet niet fijn zijn voor een dochter om te lezen. Passages in het dagboek waaruit blijkt dat de matige violist Van Oort zijn baantje in het Concertgebouw te danken had aan het onvrijwillige 'vertrek' van Joodse orkestleden. Een brief aan verloofde Kitty waarin hij opgetogen schrijft dat zij een woning in de Amsterdamse Rivierenbuurt kunnen krijgen, dankzij een geweldig 'plannetje' van de chef van de Woningdienst: deze registreert woningen van Joden die moeten verhuizen naar de Transvaalbuurt (handig bijeen, om vandaar naar het concentratiekamp gebracht te worden) en sluist de vrijgekomen woningen door naar 'sympathieke huizenzoekers'. 'Dat geeft hoop hè!', schrijft Van Oort.

Een ander drama was Dorinde van Oort al bekend. Zij schreef erover in Vrouw in de schaduw (2006). Het is het verhaal van Jans vader, de zanger Hendrik van Oort, en diens derde vrouw An Beets, Jans stiefmoeder. Voor haar huwelijk is zij de huishoudster en minnares van de effectenhandelaar H.C. Oud. An raakt zwanger van diens zoon, de latere politicus Pieter Oud. H.C. Oud geeft An geld om het kind weg te laten halen; ze brengt het kind onder bij haar zus en trekt zelf in bij de oude Oud. Deze doet op zijn sterfbed een flinke schenking aan Hendr

ik van Oort, mits hij met An trouwt. Zo geschiedt. De villa die het echtpaar in Soest koopt, weet An op háár naam te krijgen, en vervolgens doet ze pogingen om haar echtgenoot - Jans vader - te vergiftigen. Als dat mislukt, weet ze hem in een krankzinnigengesticht geplaatst te krijgen.

Het lastige aan Vrouw in de schaduw is dat het geen roman is maar ook geen nonfictieboek. Van Oort baseerde zich op bronnen, maar gaf haar vader en grootvader andere namen. Zo beschreef ze de werkelijkheid, zonder de plicht om de beschuldigingen keihard te bewijzen. Nu, in de biografie, vertelt ze het hele verhaal weer, maar nu gaat het wel degelijk over haar vader en grootvader. En dat is pijnlijk. Dulieu kon het aanvankelijk namelijk opperbest vinden met deze griezelige An, en hielp mee om zijn vader, die hij haatte, in het gesticht te krijgen. Daarover voelde hij zich later schuldig.

Overigens is het bewijs dat de biograaf aanvoert voor de moordplannen nog steeds flinterdun. Zij 'weet' het gewoon en ziet haar bewijs in kleine voorvallen, zoals een onverklaarbare valpartij en mysterieuze buikklachten van vader van Oort. Ook een andere bewering, dat Dulieu homoseksueel zou zijn - dat verklaart zijn moeizame relatie met vrouwen, zijn hang naar het monnikenleven en zijn gepassioneerde mannenvriendschappen - wordt niet overtuigend onderbouwd.

Vaak is de kinderwoede van de volwassen schrijfster voelbaar. In een tussenzinnetje schrijft ze dat haar moeder, de lieve Kitty, toch bij ruzies altijd partij koos voor de driftige vader. In 1965 komt broer Piet, een lastige jongen die dronk en drugs gebruikte en door Dulieu naar een internaat werd gestuurd, met een brommer onder een trein. Op slag dood, nog geen 16. Zijn zus schrijft nu dat het ongeluk haar vader eraan herinnert 'dat hij zelf geen kind meer is, maar een falende vader'. Alsof het zijn schuld was. Een andere biograaf zou zoiets niet graag voor zijn rekening willen nemen.

Nee, een objectief levensverhaal is Paulus de Boskabouter niet geworden. Gelukkig maar. Juist de ontzetting en de afkeer van de dochter, die doorzoekt naar wat ze eigenlijk niet wil weten en toch recht wil doen aan de bijzondere man die Dulieu was, geven dit boek een spannende onderstroom. Geen perfecte biografie, maar een aangrijpende geschiedenis.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden