Achtergrond

Paulien Cornelisse vraagt uw aandacht voor de ingeademde ‘ja... ja.. ja. j. .’

null Beeld Elki Boerdam
Beeld Elki Boerdam

Paulien Cornelisse vraagt aandacht voor een belangwekkend vagetaalfenomeen: de ingeademde ja. U denkt misschien dat u er nog nooit van hebt gehoord, maar dat u hem hébt gehoord, is wel zeker. Wat betekent het, als je inademend praat?

Toen ik net begon in de wereld van het cabaret, had ik een aantal grapjes in mijn repertoire, die soms wel werkten en soms niet. Eén grapje werkte echter altijd en dat gebruikte ik dan graag als afsluiter, om de mensen en mijzelf toch nog met een niet al te negatief gevoel de avond in te sturen.

Het grapje ging over vrouwen die ‘ja’ zeggen terwijl ze inademen. Ik zag daar een bepaald type ‘vage’ vrouw bij, met een paars gewaad en misschien wel een ketting van hout of vilt. Als je tegen deze vrouw praatte, begreep ze je altijd volledig. Ze had haar ogen dicht, knikte je desondanks toe en zei, al inademend: ‘Ja... ja... ja...’

Er zat nog wel een soort punchline achter deze observatie, maar die schrijf ik maar niet op. Laten we zeggen: je had erbij moeten zijn.

Omdat dat grapje nu eenmaal dat grapje was, heb ik me er destijds niet echt in verdiept. Terwijl: wat ís dat? Waarom ademen sommige mensen in terwijl ze praten?

Officieel heet inademend praten ‘ingressieve spraak’. Bijna iedereen doet het weleens. Stel je eens de volgende situatie voor: je moet snel een horde kinderen tellen, je bent aan het einde van je adem, zou eigenlijk moeten inademen, maar dan zou je je telritme kwijtraken. Dus tel je een paar kinderen op je inadem en ga je naadloos over op je volgende uitadem.

Inademend tellen heeft een aantoonbaar praktisch nut. Dat kunnen we niet zeggen van de ingeademde ja. De fictieve vrouw met het paarse gewaad zou best uitademend ja kunnen zeggen, maar dat doet ze niet.

Zelf had ik de indruk dat elke ingeademde ja in principe moet overbrengen: ‘Ik hoor je, ga door.’ Als ik rondvraag om mij heen, blijkt lang niet iedereen het zo te zien. Een kennis ziet het meer als een manier om aan te geven: ‘Ander onderwerp graag.’ Twee vrienden associëren het uitsluitend met hun moeders, die het aan de telefoon deden met zussen of vriendinnen. Een bevriende acteur zegt het weleens te doen om komisch uit de hoek te komen, maar vindt het eigenlijk ‘te makkelijk’, waarmee hij bedoelt dat het al bijna een cliché is. Het gebeurt in Nederland dus zo vaak dat mensen het (massaal) herkennen, maar het is tegelijkertijd een beetje een vergeten fenomeen; je kunt het niet opzoeken in het woordenboek en er is vrijwel geen onderzoek naar gedaan.

Onderzoek 

Dus wend ik mij tot de deskundige op het gebied van vagetaalfenomenen: Mark Dingemanse, universitair hoofddocent aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Hij deed onder meer onderzoek naar het woord ‘huh?’ en zegt desgevraagd over de ingeademde ja: ‘Het is precies een voorbeeld van iets waar ik over geschreven heb en dat ik liminal signs heb gedoopt: van die dingen die we allemaal herkennen en gebruiken maar die net-niet-net-wel tellen als woorden. Klikjes, zuchten, snifjes en ook dus de ingeademde ja. Een schrille angstkreet of een nies is geen taal. Een ‘help!’ of ‘gezondheid!’ is dat wel. Maar deze dingen vallen daar precies tussenin – het zijn grensgevallen, en daar maken we dankbaar gebruik van.’ Hoe dan? ‘Nou, die liminal signs kunnen hun werk ‘onder water’ doen. Je communiceert er iets mee. Maar wat dat is, is niet helemaal grijpbaar of bevraagbaar. Dat is enorm handig voor precies die dingen die we soms willen ‘zeggen’ zonder ze hardop te zeggen.’ Zoals? ‘Een afkeurende noot. Een teken dat je me in de rede viel. Of zoals hier een ongedefinieerd signaal van invoeling. Dat ongrijpbare maakt de betekenis van deze liminal signs haast nog pregnanter dan wanneer je die zou uitspellen.’

Ooit hoorde ik dat de Zweden grootverbruikers zijn van ingressieve spraak. Misschien weten ze ook waarom ze het doen. Ik bel Nederzweed Jasper van Kuijk. Hij vertelt dat het zowel op het woord ‘ja’ gebeurt als op het woord ‘jó’ (spreek uit ‘joe’). Dat laatste betekent ongeveer ‘jawel’. Jasper associeert het met oudere dames. Maar zijn eigen neef doet het ook veelvuldig.

En wat voor soort ‘ja’ is het? Alleen een ‘ik hoor je’-ja, of ook wel een ‘ik ben het met je eens’-ja? ‘Het kan allebei’, zegt Jasper, maar hij vindt het moeilijk om nou precies te zeggen wat het betekent. Dat klopt volledig met de liminal signs-theorie van Dingemanse. Liminal signs ontlenen hun kracht aan hun ongrijpbaarheid.

Omdat Zweden zo graag inademend praten, is het niet verbazingwekkend dat de grote inademexpert daar ook vandaan komt: Robert Eklund, docent aan de universiteit van Linköping. Hij houdt zich bezig met middeleeuwse snaarinstrumenten, dierengeluiden en inademend praten. Hij is derhalve een drukbezet man. Noodgedwongen communiceren wij per e-mail, wat jammer is, want wat zou nu leuker zijn dan over en weer in te ademen via Zoom?

Eklund schrijft dat er door de geschiedenis heen best veel mensen, net als ik, gefascineerd zijn geraakt door ingressieve spraak. Voltaire beschreef al de quakerleider George Fox, die ingressief sprak om indruk te maken op zijn volgers. ‘Het orakel van Delphi had het hem niet verbeterd’, aldus Voltaire.

In 1765 publiceerde David Cranz, een Duitse hernhutter-missionaris, een geschiedenis van Groenland, waarin hij zich verbaasde over het inademend praten van de Inuit. Dat was de eerste wetenschappelijke poging om iets te zeggen over ingressieve spraak.

In Nederland heeft Pieter Sipma, lector in de Friese taal- en letterkunde, in 1949 een lijst aangelegd van woorden die in het Fries werden ingeademd. Hij noemde de woorden ja en nee, maar heeft het ook over de ingressieve t voor het lokken van paarden en de ingressieve f bij plotselinge pijn.

Taal 

Sinds Sipma is het inademend praten in Nederland niet meer bestudeerd. Ik bel verschillende Nederlandse en Vlaamse taalkundigen die voor mij zoeken in getranscribeerde gesproken teksten, maar het levert niets op. Dat heeft er ook mee te maken, zo legt een foneticus uit, dat aan transcribenten meestal expliciet wordt uitgelegd: alleen uitgeademde uitspraken vallen onder ‘taal’.

Desalniettemin weten alle taalkundigen waarover ik het heb. Henk van den Heuvel, spraaktechnoloog aan de Radboud Universiteit, herinnert zich presentator en interviewer Henk Mochel, die zijn programma Rondom 10 volsmeerde met empathisch ingeademde ja’tjes. En inderdaad: op YouTube blijkt het oeuvre van Mochel een mer à boire van ingressieve spraak.

null Beeld Elki Boerdam
Beeld Elki Boerdam

In Nederland is het misschien een wat marginaal, ik zou haast zeggen ‘ontkend’ fenomeen, maar in Zweden kun je de radio of tv bijna niet aanzetten zonder iemand inademend te horen spreken, aldus Eklund. Hoe noordelijker, hoe vaker het voorkomt, waardoor het ook wel ‘de Norrlandse stofzuiger’ wordt genoemd. Maar eigenlijk doet iedereen het.

Zweden denken dat vooral vrouwen het doen, maar Eklund heeft het onderzocht, en dat blijkt niet zo te zijn. Wel wordt er meer ingeademd in ‘same sex’-gesprekken, waaruit Eklund concludeert dat inademend praten iets te maken heeft met je op je gemak voelen.

Vrouwending 

Ik vraag hem waarom men dan zo de indruk heeft dat het vooral een vrouwending is. Hij zegt dat dat komt doordat ingressief praten wordt geassocieerd met backchanneling: dat is het hummen en knikken waarmee je als toehoorder een gesprek op gang houdt. Omdat vrouwen dat in de regel meer doen dan mannen, zouden zij ook meer ingressief ja zeggen.

Maar dat is dus niet zo, en Eklund heeft een onderzoek gedaan waaruit bleek dat inademend praten binnen een andere categorie valt dan backchanneling. Hij liet proefpersonen een reis boeken, ofwel bij een persoon, ofwel bij een persoon waarvan zij dachten dat het een sprekende computer was. Bij zowel persoon als ‘computer’ werd backchannelend gehumd. Maar alleen tegenover de persoon gebruikten zowel mannen als vrouwen ingressieve spraak. Als proefpersonen dachten dat ze tegen een computer praatten, viel dat volledig weg.

De ingeademde ja is dus geen backchannel-methode. Sterker nog, vertelt Eklund, soms is het zelfs het omgekeerde ervan; in Noorwegen kan de ingressieve ja gelden als gespreksafkapper. Dit lijkt op hoe sommige mensen de Nederlandse ingeademde ja interpreteren.

Ik vraag nog aan Eklund waarom ingressieve spraak zo veel voorkomt in het Noorden. Er gaan namelijk stemmen op die zeggen dat het een overblijfsel is van de Vikingen. Dat wijst Eklund van de hand. De Inuit doen het ook, in het noorden van Japan gebeurt het, en trouwens ook in Argentinië en delen van Afrika.

Wel zijn de koudere gebieden oververtegenwoordigd. Ik probeer bij Eklund nog de volgende zelfbedachte theorie: zou het kunnen dat het met koude lucht te maken heeft? Dat je bijvoorbeeld eerder inademend praat als je niet door je neus wilt inademen, die anders misschien te koud wordt? Ik voel mij een gek dat ik het überhaupt voorstel. Eklund mailt ‘haha!’ terug. Maar hij geeft wel toe dat ingressieve spraak vaker voorkomt in koude gebieden. Hij zal er nog eens over nadenken.

Terug naar Nederland. We weten niet wie het doet, of in welke situatie. We weten niet of het regionaal bepaald is, we weten niet of mannen en vrouwen het even vaak doen. Is het iets van oudere mensen? Ook geen idee. We hebben alleen maar ‘anekdotisch bewijs’, en dat is niet veel.

Tijdens mijn studie (rond de eeuwwisseling, psychologie) eindigde elke onderzoekspresentatie met de volgende treurige, leeglopende zin: ‘More research is needed.’ Toch zou ik dat in dit geval ook willen schrijven, maar dan meer als smeekbede. Kan er ergens een student taalwetenschap opstaan die deze missie gaat volbrengen? More research is needed!

Ook dieren doen het

Overal ter wereld ademen (sommige) mensen (soms) in terwijl ze aan het praten zijn. Overweldigend vaak gaat het om het woord ‘ja’, of een equivalent daarvan. In sommige gebieden wordt ‘nee’ ook ingeademend. In sommige gebieden, waaronder Scandinavië, worden ook hele uitroepen ingeademend, denk aan het equivalent van ‘niet te geloven!’ en ‘echt waar?’.

Mensen zijn er niet alleen in, veel dieren maken wel eens inademend geluid. Poezen spinnen in- en uitademend, en ook miauwen gaat vaak op de inadem. Honden, vossen, paarden, ezels, apen en vogels maken geluid terwijl ze inademen. En de Amazonische papegaai doet zelfs álles op de inadem.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden