Interview Paul van Loon

Paul van Loon: ‘Als ik negatieve mensen zie, denk ik bij mezelf: je zou eens een kinderboek moeten lezen’

Paul van Loon in zijn werkkamer. Beeld Erik Smits

Na 22 jaar is Paul van Loons serie Dolfje Weerwolfje onverminderd populair. Ter ere van de kinder­boekenweek deelt hij met de Volkskrant zijn schrijfgeheimen.

Volgens Stichting Lezen en Stichting CPNB blijft de leesvaardigheid en het leesplezier in Nederland maar dalen. Ook onder kinderen. Een schrijver die daar totaal geen last van lijkt te hebben is Paul van Loon. Aan het begin van de Kinderboekenweek verschijnt de 21ste aflevering van zijn successerie Dolfje Weerwolfje, waarvan hij miljoenen exemplaren heeft verkocht. 

Tweeëntwintig jaar nadat de eerste Dolfje Weerwolfje verscheen en miljoenen exemplaren verder, schieten kerels van 30 kinderboekenschrijver Paul van Loon aan tijdens het signeren. ‘Zo’n stoere, getatoeëerde man met baard, die een tijdje van een afstand naar me heeft staan staren. Stevige handdruk. Indringende blik. ‘Bedankt voor Dolfje Weerwolfje!’ En weg is hij weer. Ontroerend vind ik dat.’ De schrijver met zijn eeuwige hoed, zonnebril en doodskopringen heeft van zijn kinderboekenschrijversleven rock-’n-roll gemaakt. Lezingen en schoolbezoeken doet hij niet meer, liever treedt hij op met zijn kinderboekenband Paul van Loon & Andere Snuiters – de hele kinderboekenweek volgeboekt. Signeren doet hij alleen na optredens en als enige kinderboekenauteur tussen helden uit de popcultuur op Dutch Comic Con. Achter dat stoere imago schuilt een gedisciplineerde schrijver die van ’s avonds 9 tot ’s morgens 5 uur werkt, zeven nachten per week, en eindeloos aan zijn taal kan schaven tot een nieuwe Dolfje, Griezelbus of Foeksia de miniheks af is. ‘Er is maar één kritiek die mij kan raken, en dat is dat er ergens aan mijn verhalen iets niet zou kloppen.’

Waarom wilde u een serie over Dolfje Weerwolfje schrijven?

‘Ik wilde in eerste instantie helemaal geen serie maken. Het weerwolfje met een brilletje en wit haar sprong op een dag in mijn hoofd en is nooit meer weggegaan. Hoe hem te noemen? Ralphje Weerwolfje? Wolfje Weer? Ineens viel het kwartje: Dolfje. Henk Kraima, de toenmalige directeur van Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek, zei: dit wordt de Pluk van de Petteflet van de toekomst. Geen idee wat ik met dat soort uitspraken moest. Hoe weet die man dat? Maar kort daarna won ik voor het eerst de Kinderjury.’

Hoe bent u op de nieuwste, eenentwintigste Dolfje Weerwolfje gekomen?

‘Voor mijn gevoel overkomt zo’n serie me. Als er niet meer spontaan verhalen ontstaan, stop ik ermee. Dolfje ontvoerd bedacht ik vorig jaar in het vliegtuig terug uit Aruba, hoog boven de wolken, terwijl ik muziek zat te luisteren. Dat zal wel Bach zijn geweest of Metallica, ik weet het niet meer. Toen we landden had ik een uitgewerkt idee in mijn notitieboek. Ik zit vaak over de serie te mijmeren. Van die dingen als: hoe moet het verder met Opa Weerwolf? Want die is al zo oud.’

Deze keer moet Dolfje ‘genezen’ en gewoon een jongetje worden. Daar valt wel wat meer in te lezen dan gewoon een spannend verhaal.

‘Een verwijzing naar de kerk en homoseksualiteit, bedoel je? Geen moment aan gedacht. Hoewel er mensen zijn die door mijn boeken uit de kast zijn gekomen of hebben ontdekt dat ze transgender zijn. Wat ik schrijf, is wat ik ben. Dus er zal vast wat ideologie in zitten. Het is geen geheim dat ik een hekel heb aan uitsluiting. Het thema ‘anders mogen zijn’ speelt vanaf het begin af aan een rol in deze serie. Maar het is geen pamflet. Dat wil ik ook echt niet. Zoiets zou ik zelf als kind niet hebben willen lezen.’

Wilt u nu nooit eens wat anders schrijven?


‘Ik heb niet die druk dat het volgende boek iets heel anders moet zijn dan wat ik eerder heb geschreven. Andere schrijvers schijnen daar erg last van te hebben. Dat lijkt me een zwart spook, dat steeds maar achter je aan zit. Ik moet er niet aan denken. Behalve in een griezelverhaal natuurlijk.’

Hoe schrijft u?

‘Zeven nachten per week, als alles stil is en iedereen slaapt, met al mijn boeken, Dolfje Weerwolfje-knuffels en mijn gitaren om me heen. Negen maanden lang, tot het af is. Dan neem ik een paar dagen rust en ga ik met mijn vrouw en dochter uit eten. Het gaat een groot deel van de tijd vanzelf: het verhaal speelt zich voor mijn ogen af als een film en ik schrijf op wat ik zie. Er komt altijd een punt dat het ineens niet meer lekker gaat. Ploeteren moet ik dan, om tot een inzicht te komen – ‘Aha, dus dáár gaat het over!’ – en dan kan ik het in één ruk afmaken. Zo komt in Dolfje ontvoerd een personage voor dat alleen maar slecht was: Stronk, een schooljuffrouw die jongetjes kan ontweerwolven. Dat werkte niet goed, ik kwam daar niet verder. Pas na een hele tijd bedacht ik dat zij een soort omgekeerde weerwolf is en eigenlijk juist af en toe een goed personage. Meer wil ik er niet over vertellen, want dan verraad ik het hele boek. Nee, van zo’n crisis raak ik niet in de put. Ik weet dat het erbij hoort en ik weet dat de oplossing altijd komt. Daarna is het een kwestie van herschrijven. Ik kan eindeloos prutsen aan de tekst tot die af is.’

De werkkamer van Paul van Loon. Beeld Erik Smits

Hoe zou u uw stijl omschrijven?

‘Ik probeer zo kort en ondubbelzinnig mogelijk te schrijven en mezelf niet te vervelen. Dan zeg ik: dit sukkelt maar door, weg ermee. Ik doe in mijn verhalen niets met computers en mobiele telefoons, daar houd ik niet van. In het begin vermeed ik Engelse woorden, maar die laat ik nu mondjesmaat toe. Engels is zo gewoon geworden. Kleuters roepen: ‘Yes!’ Opa’s zeggen: ‘Cool!’ Dan zou ik die woorden niet heel af en toe mogen gebruiken? Ik doe heel veel moeite om de zinnen er zo gemakkelijk mogelijk uit te laten zien. Ondertussen stop ik veel ironie en grapjes in de tekst. Bijvoorbeeld als Timmie vraagt wat een ‘snoodaard’ is en zijn vader roept: ‘Lezen jullie geen boeken?’ Van het verzinnen van ritmische en rijmende combinaties als ‘tandentrektangen en haarscharen’ kan ik erg genieten. Ik ben er trots op dat heel af en toe iemand mij complimenteert met mijn stijl. Frits Spits noemde mijn werk een keer poëzie op de radio. Hij las het ook heel mooi voor. Daar werd ik wel een beetje stil van.’

Wie is uw voorbeeld?

‘Op de illustratieafdeling van de kunstacademie maakte ik kennis met Max en de Maximonsters van Maurice Sendak. Van Nederlandse literatuur voor volwassenen was ik op de middelbare school niet vrolijk geworden. Door Maurice Sendak zag ik hoe mooi kinderboeken kunnen zijn en koos ik voor dit vak. En weet je wat zo gek is, laatst zat ik het weer door te bladeren en dacht ik: Max trekt een wolvenpakje aan. Een wit wolvenpakje! Max is de eerste kleuterweerwolf! Nooit eerder het verband gezien. Kennelijk is Dolfje Weerwolfje ook een eerbetoon aan Maurice Sendak.’

Wat is de ergste kritiek die u zou kunnen krijgen?


‘Ik zou het jammer vinden als iemand zei dat ik er een potje van maak, dat het rammelt. Maar volgens mij is dat gewoon niet zo. Verder hou ik echt niet van zo graven in het negatieve. Zo sta ik niet in het leven. Als ik negatieve mensen zie, dan denk ik bij mezelf: je zou eens een kinderboek moeten lezen, want daar word je een positief mens van. Ik heb het mooiste beroep van de wereld. Eerst is er niks en dan… pats: een boek. Ik vind dat tovenarij.’

Wie is uw belangrijkste meelezer?

‘Niemand. Zelfs mijn vrouw Hadjidja leest een nieuw boek pas als het gedrukt is. Ze hoort mij natuurlijk vaak praten over waar ik mee bezig ben. Ik vraag haar wel eens mee te denken over een wending of een woord. Maar tijdens het schrijven leest er niemand mee.’

Wanneer begint u aan uw volgende boek?

‘Na de Kinderboekenweek.’

65ste Kinderboekenweek over reizen en voertuigen
Woensdag begint de 65ste Kinderboekenweek met als thema Reis mee! Kinderboekenschrijfster Anna Woltz schreef het kinderboekenweekgeschenk Haaientanden, over het elfjarige meisje Atlanta, dat in vierentwintig uur rond het IJsselmeer wil fietsen. Ze heeft alles tot in detail gepland, maar dan knalt ze tegen een jongen op. De knappe en mysterieuze Finley is van huis weggelopen, heeft geen eten bij zich en gooit alles in het honderd. 

Woltz begon haar carrière als vijftienjarige columnist van de Volkskrant en won in 2016 een Gouden Griffel met Gips. Astronaut en schrijver André Kuipers maakte met illustrator Natasja Stenvert het prentenboek André het astronautje op zoek naar Laika. Het is een nieuw deel in de serie, waarvan Kuipers het eerste deel in de ruimte schreef, tijdens zijn bezoek aan ISS. Stichting Collectieve Propaganda voor het Nederlandse Boek, die de week organiseert, maakt zich zorgen over de dalende leesvaardigheid en het afnemende leesplezier in Nederland en wil kinderen op deze manier in contact brengen met mooie verhalen. 

De Kinderboekenweek duurt van woensdag 2 oktober tot en met zondag 13 oktober. Wie voor tenminste tien euro kinderboeken koopt, krijgt het kinderboekenweekgeschenk cadeau.

Zou u zonder schrijven kunnen?

‘Tot mijn 22ste heb ik het zonder gekund en toen was ik ook heel gelukkig. Maar nu? Moeilijk. Ik zou niet schrijven als mijn boeken niet gepubliceerd zouden worden. Dan zou ik meer liedjes gaan maken. Gelukkig hoef ik niet te kiezen. Ik heb precies het leven dat ik altijd wilde hebben. Met een uitkering zou ik min of meer hetzelfde doen. Misschien wat minder schrijven en wat meer tekenen en gitaarspelen.’

Wat leest u zelf eigenlijk?

‘Ik kom niet veel aan lezen toe. Een kwartiertje voor het slapen gaan. Als ik lees, dan zijn het biografieën van muzikanten die ik bewonder. Paul McCartney, Mick Jagger. De jaren zestig en zeventig. Wist je dat Keith Richards een kinderboek heeft geschreven? En vakliteratuur natuurlijk, meestal monografieën over beroemde kinderboekenschrijvers en illustratoren. Nee, ik zit niet in mijn vrije tijd studie naar griezelliteratuur te doen, ik moet er niet aan denken.’

Welk boek zou iedereen moeten lezen?

‘Daar ga ik heel kort over zijn: lees een kinderboek, maak me echt niet uit welke. Als ik dan één boek moet noemen dat mij geïnspireerd heeft tot het schrijven van Nederlandse griezelverhalen, dan: het Limburgse Sagenboek. Aan kinderen laat ik altijd mijn bijna uit elkaar gevallen exemplaar zien, voor ik aan een optreden van de kinderboekenband begin. ‘Jullie hebben een mobieltje’, zeg ik dan, ‘dat is over vijf jaar kapot. Dit boek is al 104 jaar oud en je kunt het nog steeds lezen. Applaus voor het boek!’ En dan krijg ik een staande ovatie. Geweldig toch?’

Paul van Loon

Paulus Stephanus Elisabeth Lambertus Maria van Loon (1955, Geleen) groeit op in Waalwijk. Na de middelbare school gaat hij naar de Kunstacademie Den Bosch. Die opleiding maakt hij niet af, maar wel komt hij tot de ontdekking dat hij illustrator wil worden. Pas als een van zijn tekeningen in het Brabants Dagblad verschijnt, wordt de tekenaar ontdekt als schrijver. De redacteur vraagt zich af wat die boze trol met die bijl van plan is en Van Loon levert inderhaast nog een verhaal bij de tekening. Er komen zoveel lezersreacties op, dat Van Loon aan zijn eerste boek begint te werken. 

Hij debuteert met Boven op tante Agaat (1983). In de jaren negentig breekt hij door met De Griezelbus (1991) en sindsdien is hij niet meer weg te denken geweest als Nederlands populairste auteur voor kinderen. Zijn grootste succes is Dolfje Weerwolfje (1997), waarvoor hij de Prijs van de Nederlandse Kinderjury kreeg. In totaal heeft hij die prijs tien keer gewonnen. Daarnaast is hij geestelijk vader van Meester Kikker en Foeksia de miniheks

Van Loon woont met zijn vrouw Hadjidjah en hun dochter in Drunen, onder de rook van de Efteling, waar hij twee delen over de attractie Raveleijn schreef. Naast zijn schrijfwerk is hij aanvoerder en gitarist van de kinderboekenband Paul van Loon & Andere Snuiters.

Gijs Groenteman gaat in onze illustere archiefkast in gesprek met mensen die hem hebben verwonderd. Rapper Pepijn Lanen, schrijver Paulien Cornelisse en kunsthandelaar Jan Six passeerden al de revue.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden