Paul Cliteur en Dirk Verhofstadt openen de jacht op de ‘theoterrorist’ in een slordig en vooringenomen boek

**

Paul Cliteur en Dirk Verhofstadt: In naam van God 

Houtekiet; 420 pagina’s; € 24,99.

Olivier Heiligers Beeld Olivier Heiligers

Ik dacht altijd dat ik mij als humanist in hetzelfde wetenschappelijke kamp bevond als Paul Cliteur en Dirk Verhofstadt. Met beiden kon ik het goed vinden, van beiden heb ik het nodige geleerd. Maar met hun gezamenlijk geschreven nieuwe boek In naam van God lijken ze het wetenschappelijke kamp te hebben verlaten. Daar gold voor hen altijd de wetenschapsfilosofische benadering van Popper, waarin de onderzoeker niet zozeer naar bevestiging van een hypothese zoekt als wel naar een mogelijke weerlegging. Om het overbekende voorbeeld van Popper nog maar eens van stal te halen: wie de stelling ‘Alle zwanen zijn wit’ wil verdedigen, moet niet op zoek gaan naar steeds meer witte zwanen, maar juist naar een zwarte zwaan. Wanneer hij die niet vindt, versterkt hij daarmee zijn uitgangshypothese.

Cliteur en Verhofstadt hebben lak aan dit uitgangspunt. Zij gaan op jacht naar een nieuwe, gevaarlijke soort witte zwaan, die zij ‘theoterrorist’ noemen. Die manifesteert zich het duidelijkst in terreurdaden die in naam van God tegenwoordig is dit meestal Allah – worden gepleegd. De kranten staan er vol van, er worden hevige discussies over deze gevaarlijke vogel gevoerd. Is hij wel een echte witte zwaan, wordt hij ook door andere motieven bezield, beroept hij zich met recht op de heilige boeken van zijn religie, zijn er ook niet veel zwarte zwanen die in naam van seculiere waarden verschrikkelijke aanslagen plegen?

Aan al dit soort vragen gaan Cliteur en Verhofstadt grotendeels voorbij. Zwarte zwanen zoeken ze niet, dus zien ze die ook nergens. Sterker: hun uitgangspunt is dat die niet bestaan. Religieuze geschriften roepen volgens hen op tot geweld, ‘atheïstische geschriften niet’. Zo kunnen ze met hun veel gevonden witte zwanen een dik boek vullen.

Toch blijken bij kritische lezing heel wat witte zwanen die worden opgevoerd, zwarte vlekjes te vertonen of misschien zelfs donkergrijs te zijn. Ik geef één voorbeeld: Balthasar Gerards, de moordenaar van Willem van Oranje. Op de vraag naar zijn motieven, antwoordde hij: ‘Ik heb het gedaan voor mijn koning en mijn land.’ We hebben hier eerder met een politieke dan met een religieuze terreurdaad te maken, hoewel volgens de auteurs sprake is van het laatste. Dat geldt voor meer voorbeelden.

Dan zijn er de merkwaardige lacunes. Zo wordt in een passage over islam- en hindoeterrorisme verwezen naar het boek Identity and Violence van Amartya Sen, maar zonder het paginanummer te noemen, hoewel het boek zo’n kleine duizend voetnoten telt. Op de betreffende pagina – ik heb hem gevonden  stelt Sen expliciet dat in latere conflicten het geweld niet met godsdienst, maar met taal, cultuur en politiek te maken had.

Eenzelfde lacune vinden we in de enthousiaste beschouwing over Algerijnse vrouwen die in 1958 hun hoofddoeken afwierpen. We springen ineens over naar 1989, toen islamisten die weer invoerden. Wat mist is het relaas van de bevrijdingsstrijd in de tussenliggende decennia, waarin seculiere vrouwen zich weer religieus gingen kleden om zo gemakkelijker aanslagen te kunnen plegen op plaatsen waar zich veel Franse kolonisten bevonden. De (atheïstische) filosoof Sartre juichte dit toe, propageerde het zelfs. De gekoloniseerde mens kon zich volgens hem alleen maar bevrijden door een blanke kolonisator te doden.

Ernstiger dan deze kleurschakeringen en lacunes is dat de auteurs nergens het gewelddadige atheïstische staatsterrorisme noemen. In de klassieke humanistische tekst De mens in opstand van Albert Camus hadden ze kunnen lezen hoe de Franse Revolutie in naam van de vrijheid de koppen van willekeurige burgers onder de guillotine liet rollen en hoe het marxisme-leninisme in de Sovjet-Unie in naam van de communistische heilstaat miljoenen mensen ombracht. Niet alleen God, ook verabsoluteerde menselijke waarden blijken tot terreur en terrorisme te kunnen aanzetten. En dan heb ik het nationalisme als bron van terroristisch geweld nog niet eens genoemd. Als de theoterrorist bestaat, dan bestaat ook de atheoterrorist, patriotterrorist of zelfs libertasterrorist.

Mag ik eindigen met een provocatie naar beide auteurs? Misschien is in heel dit vogelpark de theoterrorist nog wel de minst consequente en gevaarlijke. Cliteur en Verhofstadt noemen Abraham  de oervader van de drie monotheïstische godsdiensten jodendom, christendom en islam  ook de oervader van het theoterrorisme, omdat hij in opdracht van God zijn zoon wilde offeren.

Dat gebeurde echter niet. God hield hem tegen. De Bijbel en de Koran staan in deze lijn vol met uitspraken die het religieuze geweld veroordelen. Jezus roept op om de andere wang toe te keren, in de Koran lezen we dat er in de godsdienst geen dwang is. In atheïstische ideologieën als het communisme en nationalisme zijn dit soort remmingen minder aanwezig. Mij persoonlijk lijken ze daarom gevaarlijker dan het ‘theoterrorisme’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.