Patser is een bedrieglijk virtuoze film vol knappe vondsten

Adil & Bilall, inmiddels ook op de radar van Hollywood, hebben met Patser een bedrieglijk virtuoze film gemaakt. Wie voorbij vrouwonvriendelijke en lompe scènes kijkt, ziet een film vol knappe vondsten.

Mocht dit jaar een prijs in het leven worden geroepen voor beste filmpastiche, dan geldt deze derde film van Adil El Arbi (29) en Bilall Fallah (32) als groot kanshebber. Voor zijn neongekleurde gangsterfilm Patser citeert het Vlaams-Marokkaanse filmduo zelfbewust en schaamteloos expliciet talloze personages, plotlijnen, uitspraken en stijlvormen uit de misdaadfilms van Martin Scorsese, Guy Ritchie en Quentin Tarantino, uit Fight Club en Scarface, uit videoclips, vechtfilms met Jean-Claude van Damme en videogames.

Het citeren dient een doel: de vier jeugdvrienden (wannabe-gangsters in de Antwerpse multiculturele volkswijk Het Kiel) om wie het draait in Patser, willen namelijk een leven zoals ze dat kennen van film, tv en computerspel. Ze zijn drarries, hangjongeren, met als rolmodel Tony Montana (hoofdfiguur uit Scarface, gespeeld door Al Pacino, red.): de Italiaans-Marokkaanse Adamo (Matteo Simoni), quasi-stijlbewust met zijn Gucci-pet en Nike Air Max; het ongeleide projectiel Volt, (Saïd Boumazoughe); de danser Junes (Junes Lazaar) en de vechtersbaas Badia (Nora Gharib), de mooie cool girl op wie de jongens stiekem verliefd zijn.

Patser

Misdaadkomedie

Regie Adil El Arbi en Bilall Fallah

Met Matteo Simoni, Nora Gharib, Ali Bouali, Werner Kolf, Saïd Boumazoughe, Junes Lazaar

125 min., in 55 zalen.

Wanneer ze een lading coke stelen om hun ambities te verwezenlijken, belanden ze tussen de zware jongens uit Antwerpen, Amsterdam en zelfs Colombia. 'Min of meer gebaseerd op waargebeurde shit', meldt een tekstje aan het begin van de film, want Antwerpen staat bekend als cocaïnehoofdstad van Europa. De filmmakers lieten tijdens hun charmante media-optredens geen mogelijkheid onbenut om te vertellen dat de Antwerpse drugsbendeoorlog nog altijd slachtoffers eist.

Adil & Bilall, zoals ze zichzelf op de begintitels merkbewust noemen, hebben met Patser een bedrieglijk virtuoze film gemaakt. Na een lowbudgetdebuut (Image) en de energiek gefilmde, Romeo en Juliet-achtige bendefilm Black, hebben ze inmiddels voet aan de grond gekregen in Hollywood. Woensdag werd bekend dat ze Will Smith mogen regisseren in het derde Bad Boys-deel, Bad Boys For Life, als opvolgers van regisseur Michael Bay.

Hun aantrekkingskracht is helder: ze hebben inzicht in een aantal jongerenculturen, inclusief ongefilterde straattaal, ze beheersen een combinatie van originele en platte humor en hun talent voor cameravoering, belichting en ritme is onmiskenbaar - met dank ook aan vaste cameraman Robrecht Heyvaert. Maar gaandeweg wordt duidelijk dat het Adil en Bilall ontbreekt aan voldoende eigen ideeën om zich met hun filmvoorbeelden te meten.


Was het verloop van de film niet zo plat als een dubbeltje geweest, dan draaide Patser momenteel vermoedelijk mee in het Maximum Overdrive-programma op het International Filmfestival Rotterdam, waar de excessieve filmstijl van de jaren negentig wordt gevierd.


Wie voorbij de meest vrouwonvriendelijke en lompe scènes kijkt (zie Ali Bouali als psychopathische gangsterkarikatuur) ziet een film vol knappe vondsten; van een jochie dat het christendom en de islam vergelijkt met Windows en Apple, tot Colombiaanse drugsbazen die enkel in beeld komen met zo'n verdachtenbalkje voor de ogen. Maar net als hun hoofdpersonages lijken ook Adil en Bilall te midden van al hun verwijzingen eigenlijk geen idee te hebben wat ze eigenlijk willen vertellen. Lekker smaken doet het wel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden