Pasternaks verhalen zijn adembenemend proza

Boek (fictie) - Verhalen, Boris Pasternak

In zijn Verhalen zie je Boris Pasternak veranderen van een navelstaarderige ijdeltuit in de geniale Russische schrijver.

Uit deze bundel van Pasternak blijkt meer dan ooit dat we te maken hebben met een bijzondere, veeleisende schrijver.

De vijfentwintig jaar tussen 1895 en 1920 worden in de Russische cultuurgeschiedenis de Zilveren tijd genoemd. Nogal vreemd, want als er ooit een Gouden tijd is geweest, dan was het toen in Rusland.

Fictie
Boris Pasternak
Van Oorschot; 336 pagina’s; € 39,99

Alles moest anders, en Rusland moest in alles de beste zijn. In die tijd begonnen Vladimir Nabokov en Michail Boelgakov te schrijven. Sergej Rachmaninov, Igor Stravinsky en Sergej Prokofjev componeerden, en Vasili Kandinsky en Kazimir Malevitsj veranderden het fundament van de beeldende kunst. En dit zijn maar de bekendste van een stortvloed aan fantastische kunstenaars, allemaal even hopeloos baanbrekend.

Het hart van die culturele opleving was echter niet de muziek of beeldende kunst, maar de poëzie. Een nieuwe, plots verschenen, briljante dichtersgeneratie bood de spirituele voedingsbodem voor de rest van de kunstzinnige revolutie. Ik noem maar Anna Achmatova, Marina Tsvetaeva, Vladimir Majakovski, Alexander Blok, Velimir Chlebnikov en Osip Mandelstam. En deze lijst kun je eenvoudig verdubbelen.

In die uitputtende poel van intimiderende genialiteit kwam de kleine dichter Boris Pasternak om de hoek kijken, die onmiddellijk als onverwoestbaar talent op het schild werd gehesen.

Boris Pasternak Beeld Hollandse Hoogte

En jazeker, hij was vreselijk begaafd. Als kind al. Hij speelde schitterend piano en componeerde op jonge leeftijd. Hij zou filosoof worden en mocht in Duitsland studeren om Hegel en Kant te geselen. Zijn vader was kunstenaar en ze woonden in een mooi professorenappartement in het gebouw van de schilderschool in Moskou. Papa Pasternak (inderdaad: Pasternak is Russisch voor Pastinaak) was erg geliefd en kende alle culturele grootheden in Rusland. Boris mocht tot twee keer toe aan de baard van Tolstoj ruiken, één keer bezocht de grote schrijver hen zelfs thuis. Dat was toen het hoogst haalbare, gaver zelfs dan een orgie met Raspoetin, of een spiritistische seance met madame Blavatsky.

Zijn artistieke ambities werden in die omgeving als volkomen vanzelfsprekend beschouwd. Zijn talent werd aangemoedigd, en met alle mogelijke zorg omgeven. Zoiets kan afschuwelijke gevolgen hebben, zoals bekend. En inderdaad leek uit dat getalenteerde ei een navelstaarderige ijdeltuit te kruipen. Dat blijkt bijvoorbeeld uit zijn eerste gepubliceerde verhaal. Een protserige fabel, waarin de jonge Pasternak zijn eigen rivaliteit met Majakovski vergelijkt met de rivaliteit tussen de fictieve dichter Relinquimini (hoe verzin je het) en Heinrich Heine, die dan weer vergeleken wordt met de competitie tussen Appelles en Zeuxis (twee klassiek Griekse kunstenaars, blijkbaar). Wat vermoeiend allemaal.

Maar Pasternaks pad naar haastige roem werd verijdeld door de revolutie.

Hij raakte al zijn privileges kwijt en het hele establishment dat hem zo'n warm bad bood, werd overboord gekieperd. Die schok heeft zijn leven gedomineerd. De navelstaarder bleef, maar de ijdeltuit moest in alle commotie plaatsmaken voor een serieuzere en ambitieuzere dichter en schrijver. Dat blijkt duidelijk uit deze verhalenbundel, grotendeels geschreven na de revolutie. Adembenemend proza, beter eigenlijk dan zijn beroemde roman Dokter Zjivago.

In het belangrijkste verhaal, Vrijgeleide, probeert Pasternak de balans op te maken van die maatschappelijke crisis, die een persoonlijke crisis werd. Zijn beschrijving en analyse van de werkelijkheid in Vrijgeleide zijn zwaar beladen met ingewikkelde, soms duistere metaforen. En in de erg goede vertaling van Froukje Slofstra worden die gelukkig niet doorzichtiger gemaakt, of stiekem genormaliseerd. Maar er is ook een overdaad aan concrete historische details, waarvan ik me niet kan herinneren ze ooit ergens anders te hebben gelezen. En die maken de geschiedenis ineens tastbaar.

Zo lees je dat je op de secretariaten van Russische universiteiten gewoon de curricula van een Duitse universiteit kon opvragen, en zelfs je inschrijving kon regelen. En dat de Russische derdeklaswagons toen al uitklapbare slaapbanken hadden (net als nu), en de Europese niet. Ook zijn er volop kleine, rake observaties van innerlijk leven: hoe hij tijdens het publieke vertoon van verdriet bij de lijkschouwing van Majakovski overvallen wordt door gêne, waardoor het niet lukt om zelf te huilen, terwijl hij dat graag wil.

Iets van de aansteller blijft. Zo vertelt hij terloops dat hij in Venetië mensen aanspreekt in het Italiaans van Dante, toevallig het enige Italiaans dat hij kent. Oké Pastinaak, knap hoor.

Maar meestal zijn Pasternaks pretenties serieus, en eist hij veel van zijn lezer. De teksten zitten vol met verwijzingen naar de culturele en maatschappelijke geschiedenis van Ruslands revolutionaire periode. Zelfs een specialist moet geregeld teruglopen naar zijn boekenkast om te begrijpen wat Pasternak schrijft. Voor de nieuweling betekent het dat veel passages maar half begrijpelijk zullen zijn. Maar is dat erg? Als lezer weet je zeker dat je een schrijver leest een heel goede, dat blijkt uit deze bundel meer dan ooit die zijn wereldbeeld niet vereenvoudigt voor je. Hij spreekt je aan als zijn gelijke. Hij daalt niet af van zijn berg om zijn publiek in slogans aan te spreken, om het politiek te beïnvloeden, of commercieel te verleiden. Nee, hij praat met je als een vriend en vraagt je om boven aan de berg met hem naar het geruis van gods adem te luisteren. Welkom, lezer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.