Pas als je een boek twee keer leest, kun je echt de diepte in

2017 moet de zomer van het herlezen worden

Niets heerlijker dan je favoriete boek voor de zoveelste keer verslinden, toch? En het is ook nog eens goed voor je. Wilma de Rek legt uit waarom de zomer van 2017 de zomer van het herlezen moet worden.

Die Angélique lustte er wel pap van. Foto Alamy Stock Photo

De pockets liggen in een hoekje op zolder, verstopt achter andere boeken alsof het ranzige porno is, en dat is het ook want die Angélique lustte er wel pap van. Markiezin der engelen, De weg naar Versailles, Angélique en haar koning, Angélique in opstand. Op de voorkant staan foto's van actrice Michèle Mercier in haar rol van Angélique. Ik weet niet wat ik beter vond, de films die ik in de jaren zeventig voor het eerst zag of de boeken van Anne & Serge Golon waarop ze zijn gebaseerd, maar ik weet wel dat ik de boeken nooit wegdoe en dat ik ze later, als ik voltooid voor me uit zit te mummelen, fijn voor de tiende keer ga herlezen.

Het geeft niks dat het veredelde kasteel-romannetjes zijn en ook niet dat het verhaal hier en daar misschien een tikje onwaarschijnlijk is (Angélique begint een opstand tegen Lodewijk XIV, ontsnapt uit de harem van een enge sultan en loodst een groep Franse hugenoten uit La Rochelle veilig naar Canada, en bij dat alles blijft ze schokkend mooi - Wonder Woman is er een heel klein meisje bij): ze is mijn Angélique en ik ken haar al vanaf mijn 12de.

Want zo werkt dat met herlezen: elke keer dat je je personages tot leven leest, begrijp je ze beter. Goed, niet als je personage Anna Karenina heet. Op je 18de ga je een heel eind met haar mee, maar op je 40ste zit je haar woedend uit te schelden: en Serjozja dan, Anna! Kan dat lieve zoontje je dan helemáál niks schelen? Emma Bovary is van hetzelfde laken een pak: na de vijfde herlezing is ze definitief een hysterische doos.

Er zijn mensen die herlezers gemakzuchtige lapzwansen vinden. Die mensen hebben er niets van begrepen. Om te beginnen zijn niet alle lezers herlezers, maar alle herlezers zijn wél lezers. Om een boek te kunnen herlezen, zul je het eerst gelezen moeten hebben. In feite zijn herlezers wijzere lezers dan de stakkers die zich gestresst een weg banen door stapels nieuwe boeken die uitgevers als lawines over ze laten neerdalen en die ze na één keer haastig lezen naar de kringloop brengen. De herlezer realiseert zich dat, hoeveel hij ook leest, er altijd oneindig veel meer boeken zullen blijven die hij niet kent dan wel. Hij kiest derhalve niet voor de breedte, maar gaat de diepte in.

In een van zijn brieven aan zijn jongere vriend Lucilius waarschuwt Seneca (eerste eeuw na Christus) nadrukkelijk voor de lectuur van al te veel verschillende soorten boeken: daar wordt een mens maar oppervlakkig van. 'Je moet je bij een beperkt aantal denkers houden en je daarmee voeden, als je er tenminste iets uit wilt halen wat zich echt vastzet in je geest. Wie overal is, is nergens.' Lees altijd auteurs die hun waarde hebben bewezen, schrijft Seneca, 'en als je even iets anders wilt, keer dan terug naar eerdere auteurs. En als je van alles hebt doorgelezen, haal er dan één ding uit dat je gedurende die dag kunt herkauwen. Dat doe ik zelf ook: uit het vele wat ik lees, maak ik mij telkens iets eigen.'

Herlezers voelen intuïtief dat herlezen gezond is. Kunst activeert belonende systemen in de hersenen en achtergrondkennis verdiept dat genot. In Ons creatieve brein haalt Dick Swaab Het vlot van de Medusa (1819) van Théodore Géricault aan: wie de geschiedenis kent waarover het schilderij verhaalt, waardeert het veel hoger dan wie het voor het eerst en onvoorbereid ziet. Verwachting speelt bij de waardering van kunst een grote rol. Een muziekstuk klinkt de tweede keer altijd beter dan de eerste.

Herlezers zijn dan ook terecht trots op hun hobby en getuigen er graag van. Sommigen schromen daarbij niet ook hun guilty pleasures te noemen, zoals Sylvia Witteman, die vorig jaar in een column haar eeuwige liefde verklaarde aan een beduimeld kookboek uit de jaren vijftig met een ontbrekende kaft en 28 recepten met vleesresten. Maar vaker gaat het over zwaardere kost.

'Herlezen, het is ermee als met het weerzien van iemand die je in dertig jaar niet hebt gezien: het neemt even voordat je de vertrouwde trekken terugziet en de herinneringen aan zijn eigenaardigheden en gewoonten opleven', schreef de in 2009 overleden Volkskrant-literatuurcriticus Michaël Zeeman plechtig in een beschouwing over de nieuwe vertaling van Tolstojs Oorlog en vrede, opgenomen in de bundel Aan mijn voormalig vaderland (2010).

Zeeman verkondigde geregeld dat zijn boeken (hij koos voor de diepte én de breedte en las naar eigen zeggen een boek per dag) zijn echte vrienden waren. Origineel was die idee natuurlijk niet. De beroemdste verkondiger ervan is de Franse essayist Michel de Montaigne, die zich in de 16de eeuw grote delen van de dag terugtrok in zijn torenkamer in de Dordogne om 'in gesprek te gaan' met de 'vrienden' die hem geduldig opwachtten, zo'n duizend stuks, vervat in lederen banden. Oude vrienden vooral, want ook Montaigne was een fanatiek herlezer, bij voorkeur van de Romeinen (zijn kennis van het Grieks was beperkt) die hij 'rijker en spannender' vond dan 'de modernen'.

Soms herlas hij per ongeluk een slecht boek, in de veronderstelling dat het nieuw werk betrof. Uiteindelijk besloot hij alle boeken die hij de moeite van het herlezen niet waard achtte, te voorzien van een korte recensie op het laatste blad. 'Zo kan ik mij tenminste voor de geest halen welke indruk het op mij heeft gemaakt en hoe de auteur globaal op mij is overgekomen.' Montaigne las en herlas met het doel niet zozeer 'de dingen' als wel zichzelf te doorgronden, maar het moest ook weer niet te gek worden: 'Als ik bij het lezen op moeilijke passages stuit, breek ik er niet mijn tanden op. Ik sla ze over, nadat ik er een of twee keer op heb aangelegd.'

Hiermee schaart Montaigne zich, ondanks zijn wat tobberige inslag, onder de vrolijke herlezers. Herlezen kent namelijk een vrolijke en een strenge variant.

Beoefenaars van de vrolijke variant zijn lustherlezers. Lustherlezers kunnen elk jaar dezelfde Asterix en Obelix pakken en steeds oprecht blij worden van het plaatje waarop Obelix een Romein uit zijn sandalen slaat, of van dat waarop de Romein 'Teken toch bij, zeiden ze' zegt. Zijn ze in een melancholieke bui, dan kwijnen ze voor de zesde keer mee met Constance uit Couperus' De boeken der kleine zielen, of met Marguerite Yourcenars Hadrianus die alwéér rouwt om de dood van zijn jonge minnaar. Maar ook een Harry Pottertje gaat er bij de lustherlezer prima in - de lustherlezer is geen snob.

De strenge variant van het herlezen is het leerherlezen - niet voor niets is de Bijbel het meest herlezen boek ter wereld.

Waar lustherlezers languit op de bank genietend door de pagina's gaan, kunnen leerherlezers eindeloos bij een zinnetje blijven haken. Ze lezen het nog eens en nog eens, net zolang tot ze het begrijpen, in elk geval iets beter dan de vorige keer. Leerherlezen is de oervorm van herlezen; misschien is het wel lezen in zijn zuiverste vorm. Of het nu de heilige boeken van de hindoes, christenen, moslims of joden zijn, millennialang hebben gelovigen teksten gelezen en herlezen om ze zich eigen te maken en uiteindelijk het grote levensraadsel te ontrafelen. Religie kan van het Latijnse religare komen, verbinden; maar ook van relegere, herlezen.

En uiteraard kun je ook niet-religieuze teksten leerherlezen. Zo aandachtig mogelijk ín de woorden kruipen en hun betekenis doorgronden, ze laten dansen op de tong, genieten van het ritme waarin de schrijver ze heeft gerangschikt. Poëzie leent zich daarvoor, of de Gedachten van Giacomo Leopardi, of De woorden van Jean-Paul Sartre (zijn mooiste boek, het is net opnieuw uitgegeven).

Dan is er nog een derde categorie, die eigenlijk een speciale variant is van het lustherlezen. Dat is het rituele herlezen. Een sinterklaasverhaal van Bomans op 5 december ('Ik begreep direct dat het marsepein was en beet erin. Het was zeep'), De avonden van Gerard Reve op Kerstavond ('Het was nog donker, toen in de vroege morgen...'), de Dagboeken van Wim Kan op Oudejaarsdag ('Had het graag ter plaatse over willen doen').

Het fijnste herlezen is natuurlijk lekker en leerzaam tegelijk. Wie voor de zoveelste keer een oud boek of verhaal herleest, kan best én nieuwe dingen ontdekken én zich behaaglijk rondwentelen in een wereld die er ook al was toen hij 20 was, of 15, of 12 - voor boeken geldt, net als voor muziek, dat ze de meeste indruk maken in de tiener- en adolescentenjaren, de periode van de eerste grote gevoelens en ontdekkingen. Dat zie je terug op het lijstje van meest herlezen boeken dat boekensite Goodreads een paar maanden terug publiceerde. Harry Potter And The Sorcerer's Stone stond op 1, The Hunger Games op 2, Twilight op 3.

De mens wordt onweerstaanbaar aangetrokken tot het nieuwe en onbekende, maar heeft minstens zo'n grote drang naar vastigheid en vertrouwdheid. Dat leidt tot tegenstrijdige behoeften waartussen je in de loop van je leven soms lelijk heen en weer wordt geslingerd.

De herlezer doet, misschien zonder dat hij zich daarvan bewust is, veel meer dan herlezen alleen: hij oefent zich in het omgaan met die tegenstrijdigheden. De boeken die hij leest veranderen niet, maar hijzelf verandert wel. Elke keer als hij een boek herleest, is hij een andere persoon dan de vorige keer en dus zal ook zijn gevoel bij of oordeel over wat hij leest anders zijn. Door te herlezen raakt hij beter in staat zich te verzoenen met het onbegrijpelijke spel van het leven, dat de dingen onophoudelijk laat veranderen maar intussen schijnheilig doet of diezelfde dingen onveranderlijk zijn en voor altijd.

Laat deze zomer de stapel boeken waaraan je het afgelopen jaar maar niet toekwam lekker liggen en ga de zolder op. Maak van de zomer van 2017 de zomer van het herlezen.

Herlezen

Heel symbolisch en mierzoet, maar nog altijd verrukkelijk
Jet Steinz vraagt een hoogvlieger uit de CPNB Top-60 welk boek hij of zij gaat herlezen deze zomer. Deze week: Jolande Withuis zet zich aan The Secret Garden.