Parijs retour

Dode schrijvers op vakantie

De huizen van schrijvers, hun werktafels, hun ganzenveren, hun uitzicht. De zakdoek waarmee Flaubert zijn mond afveegde voordat hij stierf. Zijn inktpot, in de vorm van een kikker, of is het een pad? Het laantje, in de tuin van Croisset nabij Rouen, waar hij zijn zinnen aan de 'brulproef' onderwierp om te horen of ze goed bekten.

Groot is de fascinatie die de sporen van dode schrijvers uitoefenen, zeker in Frankrijk, waar meer dan elders een cultus wordt bedreven met het literaire erfgoed. Literaire bedevaartsoorden vormen er sinds jaar en dag een bloeiende tak van cultureel toerisme.

Wat drijft mensen naar al die schrijversmusea? Liefde voor de literatuur, misschien, maar dat niet alleen. Het landhuis van George Sand in de Berry en de molen van Daudet in de Provence behoren tot de drukst bezochte literaire heiligdommen van Frankrijk, terwijl de lyrische plattelandsromans van Sand nauwelijks meer worden gelezen, en zij vooral voortleeft als de vrouw die Musset bedroog en Chopin bemoederde. En Daudet, schepper van de antiheld Tartarin en auteur van Brieven uit mijn molen, dankt zijn roem uitsluitend aan het feit dat hij sinds jaar en dag tot de verplichte lectuur van de Franse scholier behoort.

Voyeuristische nieuwsgierigheid is de bezoekers van schrijvershuizen natuurlijk niet vreemd. Montaigne noteerde al dat de aanblik van plaatsen waar beroemde personen hebben gewoond ons vaak dieper raakt dan het lezen van hun geschriften. Hugo's Hauteville House of het Château de Monte-Cristo van Dumas getuigt van een verbluffende megalomanie, maar ook het alledaagse kan een onalledaagse dimensie krijgen. De koffiepot met de initialen HB, tentoongesteld in een van Balzacs voormalige Parijse huizen, nu museum, is niet zomaar een koffiepot: hij verwijst naar de duistere alchemistische operatie waarmee Balzac tijdens lange nachtelijke schrijfsessies koffie in inkt veranderde. Men heeft berekend dat het schrijven van de Comédie humaine hem vijftigduizend kopjes moet hebben gekost.

Voor de heilige plaatsen van de kunst geldt wat ook voor godshuizen geldt: geloof gedijt bij rituelen. Als kunst in onze wereld een substituut van religie is geworden, dan is het niet verwonderlijk dat de lange rijen wachtenden voor de ingang van hoofdstedelijke musea doen denken aan de viering van een eredienst.

Niet dat die wachtenden daarom onoprecht zijn. De zombies die met koptelefoons op langs de schilderijen van het Musée d'Orsay schuifelen, of de rugzaktoeristen die op de begraafplaats van Père-Lachaise joints roken bij het graf van Jim Morrison, allemaal willen ze voeling krijgen met wie vroeger leefde. Terwijl in het dagelijks leven nauwelijks nog plaats is voor bekommernis om de doden, zijn begraafplaatsen en kerken, loopgraven en slagvelden, ruïnes en monumenten, musea en schrijvershuizen favoriete toeristische doelen geworden. Net als kerkgangers zijn culturele toeristen behept met een milde vorm van necrofilie. Op de plekken waar de doden van hun eeuwige vakantie genieten, bezoeken we hen en kunnen we door hen worden bezocht.

Schrijvers hebben daarbij een voorsprong. Hun leven krijgt door hun vaak hartstochtelijke toewijding aan het schrijverschap gemakkelijk mythische trekjes, en eenmaal dood zijn ze minder dood dan anderen: hun stem blijft hoorbaar voor wie hun boeken ter hand neemt. Julian Barnes, in Flaubert's Parrot, en Willem Brakman, in Het zwart uit de mond van Madame Bovary, geven mooie beschrijvingen van het gesprek dat je over het graf heen met een schrijver kunt voeren en van de vaak intense gevoelens die daarmee gepaard gaan. Barnes verbaast zich erover dat we zo 'geil zijn op aandenkens', maar ziet ook het grote voordeel van vriendschap met de doden: 'voor hen bekoelen je gevoelens nooit'.

De vriendschap met dode schrijvers vormt het leidmotief van Parijs Retour, een literaire reisgids voor Frankrijk, van de hand van Bart Van Loo, die eerder al een bloemlezing van literaire recepten sam

enstelde, getiteld Als kok in Frankrijk. Zijn nieuwe boek presenteert Van Loo als een 'pretentieloze reis door leven en oeuvre van enkele grote Franse schrijvers'. Daarmee is hij de opvolger van Pierre H. Dubois, bekend om zijn in de jaren tachtig heruitgegeven Schrijvers in hun landschap - Op reis door Frankrijk. Maar terwijl Dubois zich tot het platteland beperkte en in elke regio die hij bezocht naar schrijvershuizen speurde, doet Van Loo het omgekeerde: hij kiest eerst zijn auteurs en trekt vervolgens hun sporen na. Parijs, de verplichte doorvoerhaven van de Franse literatuur, vormt in zijn reisbeschrijvingen dan ook een terugkerend decor.

Anders dan Dubois, die zich niet beperkte tot een bepaalde eeuw of een bepaald genre, schrijft Van Loo uitsluitend over 19de-eeuwse romanciers. Alle monstres sacrés van het 19de-eeuwse proza (met uitzondering van Stendhal) komen aan bod. Geen ruimte dus in deze literaire reisgids voor de 'gedoemde' dichters die toentertijd zo'n groot stempel drukten op de Franse letteren, onder wie Nerval, Baudelaire, Verlaine, Lautréamont, Rimbaud. Toch is de selectie wel begrijpelijk.

Parijs Retour is bedoeld als een enthousiasmerende inleiding tot de 19de-eeuwse Franse literatuur voor wie alleen vertrouwd is met de musicalversie van Hugo's Les Misérables, of met de tekenfilmversie van diens Notre-Dame de Paris.

Daarbij heeft de auteur het geluk dat de boeken van Balzac en Flaubert, Zola en Maupassant ook voor lezers met een 21ste-eeuwse bril nog zeer genietbaar zijn, al was het maar omdat talloze hedendaagse romans volgens beproefd 19de-eeuws recept worden gemaakt. Wie houdt van romans met 'werkelijkheidswaarde', waarin 'personages van vlees en bloed' rondlopen, zal zich in deze gids goed thuisvoelen.

Ook het reisverslag is een oud en eerbiedwaardig genre, maar bij Van Loo lijkt het soms wel een modernistische collage. In één vloeiende beweging mixt hij biografische schetsen, karakteriseringen van romans, reisnotities en goede wenken voor wie in zijn voetspoor wil treden ('Verfris u maar eens aan de fonteinen'). In zijn boek is de grens tussen leven en kunst, werkelijkheid en fictie volledig opgeheven. Hij wil 'de sfeer opsnuiven van de plaatsen waar de verbeelding van mijn geliefde schrijvers heeft rondgehangen'. En ja hoor: vaak blijken de in romans beschreven locaties of weersomstandigheden heel goed naar het heden te transponeren.

De dode schrijvers die Van Loo opvoert, als waren zij personages in hun eigen roman, zijn een ideaal identificatieobject. Geregeld keren ze terug uit het rijk der schimmen en 'voelt' hij hun aanwezigheid. 'Als ik mijn ogen wat dichtknijp, zie ik met enige goede wil Balzac gebogen over zijn tafel zitten. Het zweet moet op zomeravonden van zijn neus gedruppeld hebben, "zijn dik buldoggezicht" helemaal nat van de inspanning.' Vooral gepassioneerde figuren die aan hun eigen schrijfwoede ten onder gaan, wekken Van Loo's sympathie. Rokkenjager/mensenhater Maupassant heet bij hem al snel 'Guy'.

Het hoogtepunt van vertrouwelijkheid vindt plaats in de brieven gericht aan 'Cher Gustave' Flaubert. Die briefvorm blijkt geen al te gelukkig medium voor het soort informatie dat Van Loo wil verstrekken. 'Net zoals Balzac, bestudeer jij nauwgezet de maatschappelijke context waarin je personages zich bewegen en heb je daarbij een uitdrukkelijke belangstelling voor tragikomische effecten enerzijds en het detail anderzijds.' Hier laat de - allesbehalve pretentieloze - vorm Van Loo in de steek; vaak krijgt de gesuggereerde intimiteit iets tenenkrommends. 'De liefde, Gustave, die lag je niet, nietwaar?'

De heilige geestdrift waarmee Van Loo zijn auteurs uitvent, is innemend, al begint die op den duur te irriteren. Dan wreekt zich de opgeschroefde stijl. Het is alsof Van Loo besmet is geraakt met de retoriek van zijn bewonderde 19de-eeuwers; hij heeft een voorliefde voor bombastische adjectieven die die van Balzac overtreft. Om nog te zwijgen ove

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden