Reportage

'Parijs ademt de grandeur van vroeger uit'

Striptekenaar Hanco Kolk komt sinds zijn 17de in Parijs en woont sinds vijf jaar in de 'striphoofdstad van de wereld'. Hij gidst over kinderkopjes, door musea en op terrassen. 'De gedachte dat alles om geld draait, heb je hier toch minder.'

Hanco Kolk in Musée Grévin.Beeld Io Cooman

Striptekenaar Hanco Kolk drinkt koffie op het terras van Café au Métro, tegenover metroingang Pernety. Het is zo'n pleintje dat in geen enkele reisgids zal voorkomen, maar helemaal Parijs is. De karakteristieke groene krantenkiosk, de prachtige overhangende metroluifel, het café op de hoek, een lekker ruikende boulangerie en natuurlijk de pharmacie met zijn lichtgevende groene kruis.

Kolk is net verhuisd naar Montmartre, maar woonde vijf jaar in deze buurt bij Gare Montparnasse. 'Een rustig, authentiek buurtje. Het is niet zo bekend, maar er is veel te zien', zegt hij. De liefde bracht Kolk, nu bekend van de strip S1NGLE, vijf jaar geleden naar de Franse hoofdstad. Hij heeft ook nog een flat in Rotterdam, waar hij voor zijn werk een keer per week verblijft.

'Rotterdam en Parijs zijn tegenpolen, dat vind ik leuk. Rotterdam is een stad die zichzelf steeds uitvindt. Er is net toestemming verleend om het nieuwe depot van het museum Boijmans Van Beuningen te bouwen. In welke andere stad vind je zo'n vreemd gebouw?' Parijs zou in opstand komen tegen zo'n enorme spiegelende bloempot, midden in de stad. 'Parijs is conservatief geworden. Het Centre Pompidou zou nu niet meer gebouwd kunnen worden.'

We lopen de traditie in, de Rue de Thermopyles, een straat die geplaveid is met kinderkopjes, omzoomd door bloembakken en op een paar plaatsen overspannen door blauweregen. Het rumoer van de metropool is ver weg. Je hebt het gevoel dat je door een Franse provincieplaats loopt. De Place Flora Tristan, iets verderop, is een pleintje met een terras en bar-brasserie l'Imprévu op de hoek. 'Veel Franser kun je het niet krijgen. Het is bijna kitsch-Frans. In l'Imprévu heb ik regelmatig naar grote voetbaltoernooien gekeken. Als Nederland verloor, kreeg ik als troost gratis champagne.'

Het is een quartier zonder veel toeristen, maar met de charme van Parijs: op elke hoek van de straat vind je een bar of een restaurant, die vooral door buurtbewoners zelf worden gefrequenteerd. Zoals Les Tontons met zijn mooie rode gevel. Aan de muur hangen foto's van de legendarische gangsterkomedie Les Tontons Flingueurs ('Oompjes met blaffers') met Lino Ventura. Je waant je in het Parijs van Maigret, waar nog nooit iemand van selfiesticks heeft gehoord. 'Er zijn hier veel goede restaurants, maar mijn favoriet is Le Petit Baigneur, gevestigd in een oude slagerij.'

Cimetière du Montparnasse.Beeld Io Cooman

CV

Hanco Kolk werd geboren op 11 maart 1957 in Den Helder. Hij groeide op in Arnhem. Kolk werd bekend met de strip Gilles de Geus, die hij vanaf 1984 maakte voor het blad Eppo. Met zijn vriend Peter de Wit (tekenaar van onder meer Sigmund) maakte hij de fotostrip Mannetje & Mannetje, die voor de VPRO-televisie werd bewerkt. Vanaf 1992 maakt hij ook de kritische strip Meccano. Sinds 2001 tekent hij met Peter de Wit de strip S1NGLE, over 'drie vrijgezelle vriendinnen die enigszins worstelen met hun bestaan en met het feit dat ze geen vaste partner hebben. Ze klampen zich daarom snel vast aan wat zij lezen in hun lijfbladen Viva, Marie-Claire en Elegance.' De strip verschijnt elke dag in Het Parool, het AD en een groot aantal regionale kranten. In 1996 kreeg Kolk de Stripschapprijs voor zijn oeuvre.

Kolk is getrouwd met vertaalster Isabelle Rosselin (die onder meer Het Diner van Herman Koch en Oorlog en Terpentijn van Stefan Hertmans in het Frans vertaalde). Een dag per week doceert hij comic design aan de Hogeschool Artez in Zwolle.

Als kleine jongen wist Kolk al dat hij striptekenaar wilde worden. Hij wil ook als tekenaar sterven. Liefdevol praat hij over de onlangs overleden Franse tekenaar Siné, die het motto huldigde Mourir? Plutôt crever ('Sterven? Liever creperen'). Siné tekende tot het laatste moment, doodziek in bed.

Wie zo gefascineerd is door tekenen, raakt als vanzelf gefascineerd door Parijs, de striphoofdstad van de wereld. In Nederland worden strips vaak gezien als iets voor kinderen, in Frankrijk is de bande dessinée een serieuze kunstvorm. 'Op mijn 17de ging ik naar Parijs met twee vrienden, met wie ik een stripblaadje maakte. We wilden de beroemde tekenaar Moebius spreken. We gingen naar het tijdschrift waarvoor hij werkte en we zeiden: we willen Moebius spreken. Wanneer? Nu! Ze hebben hem gebeld en we mochten langskomen. Waarschijnlijk waren ze een beetje verbluft. We namen de trein naar een plaatsje buiten Parijs. Toen we voor het station stonden te wachten, zagen we vanuit de verte een mooie oude Citroën naderen, bestuurd door een bloedmooie vrouw. Dat was de vrouw van Moebius. Ze nam ons mee naar zijn schitterende landhuis. Dat had hij allemaal bij elkaar getekend, zijn strips werden ook in Amerika gepubliceerd. Wij waren heel arrogant, we gaven hem ons stripblaadje. Niet slecht voor een eerste nummer, zei hij. Maar het is al ons derde nummer, antwoordden wij. Dan is het heel slecht, zei hij.'

Kolk op Place Flora Tristan.Beeld Io Cooman

Romantische jaren, toen een treinreis naar Parijs nog zes uur duurde, een rammelende rit langs Roosendaal en Saint-Quentin. 'Ik had een keer de laatste trein gemist. Ik was met de tekenaar Aloys Oosterwijk. We hebben de nacht op Gare du Nord doorgebracht en een blik bonen verwarmd met mijn aansteker. '

We lopen over het kerkhof van Montparnasse. 'Het is hier niet zo showy als op Père Lachaise.' Hier zie je niet de minipaleizen van de Napoleontische generaals, maar de veelal eenvoudige stenen van schrijvers en kunstenaars. Serge Gainsbourg, de legendarische chansonnier, ligt in een simpel graf met zijn ouders. 'Ik kende alleen Je t'aime... moi non plus. Tot ik ging samenwerken met Spinvis. Hij speelt zijn muziek, ik maak er live tekeningen bij. Spinvis is helemaal gek van Gainsbourg. Zo heb ik die muziek ook ontdekt.'

Tegen de muur van het kerkhof liggen de filosofen Jean-Paul Sartre en Simone de Beauvoir. Op hun graf hebben bewonderaars metrokaartjes achtergelaten, een curieuze traditie waarvan niemand de betekenis of oorzaak lijkt te kennen.

Tot de Tweede Wereldoorlog was Montparnasse het hart van de alternatieve rive gauche, de linkeroever van de Seine, waar kunstenaars en schrijvers zich afzetten tegen de burgerlijke rive droite, de rechteroever. Picasso, Modigliani, Man Ray en vele anderen hadden hier hun ateliers. Maar in de oorlog werd Parijs als kunsthoofdstad afgelost door New York. Daarna werd de rive gauche steeds meer bourgeois, te duur voor jonge kunstenaars.

De restanten van de oude kunstscene zijn er nog altijd, zoals het Musée Zadkine, het oude atelier van de beeldhouwer Ossip Zadkine, maker van het Rotterdamse beeld De verwoeste stad. Een jonge Jan Wolkers was er nog in de leer. We lopen langs de Fondation Henri Cartier-Bresson, het oude woonhuis annex atelier van de befaamde fotograaf, nu een fotogalerie. Een kasteel van een pand uit 1912, een kruising tussen modernisme en art nouveau. 'Cartier-Bresson kwam uit een heel rijke familie. Hij hoefde niet te werken. Maar als kind was hij al met foto's bezig. En ze waren meteen al waanzinnig goed.'

Door de drukke stationsbuurt rond Gare Montparnasse gaan we naar La Marine om mosselen te eten. 'In deze buurt zitten veel mosselrestaurants en crêperies. Op Gare Montparnasse komen de treinen uit Normandië en Bretagne aan. Die reizigers wilden hun streekgerechten eten.'

Fruitwinkel in de buurt van metro Pernety.Beeld Io Cooman

Na de lunch neemt Kolk ons mee naar zijn favoriete stripwinkel, La Planète Dessin aan de rue Littré. Daar is hij weer even kind in de snoepwinkel. Enthousiast laat hij het werk zien van Moebius, de tekenaar die hij op zijn 17de bezocht. 'Kijk eens, die arceringen, schitterend!'

Voor de Franse uitgever van Robbedoes - in Frankrijk Spirou genoemd - werkt hij aan een Spirou-album. In zijn eigen stijl, maar in de geest van de originele tekenaar Franquin, die ook de strips van Guust Flater maakte. Een eervolle, maar moeilijke opdracht.

Kolk laat een album van Spirou uit 1956 zien. 'Kijk eens hoe knap dat is! De ogen zijn zwarte ovalen, heel doods eigenlijk, maar ze zitten vol karakter. Daar heb ik mee zitten worstelen. Je hebt ook het gevoel dat Franquin over je schouder meekijkt.'

Kolk hoopt dat zijn Spirou tot meer Franse opdrachten zal leiden. Tenslotte wordt nergens de strip zo serieus genomen als in Frankrijk. 'In Parijs kan ik in een café werken en aangesproken worden door een man van middelbare leeftijd die zegt: ik heb vorige week nog een bande dessinée gekocht. In Nederland zeggen mensen: ja, ik las vroeger ook strips en dan zeggen ze iets over Kuifje en zijn vriend Obelix.'

Tekenen voor een Frans publiek is wel anders, zegt hij. 'Sommige dingen kunnen echt niet. In S1NGLE zit een personage dat heel vervelend is als ze ongesteld is. Dat kan in Frankrijk niet. Over seks kun je alles zeggen, maar een vrouw die ongesteld is, dat is taboe. Sommige dingen moet je voor je houden. Zoals mijn vrouw Isabelle zegt: er moet een beetje mysterie blijven. Mysterie, daar snappen wij Nederlanders weer helemaal niets van.'

Vooralsnog is hij vooral Nederlands striptekenaar. 'Ik lunch elke week een keer met Peter de Wit, al 35 jaar mijn vriend. Dan bedenken we zes afleveringen van S1NGLE. Dat lukt makkelijk tijdens zo'n lunch. Het is een heerlijke manier van werken, eigenlijk vieren we onze vriendschap. Daarna kost het me nog twee dagen om ze af te werken.'

Beeld Io Cooman

We nemen de metro naar een attractie die Kolk per se wil laten zien: het Musée Grévin, een wassenbeeldenmuseum. 'Madame Tussauds is een machine, maar het Musée Grévin zit vol geschiedenis. Het is opgezet door een krantenuitgever. Destijds stonden er nog geen foto's in de krant. In het museum kon je de beelden van beroemdheden gaan bekijken.'

Het Grévin blijkt een fascinerend kitschpaleis uit 1882, een volkse versie van de Opéra Garnier in een overdadig versierde neo-barokstijl met kermiselementen. Zo wordt de entree geflankeerd door twee schaars geklede Egyptische godinnen die een ronddraaiende glazen bol omhooghouden.

Binnen biedt het museum de bekende combinatie van wereldleiders, sporthelden en vergankelijke sterretjes. Toch is het Grévin anders dan Madame Tussauds. Franser vooral. Schrijvers, zangers en filosofen als Serge Gainsbourg, Jean-Paul Sartre en Ernest Hemingway zijn in een café neergezet, alsof ze met elkaar in debat zijn. Filosoof Bernard-Henri Lévy maakt zelfs als wassen beeld een ijdele indruk. Daarna volgt een zaal met topkoks, zoals Paul Bocuse, toch moeilijk voorstelbaar bij Madame Tussauds in Amsterdam.

Kolk houdt van de geschiedenis, van de romantische traditie van Parijs, zegt hij even later op het terras van Le Zéphyr aan de Boulevard Montmartre. 'Parijs is een museumstad, een stad die de grandeur van vroeger uitademt. Ik kom veel mensen tegen die met nieuwe dingen bezig zijn, tekenaars, kunstenaars, schrijvers, ontwerpers. Maar het is altijd ingebed in een traditie. Parijs is niet hip.'

Parijs heeft een zekere douceur de vivre, alsof de stad een beetje wordt afgeschermd van de moderne wereld. 'De marktwerking, de hardheid, de gedachte dat alles om geld en omzet draait, dat heb je hier toch minder.'

Kolk houdt ook van de Parijse elegantie. 'Ik heb een bijzondere regenjas, half katoen-half rubber. In Parijs word je daarover op straat aangesproken. Wat mooi, waar heeft u die gekocht? De mensen bewegen zich ook eleganter dan in Nederland. Als tekenaar heb ik oog voor lichaamstaal. In Nederland zie je mooie vrouwen die zich voortbewegen alsof ze door de modder lopen. In Parijs bewegen de vrouwen prachtig. Alleen al de manier waarop ze roken.'

Hij ging er op bedevaart als jonge stripfan, hij woont er nu als succesvol tekenaar, getrouwd met een Française. In de loop der jaren is Parijs niet zo veel veranderd, vindt hij. Zelfs onder het gewicht van de aanslagen blijft Parijs zichzelf. 'Je moet je niet aanpassen, terroristen niet hun zin geven. De dag na 13 november zijn Isabelle en ik op het terras gaan zitten en hebben champagne gedronken. Dat is de mooiste vorm van protest: champagne drinken.'

In Musée Grévin een selfie met Naomi Campbell.Beeld Io Cooman

Hanco's Parijs

KUNST
Het Musée Zadkine, het oude atelier van beeldhouwer Ossip Zadkine. Klein en sfeervol.

Fondation Cartier-Bresson. In het voormalige huisatelier van Henri Cartier-Bresson zit nu een goede fotogalerie.

In het opvallend gifgroene complex Les Docks aan de Seine zit het museum l'Art Ludique, voor strips, animatie en games. Momenteel is er een tentoonstelling over Blue Sky (tot 18/9), de makers van de animatiefilm Ice Age.

ZIEN
Het Musée Grévin, wassenbeeldenmuseum in een opvallend historisch decor uit 1882.

Het kerkhof van Montparnasse. Minder overdadig dan Père Lachaise, met veel beroemde doden, onder wie Serge Gainsbourg, Jean-Paul Sartre en Simone de Beauvoir.

WINKELEN
Grote stripwinkel La Planète Dessin, 17 Rue Littré. Enorm aanbod, van Asterix tot hoogwaardige tekenkunst. Goed advies van de vriendelijke eigenaar.

ETEN
Mosselen bij La Marine, 59 Boulevard de Montparnasse. Traditionele moules marinières, lekker en niet duur. Heeft ook veel andere gerechten op de kaart.

Le Petit Baigneur, 10 Rue de la Sablière. Klassiek bistro-eten in sfeervol restaurant in voormalige slagerij, gedecoreerd met oude reclameposters.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden