Review

Paradiso - An Amsterdam Stage Affair: Mooie kippenvelblik op popkerk

De Amsterdamse popkerk Paradiso wordt in de documentaire Paradiso - an Amsterdam Stage Affair van Jeroen Berkvens omzichtig benaderd. De camera glijdt traag en in gewijde stilte over het glas in lood, over de inscriptie Soli Deo Gloria ¿ alleen aan God de eer. Dan dalen we langzaam af via de voorgevel aan de Weteringschans, treden binnen door de imposante houten voordeuren en staan ineens in gedeelde extase middenin de zaal onder hemelsblauw licht, als Maxi Jazz van de Britse danceband Faithless het publiek bespeelt: 'This is our church, this is where we heal our hurts.'

De documentairemaker houdt van zijn onderwerp, dat mogen we direct weten, en Berkvens brengt in zijn openingsshots dus graag even het kippenvel over dat hij zelf zo vaak zal hebben gevoeld als concertganger. Maar daarna verschuift het perspectief: Paradiso wordt in Paradiso niet heilig verklaard door het publiek, niet door de directeuren, programmeurs en medewerkers, maar door de artiesten die er durfden op te treden.

Want het schijnt nogal angstig te zijn, als we de opgevoerde Paul Weller (The Jam), Stuart Staples (Tindersticks), Peter te Bos (Claw Boys Claw), Henry Rollins (Black Flag), Johnny Rotten (Sex Pistols), Martha Wain­wright en Patrick Watson mogen geloven: de tocht van de kleedkamer omhoog richting podium, de stap in het volle licht, en vooral de aanblik van de '1.500 meningen' (Richard Janssen, Fatal Flowers) die je vanuit sacrale setting staan aan te staren.

Intens

Optreden in Paradiso is, mede dankzij de unieke architectonische eigenschappen, volgens ervaringsdeskundigen 'intens en adembenemend', 'een sprong in de bek van de leeuw' en 'een existentiële ervaring'. Het belangrijkste poppodium van Nederland zou in de popwereld een ongenaakbare status hebben, en de Belgische band dEUS bijvoorbeeld heeft er het gevoel dat de hele wereld meekijkt. Het publiek staat bovendien pal voor het podium en hangt op twee lagen balkons ook nog eens half over de band heen. Nogal imponerend, vindt Peter te Bos van Claw Boys Claw: 'Paradiso is een zaal waar vals spelen meteen genadeloos wordt afgekapt. Je kunt je niet verschuilen.'

Natuurlijk kijkt Berkvens in zijn lofzang op Paradiso terug op de rijke historie van de voormalige kerk die na een kraakactie van hippies verwerd tot een 'kosmisch ontspanningscentrum', dat in 1968 de deuren opende voor psychedelische bands als Pink Floyd en The Pretty Things. Een tijd volgens oud-directeur Huib Schreurs waarin Paradiso één grote vloeistofdia was.

Maar het aangename van Paradiso zit hem in de blik op het nu, op de rol die Paradiso tegenwoordig vervult in het Nederlandse popbedrijf. Zo volgt Berkvens de Nederlandse singer/songwriter Tim Knol in de aanloop naar zijn grote artistieke doorbraak: Paradiso, Grote Zaal. Het woord 'zenuwachtig' valt een keer of dertig.

Tournee

De film verliest even focus als Martha Wainwright en reünieband The Sonics mogen uitweiden over hoe het is om als popster te leven onderweg, altijd maar op tournee. Dat is toch een ander onderwerp. Als we daarna een prachtig beeldmozaïek zien van de artiesten die zich in de kleedkamer in grote concentratie voorbereiden op hun Paradisoshow, zijn we gelukkig weer bij de les.

Paul Weller: 'Nervositeit, paniekaanvallen, heen en weer lopen, mensen om je heen constant om de tijd vragen.'

Filmstill uit Paradiso - An Amsterdam Stage Affair

Paradiso - An Amsterdam Stage Affair

  • Oordeel van onze recensent
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden