InterviewRegisseur Mees Peijnenburg.

‘Paradise Drifters laat zien wat er gebeurt als de jeugdzorg wegvalt’

Filmregisseur Mees Peijnenburg.Beeld Eva Roefs

In zijn speelfilmdebuut volgt regisseur Mees Peijnenburg de kruisende levenspaden van drie dakloze jongeren.

‘Helemaal hyped up’, was filmmaker Mees Peijnenburg (31) aan het begin van 2020. Zijn speelfilmdebuut Paradise Drifters, een energieke roadmovie waarin drie thuisloze Nederlandse jongeren in dezelfde auto richting Zuid-Europa belanden, werd vertoond op de filmfestivals van Rotterdam en Berlijn. Het moment was aangebroken om zijn belofte in te lossen als een van ’s lands grootste filmtalenten. Het was inmiddels alweer vijf jaar geleden dat zijn uitzonderlijk fraaie Geen koningen in ons bloed, een televisiefilm over een broer en zus die pendelen tussen zorginstanties, werd bekroond met twee Gouden Kalveren.

De internationale pers in Berlijn dichtte Paradise Drifters in februari een gloedvolle toekomst toe, de promotiecampagne voor de landelijke bioscooprelease in april stond in de steigers, waarna – u weet het al. ‘Het virusnieuws was meteen veel groter dan het verdriet dat de film niet kon worden vertoond’, zegt Peijnenburg terugblikkend. ‘Wat er gaande was, gebeurde buiten ieders macht om.’ Naarmate de maanden vorderden begon hij te koesteren wat zich dit jaar wèl had voltrokken. Dat zijn film  voor de wereld op slot ging op het laatste grote filmfestival te zien was geweest. Dat tijdens een vertoning door het filmfestival van Rotterdam (samen met Jeugdzorg Nederland, het Leger des Heils en Streetcornerwork) de jongeren waarop hij zijn film baseerde zich herkenden in de personages op het doek.

Peijnenburg is een gepassioneerde prater – argumenten gaan geregeld gepaard met een stevige klap op tafel. ‘Alles werd in retrospectief nog bijzonderder. En tegelijk dubbeler: als gevolg van corona werden de uitnodigingen voor festivals één voor één afgezegd.’

‘De kleinste details spreken vaak het sterkst in Paradise Drifters, zoals het steeds viezere voetbalshirt waarin Lorenzo op straat staat te bedelen’, schrijft Kevin Toma in zijn recensie.

In Paradise Drifters – vanaf donderdag eindelijk in het hele land te zien – vervlecht Peijnenburg de levenspaden van een meisje en twee jongens die een weg zoeken uit hun getroebleerde levens. Chloe (debutant Tamar van Waning) is zwanger na te zijn verkracht door haar stiefvader en wil naar Barcelona om haar problemen op te lossen. Lorenzo (Jonas Smulders) wil nog één laatste grote drugsdeal beklinken, in Marseille, om zich definitief van zijn schulden te verlossen. Yousef (Bilal Wahib) komt uit een jeugdgevangenis, maar heeft geen thuis om naar terug te keren. Samen gaan ze op pad.

De film komt rechtstreeks voort uit Geen koningen in ons bloed, zegt Peijnenburg. ‘Waar Geen koningen zich in de arena van jeugdzorg afspeelt, laat Paradise Drifters zien wat er gebeurt als de jeugdzorg wegvalt. Dat je 18 bent, zorgmoe en denkt: ik doe het alleen, ik móét het alleen doen omdat ik niemand anders heb. Waarna de obstakels en dilemma’s alleen maar groter worden.’

Tijdens de voorbereiding van Geen koningen in ons bloed bezocht hij jongeren in opvangtehuizen en de daklozenopvang. Hun verhalen bleven hem achtervolgen, lang nadat de film klaar was. ‘Ik belde de begeleider van een jongen die ik veel had gesproken, Lorenzo, om te vragen hoe het ging. Hij was inmiddels vader geworden, maar was nog steeds op zoek naar zijn huisje-boompje-beestje. Nog niet uitgevochten. Niet uitgezocht. De Lorenzo in Paradise Drifters verwijst naar hem. Ook sprak ik een meisje dat ongewenst zwanger was geraakt en een poosje had overwogen haar kind te verkopen. Ze heeft het niet gedaan, maar ze had tot in detail uitgezocht hoe en waar ze het zou doen. Het personage van Chloe baseerde ik op haar.’

Peijnenburg vertelt verhalen die ogenschijnlijk ver buiten zijn eigen wereld liggen. Zijn afstudeerfilm Cowboys janken ook (2013) schetst de revalidatie van een slachtoffer van zinloos geweld en met het 7 minuten durende Bloedhond (2014) neemt hij een duik in het overkokende brein van een jongen met een  agressieprobleem. Film is voor hem een middel om ‘werelden te ontdekken’. Je zou hem een veredelde documentairemaker kunnen noemen.

Hij herinnert zich een opdracht in het eerste jaar op de Filmacademie waarin met louter foto’s en geluid een verhaal moest worden verteld. Peijnenburg bracht nacht na nacht door op het Rembrandtplein en Leidseplein in Amsterdam om het geluid van vechtpartijen op te nemen. ‘Het was een persoonlijk onderzoek: mijn stiefbroer was op straat in coma geslagen, mijn afkeer voor geweld is gigantisch. Ik wilde er bij staan en zien hoe straatgeweld tot stand komt. Dat rücksichtslose. Dat domme.’

De personages in Paradise Drifters zijn niet per se vechtersbazen, maar in hun driftmatige gedrag komen ze overeen met de figuren in Peijnenburgs vroegste werk. ‘Ze handelen in plaats van onderhandelen, ze gaan waar iets te halen is. Toch voelt de film dicht bij huis. Ook al ik ben ik niet op straat opgegroeid: ik herkende mijzelf in de gesprekken met jongeren, in hun zoektocht naar warmte, liefde en genegenheid. Hun blokkades zijn heftiger dan die in mijn bestaan, maar de  behoefte aan mensen en liefde om je heen geldt voor iedereen.’

Om de zoektocht van zijn personages zo precies mogelijk in beelden te vatten, dacht Peijnenburg eindeloos na over de stijl van de film. ‘Onderzoek naar een bepaalde sensitiviteit in beeldvertelling’, noemt hij dat. ‘Tijdens de ontwikkeling van Paradise Drifters hing mijn huis vol plaatjes. Cameraman Jasper Wolf (Monos), production designer Elza Kroonenberg en ik bestookten elkaar met foto’s. De fotoboeken Bronx Boys van Stephen Shames (jongeren op straat in de gelijknamige New Yorkse wijk, red.) en Tiny van Mary Ellen Mark (dertig jaar uit het leven van een vrouw die begon als tienerprostituee in Seattle, red.) vormden een grote inspiratie. In Tiny ligt het meisje op bed; ze is 16, zwanger en ze kijkt omhoog. In haar ogen zie je haar wereld, zonder dat je precies weet hoe die eruitziet. Dat gevoel wilde ik  proberen te vangen met mijn actrice. Tamar heeft een prachtige eigenzinnige brutaliteit. Een kwetsbaarheid die zich in een eerste oogopslag niet prijsgeeft, maar nieuwsgierig maakt.’

In enkele scènes in Peijnenburgs nog jonge oeuvre zijn de fotografische invloeden te herkennen: momenten waarop een personage dromerig voor zich uit staart (Olivia Lonsdale in Geen Koningen in ons bloed) of op een dak oreert tegen reisgenoten (Jonas Smulders in Paradise Drifters), terwijl de beelden in slow motion raken en in een voice-over flarden van een innerlijke monoloog of een eerder gevoerde dialoog te horen zijn. In Paradise Drifters levert dat op de beste momenten een wat dromerige, gefragmenteerde vertelstructuur op. ‘Iets dat het gebrek aan fundament van de karakters laat zien. Brokstukken uit hun bestaan.’

Beeld Eva Roefs

Niemand kan zichzelf zo op scherp zetten als Peijnenburg. Iemand die er voortdurend op uit is zichzelf te verbeteren. Die de lat zelf zo hoog mogelijk legt. Dat zegt Mart Dominicus, zijn voornaamste begeleider in het derde en vierde jaar van de Filmacademie en adviseur tijdens het maken van Paradise Drifters, desgevraagd over hem aan de telefoon.

Zijn speelfilmdebuut moest van Peijnenburg meer worden dan een karakterdrama over ontwortelde jongeren. Met korte, documentaire-achtige shots van lege slaapplekken op straat in Marseille en Barcelona wilde hij Paradise Drifters optillen. ‘We kwamen die plekken overal tegen tijdens de research en besloten alles te filmen. Een opgerold matrasje in een hoek. Een slaapzak. Een stuk karton op het wegdek. Het leek me mooi de film op die manier iets wijder te maken. De schaduwzijde van deze steden laten zien – en hun onderlinge overeenkomsten.’ Niet alles werkte: de beelden van zwerfafval en van vogels op zoek naar eten schoten achterafgezien te ver door, zegt hij. En de close-ups van de littekens en tatoeages van de straatjongens in Marseille die de crew hielpen bij de opnamen in hun wijk waren wel mooi, zegt hij, maar bleken uiteindelijk te dominant. ‘Gelukkig heeft onze editor Imre Reutelingsperger een haarfijn oog voor momenten waarop de film dreigt te gaan pochen.’

De opnamen in Marseille waren een verhaal apart, zegt Peijnenburg. ‘We kregen een aantal jongens uit de wijk aan onze zijde als onze bodyguards en we kregen een duidelijke regel mee: één specifiek flatgebouw mochten we maar tot 11 uur ’s ochtends in beeld brengen. Als we daarna doorgingen, zouden we beschoten worden met kalasjnikovs. Op die plek werd na 11 uur ’s ochtends gedeald. De hele crew begreep waar we waren en welk verhaal we wilden vertellen; om kwart voor 11 pakten we netjes onze camera in. Het veroorzaakte een bijzondere energie op de set. Iedereen was extra scherp, de dreiging was voor iedereen voelbaar. Maar bovenal: het versterkte ieders motivatie om deze film te maken.’

Cv Mees Peijnenburg

1989Geboren in Amsterdam

2007Acteert in Timboektoe

2008Acteert in Hoe overleef ik mijzelf?

2008Acteert in Oorlogswinster

2012Wij waren wolven

2013 Studeert af aan Filmacademie met Cowboys janken ook

2014Un creux dans mon coeur, bekroond met Dutch Directors Guild Award

2015 Geen koningen in ons bloed, bekroond met twee Gouden Kalven

2017 Door de Volkskrant uitgeroepen tot Filmtalent van het jaar

2020Paradise Drifters

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden