Boekrecensie De hemel verslinden

Paolo Giordano wil te veel in deze onvolmaakte roman, die je desalniettemin ademloos uitleest (drie sterren)

Beeld Floor Rieder

Paolo Giordano: De hemel verslinden

Uit het Italiaans vertaald door Mieke Geuzebroek en Pietha de Voogd.

De Bezige Bij; 460 pagina’s; € 24,99.

De eerste keer dat het geluk zich in Teresa’s leven aandient, is dat meteen het begin van het einde. Ze is 14, het is een loomhete zomer en ze kijkt in de donkere ogen van een jongen, Bern genaamd  en in de kortstondige eeuwigheid van dat moment weet ze alles over hem, over hen, over het leven.

Die gebeurtenis, helder als een openbaring, vindt plaats in de oude villa van haar grootmoeder in Speziale, op het platteland van de diepzuidelijke regio Puglia, waar Teresa en haar vader ieder jaar vanuit Turijn naartoe rijden om er lange, doorstoofde zomers door te brengen. Naast de villa ligt een vervallen masseria, een boerderij, waar de idealist Cesare een stel jongens uit probleemgezinnen onder zijn hoede heeft genomen. De even charismatische als raadselachtige Bern is een van hen.

Elke zomer dat Teresa in Speziale terugkeert, voelt ze zich sterker aangetrokken tot die mysterieuze, afgezonderde commune waar Cesare de scepter zwaait en Bern de onrust in haar binnenste aanwakkert. De fanatiek religieuze Cesare probeert zijn jonge discipelen liefde en respect voor de natuur bij te brengen, maar ook discipline. Hoe vaker Teresa er komt, des te vaster nestelen Cesares idealen zich in haar gedachten. Maar wanneer ze na de middelbare school in Turijn gaat studeren, lijken de masseria en haar bewoners opeens heel ver weg.

Jaren later, als Teresa inmiddels 23 is, overlijdt haar grootmoeder. Na de begrafenis besluit ze een tijdje in Speziale te blijven. Haar ouders zijn nog maar nauwelijks zonder haar naar Turijn teruggekeerd, of ze zet de stap die onvermijdelijk was sinds haar blik voor de eerste keer die van Bern kruiste: ze neemt haar intrek op de masseria. Die is inmiddels door Bern en de zijnen gekraakt, en er hebben zich een paar nieuwe bekeerlingen bij hen gevoegd. Cesare, hun leermeester, is vertrokken.

Groen paradijs

Aanvankelijk is de masseria een hof van Eden waar eendrachtig wordt gezaaid en geoogst en de lucht zindert van geluk en bedrijvigheid, alles volgens streng ecologische en morele normen. Maar het fanatieke idealisme en activisme van de bewoners leidt, samen met sluipende onderlinge haat en nijd, tot de teloorgang van hun groene paradijs.

Nadat de groep uiteen is gevallen, blijven alleen Bern en Teresa op de masseria achter. Ze proberen de mini-ecofarm draaiende te houden en er het beste van te maken, maar dat wordt steeds moeilijker, zeker als hun relatie een nieuwe last te torsen krijgt: Teresa wordt maar niet zwanger, wát ze ook proberen. Veel ecologischer dan kinderloos blijven kan een mens niet zijn, maar voor Teresa en Bern is dat geen troost.

Net zoals Bern en zijn strijdbroeders en -zusters er niet in slagen om hun idealistische ideeëngoed duurzaam gestalte te geven, zo lijkt Giordano te hebben geworsteld met de uitwerking van De hemel verslinden, dat tien jaar na zijn debuut De eenzaamheid van de priemgetallen is verschenen. Door voor een ik-persoon te kiezen, werkt de auteur zich in de nesten, want hij moet lelijke noodgrepen bedenken om de delen van het verhaal waar Teresa niet zelf bij aanwezig is, toch voor ons te kunnen opdissen. En het verdient ook geen schoonheidsprijs zoals hij af en toe versneld achteruit of vooruit spoelt, bijvoorbeeld met een manke zin als: ‘Door alle voorbereidingen kwam de grote dag (het huwelijk van Bern en Teresa, EK) bijna ongemerkt naderbij.’

Te veel

Erger is dat Giordano veel te veel wil in het bestek van een roman: terwijl de religieuze verwijzingen wild door het boek woekeren (alsof we nog niet hadden begrepen dat Bern een soort messias is, krijgt hij van zijn schepper op een gegeven moment zelfs stigmata op zijn handen), gaat het over de vraag waar idealisme eindigt en fanatisme begint, over de natuur die door ’s mensen hand in rap tempo naar de gallemiezen gaat, over zingeving van het bestaan en over hoe goed een mens zijn naasten eigenlijk kan kennen. Giordano laat de lezer met een wirwar van losse eindjes achter, om hem op te zadelen met een paar kleffe, mierzoete allerlaatste pagina’s.

Maar uiteindelijk doen die manco’s vreemd genoeg ook weer niet heel veel af aan de dwingende kracht waarmee Giordano je bijna 500 pagina’s lang een amechtig leesritme weet op te leggen, op weg naar de apotheose van Berns calvarie, die even absurd en theatraal als adembenemend is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden