Paolo Giacometti toont smaak in pianowerk Rossini

Rossini, L'album pour les enfants adolescents, door Paolo Giacometti. Channel Classics 12398...

Het is een mooi beeld en het komt, dachten we, uit een roman van Borges: van de jongleur die tot Maria bidt, en staande voor Haar beeld zijn kunstje doet met kegels. Omdat dat nu eenmaal het beste is dat hij te bieden heeft.

Vergelijk het met Rossini, de componist die zondag het sluitstuk was van het Festival Oude Muziek in Utrecht. Er klonken pianostukken, gespeeld door Paolo Giacometti - die ze ook net op cd heeft uitgebracht - en het Stabat Mater.

Rossini schreef dit werk een paar jaar nadat hij zichzelf in de VUT had gedaan als operacomponist. In het Stabat Mater begint Rossini direct na het openingskoor met een tenor die het verscheurde hart bezingt van de Moeder bij de Gekruisigde. Die aria klinkt naar een zwierig marsje uit een Rossini-opera als Tancredi of Otello.

Over die operawendingen in zijn religieuze werk is veel kritiek uitgestort, en Rossini zou misschien zeggen: 'Het was nu eenmaal het beste dat ik te bieden had.'

Maar Rossini kende ook de dieptewerking van het omdraaien, en dat zie je juist in zijn operawerk. Gekerkerd meisje: vrolijk walsje (extra triest). Tiran bespot: tonen van triestheid (extra vrolijk).

Zijn pianowerk biedt, op een andere schaal, vergelijkbare stijl- en stemmingswisselingen. Het bleef bewaard in een vloed aan salonstukken onder de verzamelnaam 'Zonden van de oude dag'. Rossini schreef ze voor eigen soirées, en gaf ze, als een Satie avant la lettre, titels als 'Naïef thema en dito variaties', en 'Oef, de erwtjes'.

Het gaat van ironisch-opgewekt (vaak) of gracieus als de beste Chopin (soms), naar oubollig cabaretesk (nu en dan). Het gaat van zelfspot (herinneringen aan operawerk) naar bezonkenheid als van de beste Liszt. Zoals Rossini in het Stabat Mater een mystieke Rossini-shuffle in beweging kon zetten, zo had hij voor zijn visite op zaterdag een iets minder geniaal, maar toch heel indrukwekkend perpetuum mobile in petto, in het deeltje Hachis romantique.

Paolo Giacometti, die kennelijk van plan is na dit 'vol.1' nog meer pianowerk van Rossini uit te brengen, zet het neer met smaak en inlevingsvermogen. Sommige episoden zijn goedkoop en roepen gêne op, het gevoel dat deze Rossini's eigenlijk niet voor ons bestemd zijn. Maar daar staat veel verrassends tegenover, want Giacometti laat niet alleen in dat watervlugge Hachis horen dat hij een van de beste pianisten is die in Nederland rondlopen. De Pleyel die hij bespeelt, een 280 centimeter lang bakbeest uit 1858, klinkt prachtig.

Pianoconcerten Prokofjev en Bartok, door Martha Argerich en het Orkest van Montreal o.l.v. Dutoit. EMI 5 566542 3.

De pianiste Martha Argerich, die door een gemene ziekte de laatste jaren veel optredens heeft moeten afzeggen, geeft volgende week in Doorn - 'misschien' - zomaar acte de présence bij een kamermuziekweekeinde in Doorn, en bij het Concertgebouworkest staat ze genoteerd om in december Prokofjev te komen spelen onder leiding van Chailly. Vooral dat laatste is iets om naar uit te zien. Elke noot die je van haar krijgt is een cadeautje, maar zeker als het om Prokofjev gaat, een componist met wie Argerich grote affiniteit heeft. Prokofjev was trouwens zo sympathiek om in zijn Pianoconcert nr. 3 veel noten te stoppen.

Argerich speelt ze met een ongelooflijke flair. Ze reikt er, technisch en poëtisch, veel verder mee dan Aleksander Toradze in zijn gooi- en smijtwerk met alle vijf Prokofjev-concerten (die hij onlangs opnam met Valeri Gergjev en het Kirov-orkest).

Argerich beperkt zich - op een EMI-cd die in de loop van volgende week moet verschijnen - tot de concerten 1 en 3. In plaats van het vierde of vijfde Prokofjev-concert, die er net bij zouden kunnen, wordt het derde pianoconcert van Bartók meegeleverd. Heel mooi, en meer dan dat, maar het lijkt voorlopig de weg af te snijden naar een complete Prokofjev van Argerich op twee plaatjes.

Haar partners zijn Charles Dutoit en het Orkest van Montreal. De samenwerking moet stimulerend zijn geweest: de vitaliteit van deze uitvoeringen spot met elk idee van ziek of zwak zijn, en het is duidelijk dat Dutoit als 'begeleider' alles op alles heeft gezet. Het orkest voegt zich tot in detail naar de subtiele rubati waarmee Argerich Prokofjevs passagewerk en hoekige motoriek een speciale glans geeft.

Typisch Argerich is de bijna gewichtloze pianistiek waarmee ze zich door de tovertuinen begeeft die Prokofjev in het derde concert heeft aangelegd in het langzame deel en in het meno mosso van de finale. Ook Dutoit doet daar goed werk, en let scherp op de perspectiefwerking in Prokofjevs instrumentaties.

Sjostakovitsj, Symfonie nr 15 en Pianoconcert nr. 2. The London Philharmonic Orchestra o.l.v. Jansons. EMI 56591.

Misschien zou Argerich nog meer hebben gehad aan een spannend tegenspel van Mariss Jansons, kampioen van de messcherpe interpretatie. Omgekeerd moet Jansons zich bij het Pianoconcert nr. 2 van Sjostakovitsj behelpen met de bleekneuziger Mikhail Rudy, die wel doet wat Jansons wil, maar toch ook weer niet voldoende. Percussieve akkoordreeksen en pianoloopjes op het scherp van de snede komen er net niet perfect uit. In de Symfonie nr. 15 is The London Philharmonic voor de briljante Jansons een gewillig, maar technisch ontoereikend ensemble.

Roland de Beer

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden