Panische lach was handelsmerk Roland Topor

De duivelskunstenaar Roland Topor (59) is woensdag in het Parijse Salpêtrière-ziekenhuis overleden. Hij lag al enige dagen in coma. Topor was een 'Tsjechov van de huivering', stichter van 'de paniekbeweging' en grootmeester van de lach....

ZONDER DRANK, zei Roland Topor bij het nuttigen van een glas, 'is het leven ronduit stomvervelend'.

Hij hield van goed eten en drinken, een mooie whisky of een Grand Cru met vrienden in het café of restaurant, steevast met een dikke sigaar tussen de vingers, én van pittige conversatie en bulderende lachsalvo's. Hij was een lacher bij uitstek, 'de man van de eeuwige snerpende schaterlach'. De panische lach was zijn handelsmerk.

De Pool Topor is in 1938 in Parijs geboren. Hij studeerde beeldende kunsten en publiceerde in 1958 voor het eerst prenten in de Revue Bizarre. Begin jaren zestig stichtte hij samen met Arrabal en Jodorowski de mouvement panique, 'de paniekbeweging', onder het motto 'je panique et je marre', ik raak in paniek en lach mij krom.

Zijn appartement in een statige buurt bij het Parijse Bois de Boulogne was een puinhoop, een chaotisch laboratorium waar hij zijn absurde vondsten en humor in tekeningen, televisiescripts, toneelstukken en korte verhalen bedacht.

Zijn gierende lach, schreef zijn vriend Rudy Kousbroek, was 'een bevrijdende grijns', een soort verwoestende humor die geen heilig huisje overeind hield. Maar het was ook een milde lach. Hij wilde ooit nog eens een museum van de lach maken, een verzameling van het schaterlachen, waar bij het betreden van het museum vanonder een tapijt stap na stap een andere lach tot klinken werd gebracht.

Topor was een duizendpoot. Hij had geen beroep, zei hij, want hij wilde geen geordende loopbaan. 'Soms schrijf ik een boek', vertelde hij in een interview met Vrij Nederland, 'soms maak ik een schilderij of regisseer ik een stuk.' Hij speelde ook in films, rollen in Een liefde van Swann en Nosferatu.

Het Poolse woordje Topor betekent 'hakbijl'. Zijn humor is 'op de grens van het duldbare'. Sommige van zijn prenten tonen gruwelijke taferelen; geen dromerige vergezichten met vrolijke prinsjes en elfen, maar met afgrijselijke en onrustige types in vaak dolkomische tot paniekerige situaties. Hij was een meester van het macabere. Op hem slaat de opmerking van de dichter Baudelaire: 'Een wijs man, . . . lacht slechts, geeft zich slechts over aan de lach met een huivering.'

Topor schreef vooral korte verhaaltjes. Hij was de Tsjechov van de huivering. In 1964 publiceerde hij het ook in het Nederlands vertaalde De huurder, een roman die door Roman Polanski is verfilmd. Voor zijn korte verhalen Joko fête son anniversaire kreeg hij de bekende Parijse Prix des Deux Magots.

'Ik vermoord geen kleine meisjes, maar ik doe andere gewelddadige dingen.' Topor had veel vrienden in Nederland. Hijtekende voor onder meer het Franse satirische blad Harakiri. Op zijn beroemde en in het geheugen gegrifte affiche voor de Wereldaidsdag van 1993 prijkt een mannetje dat met gesloten ogen een condoom over zijn hoofd trekt. De tekst eronder luidt: Niet over het hoofd dat condoom! Topor maakte ook televisieprogramma's, Téléchat, korte sketches met het komisch journalistenduo Groucho de Kat en Lola de Struisvogel over 'de fantastische wereld waarin de voorwerpen en de dingen de hoofdrol spelen'.

Toen Frankrijk de bicentenaire van de Franse revolutie vierde, maakte Topor een film over de Markies de Sade. Philip Freriks noteerde in de Volkskrant, naar aanleiding van de première, zo'n typische Toporiaanse opmerking: 'Als je beroemd bent, ben je deel van de samenleving. (. . .) Beroemd zijn lijkt onschuldig. Het is de paradox van onze maatschappij met al z'n ethiek: de hoogste waarde is onethisch. In dat verband is De Sade mogelijk het ergste overkomen: zijn naam is een uitdrukking geworden.'

Zoals Topor dat is voor humor.

'Een toast op de zaterdagen in La Palette', klinkt het motto van zijn bij De Bezige Bij vertaalde La plus belle paire de seins du monde, de mooiste tieten ter wereld, een toast op het café waar hij geregeld kwam. Het leek wel elke dag feest. Maar tegelijk gaf hij toe dat hij bang was. 'Mijn angst is mijn hele werk.' Eigenlijk was hij doodsbenauwd voor het leven. 'Maar mijn sterke punt is dat ik er voor uitkom', lachte Topor. 'Leven is genieten tot je doodgaat', luidde zijn filosofie, 'of niet?'

Paul Depondt

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.