Pakkende geschiedenis van vakantiehuisjescultuur

Beeld Mieke Dings

Nederland telt 1.500 vakantieparken. Dat is veel, zegt architectuurhistoricus Mieke Dings in Tussen tent en villa, een kloeke verhandeling over een eeuw Nederlandse vakantiecultuur. Ze citeert een recreatiedeskundige: 'nergens heb je zo'n mindshift van hotel naar park gezien als hier'. Cijfers ontbreken echter, omdat landen verschillend tellen.

Smurfendorp

De indruk van een overdosis ontstaat makkelijk. Bijvoorbeeld tijdens een rit langs de Zeeuwse kusten, waar uniforme 'smurfendorpen' de strakke horizon doorbreken. Maar is dat veel? Alleen als je het zicht op de einder vrij wilt houden. Maar juist in Zeeland zijn vakantieparken een daverend commercieel succes.

De term smurfendorp tekende Dings elders op, naast veel andere markante waardeoordelen over de Nederlandse vakantiecultuur. Tussen tent en villa is de publiekseditie van haar cultuurhistorisch promotieonderzoek. Met honderden foto's en ontwerpschetsen, en rake citaten uit reclames, beleidsdocumenten en lezingen, is dit een unieke reis door de tijd. De vakantiehuisjescultuur, nooit eerder geïnventariseerd, weerspiegelt haarscherp de normen en waarden van een volle vaderlandse eeuw.

Beeld Mieke Dings

Onzedelijke toestanden

Natuurrecreatie was een eeuw geleden nog excentriek, iets voor een handvol elitejongeren. Het socialisme voedde hun ideaal om 'terug in de natuur' een nieuwe solidariteit te kweken. Als echter de Arbeidswet (1919) massa's mensen in staat stelt op hun vrije zondag in korte broek een 'pleiziertrein' naar de Veluwe te nemen, klaagt de heersende klasse over 'onzedelijke toestanden'. Arbeiders moeten thuis blijven, 'waar de ontspanning het minst de gewone taak bedreigt, het minst tot afmattend kwaad overhelt'.

Die bevoogdingsdrang houdt lang stand. Kamperen en overnachten in 'kamphutjes' wordt snel populair, maar staat decennialang onder toezicht. De door rijksoverheid, kerken en bedrijfstak gereguleerde 'opvoedkampen' verbieden alcohol, transistorradio's en 'redevoeringen'. Ongehuwde stellen worden gescheiden, kleding moet 'welvoeglijk' zijn.

Een eerste plan voor een park-met-amusement bij Zandvoort strandt nog in 1950 op weerstand van de zuilen en de sector. De ANWB ziet liever dat 'het publiek zichzelf leert te vermaken'. De kerken reppen van schijnvrijheid: 'men denkt te leven, maar men wordt geleefd!'

Intussen evolueren de parken wél van spartaanse overnachtingsplekken naar minidorpen met meer luxe. De wederopbouw levert talloze nieuwe parkjes op voor kerkleden, vakbondsleden en bedrijfspersoneel.

Beeld Mieke Dings

Zwemparadijzen

Pas rond 1965 krijgt de commercie de overhand. De voorlopers van Center Parcs en Gran Dorado pionieren met schaalvergroting, privacy en comfort. De wettelijke ontwerpvrijheid voor recreatiewoningen bereidt opvallend vaak de weg voor de reguliere woningmarkt. Schakelbungalows, woonerven, gated communities, retrobouw: de parken lopen vaak voorop.

Vanaf de jaren negentig differentieert het aanbod. Kleine bosparken blijven stiltezoekers trekken, andere ontaarden in gedoogde woonplaatsen voor AOW'ers en arbeidsmigranten.

De grootste recreatieondernemingen - inmiddels in buitenlandse handen - expanderen snel in schaalgrootte en thematisering. Zwemparadijzen worden illusionaire jungles of Eftelingachtige grotten. Ook verrijzen er klonen van exotische badplaatsen en oud-Hollandse nepstadjes, met volop vermaak en avontuur op bestelling. Het 'groen' is alleen nog decor.

Edelkitsch

Wat de kerken vreesden, kwam uit. Hier láten mensen zich graag leven. Een goed voorgebakken midweekje en je kunt er weer tegen. So what? Nu vrije tijd vaak schaars is en de kansel ver weg, zou kritiek op dit instant massavermaak een tamelijk foute linkse hobby zijn. Waarom iemand zijn portie edelkitsch misgunnen? 'Mag je een keer een ontwerp maken (...) dat je zelf niet mooi vindt, maar tachtig procent van de mensen wel?' zo verontschuldigt zich een zelfverklaard kitscharchitect in het boek.

Dings neemt hierover geen standpunt in, maar pleit er wel voor dat het Rijk de bouw van parken afremt. Want 'oudere parken worden uit de markt gedrukt (...), verpauperen of bieden illegale huisvesting'. Daarbij, en dat acht ze erger, tast de massale huisjesbouw het landschap aan. Ze pleit voor een centrale herstructurering van de voorraad door verouderde parken te slopen of een woonbestemming te geven, en het geld dat hiermee vrijkomt te benutten voor natuurherstel.

Het is jammer dat cijfers bij dit slotbetoog ontbreken. Want hoeveel leegstand is er dan, hoeveel illegale bewoning en hoeveel aangetast landschap? Lokaal is dat vaak wel bekend, maar landelijk niet. Nu de druk op de woningmarkt toeneemt door vluchtelingen en arbeidsmigranten, bieden juist de oudere parken een voorraad onderdak die flexibel inzetbaar is. Laat gemeenten vooral niet wachten op rijksbeleid.

Beeld Roompot
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden