MuseumrecensiePaint it Black

Paint it Black is een vreugdeloze tentoonstelling: steeds weer hetzelfde akkoordje ★★☆☆☆

Bijna alle werken van Paint It Black in het Kröller-Müller lijken het laatste woord te willen hebben.

Armando, Zwart water, 1964.Beeld Marjon Gemmeke

Spreek, wiki: ‘Paint It Black  is een nummer van The Rolling Stones. Het was een co-productie van Keith Richards en Mick Jagger, en werd als single uitgebracht op 7 mei 1966.’ Wie opgroeide in de jaren tachtig kent Paint It Black echter vooral als titelsong van de Vietnam-serie Tour of Duty. Het is waarschijnlijk daarom dat ik lang heb gedacht dat het ging om een protestliedje, geschreven vanuit het perspectief van een gedesillusioneerde veteraan. Is niet zo: Paint It Black gaat over depressie als gevolg van liefdesverdriet. Het was tevens de eerste Amerikaanse nummer 1-hit met een sitar erin – dank, wiki. Kröller-Müller Museum heeft de naam nu geadopteerd voor een groepstentoonstelling.

Gezien de reacties in andere kranten is het misschien goed om te beginnen met te zeggen wat Paint it Black niet is. Het is geen kunsthistorische tentoonstelling over zwart in al zijn facetten: de talrijke connotaties van de donkerste aller kleuren (historisch, religieus, raciaal) wil zij niet belichten; de Black Lives Matter-beweging speelt erin generlei rol. Geen Akwasi? Geen Akwasi, mensen. 

Paint it Black is een presentatie met werk uit eigen huis, vooral minimal art, voornamelijk uit de jaren zestig en zeventig, een tijdsgewricht dat, net als het onze, werd gekenmerkt door burgeroproer en massademonstraties. Veel van de kunstenaars die men met deze periode associeert hangen er: Ad Reinhardt, Richard Serra, Ellsworth Kelly. Die volledigheid zegt iets over de toenmalige directeur en conservatoren van het museum: die hadden een neus voor wat bleef.

Het is kunst die opereert binnen een zeer smalle bandbreedte: de bandbreedte van de reductie en het vormonderzoek. Bijna alle werken hier, van het zwarte schilderij van Ad Reinhardt tot de hangende staalplaten van Francesco Lo Savio, lijken het laatste woord te willen hebben dan wel zijn: kaler, strakker, donkerder, zwarter dan dit is niet mogelijk. Als beeld van een kunsthistorische era geobsedeerd met uitersten werkt dat overtuigend, maar in termen van kijkplezier is het een vreugdeloze bedoening. Het is steeds weer hetzelfde akkoordje. En nog een zwarte rechthoek, en nog een….

Het bindende element, zwart, doet er daarbij vaak minder toe dan je zou verwachten. Bij Louise Nevelsons Sky Cathedral bijvoorbeeld, een grote, houten, puzzelachtige wandsculptuur gemaakt van door de kunstenaar op straat gevonden spulletjes, beschilderd in een mat, verkoold-hout-achtig zwart. Welnu, dat zwart is tamelijk arbitrair. Het had ook wit of grijs of bruin kunnen zijn, sterker: het was vaak wit of grijs of bruin, sculpturen in die kleuren maakte Nevelson namelijk ook. Niet het zwart zelf, maar zijn convergerende werking is wat telde. Dat is vaker het geval in deze presentatie.

Louise Nevelson: Sky Cathedral III (1959).Beeld Cary Markerink

Bij het piece de résistance van de expositie, Armando’s Installatie Zwart Water (1964), is de kleur dan wel weer bepalend: die is echt enkel voorstelbaar in zwart. Ten grondslag eraan ligt een impressie van de schilder uit de jaren zestig: wandelend langs de Amsterdamse Prins Hendrikkade zag hij straatlantaarns op de golfjes schijnen, een unheimisch effect, aldus de kunstenaar. Hij reproduceerde deze herinnering in een installatie, die nu voor het eerst weer wordt getoond: een verduisterd zaaltje met een ondiep bassin met water. 

Het is zo’n werk waarvan men het beoogde effect begrijpt, zonder het daadwerkelijk te voelen. Dat glimmende donkere oppervlak zou dreigend of mysterieus moeten zijn, zoals de zwarte cirkel van Anish Kapoor in De Pont of de donkere vierkante tunnel van Miroslaw Balka in Tate Modern een jaar of tien geleden dat waren danwel zijn, maar in praktijk oogt het provisorisch, een beetje goedkoop zelfs (de foto oogt beter). Slecht weggewerkte tapijtrandjes aan de zijkant, onhandige belichting: provisorisch. Er ligt viezigheid in het water, waarvan niet duidelijk is of het erbij hoort of niet. Dit lijkt muggenziften, maar in een kunstwerk zo kaal als dit, zijn de details van doorslaggevend belang. Of een lampje goed hangt of niet doet er hier veel toe – alles, eigenlijk.

Paint it Black, Kröller-Müller Museum, Otterloo, t/m 28/2.

Abstracte slavernij van Richard Serra

Het meest bewerkelijke stuk in de tentoonstelling is Serra’s Abstract Slavery, een reusachtig doek dat door de kunstenaar en zijn assistenten zwart is gemaakt met oliekrijtjes. Het zwart is echt diep zwart-zwart. De zijden zijn schuin afgesneden, waardoor het werk een licht asymmetrische vorm heeft. Die ingreep, meldt het tekstbordje, zou de ruimte eromheen uit balans brengen – dat nemen we ter kennisgeving aan. 

De titel, Abstract Slavery, voelt een beetje ongemakkelijk. Ik bedoel: zo’n enorm doek vullen met van die miezerige oliekrijtjes is ongetwijfeld een hels-karwei, en Serra en de zijnen zullen er vast en zeker kramp in hun vingers van hebben gekregen, maar om die arbeid nu gelijk te stellen met een systeem waarin mensen eeuwenlang stelselmatig zonder enige zeggenschap over lijf en leden werden uitgebuit, is een tikje wereldvreemd. Had het museum die titel moeten verwijderen? Nee, want het is Serra’s titel. Had er een kleine kanttekening bij geplaatst kunnen worden? Dat was misschien wel op z’n plek geweest.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden