Paaskuikens tussen heftruck en lopende band

Na voorstellingen in een autosloperij, een tuinderskas en andere ongewone locaties, strijkt Toneelgroep Hollandia voor een 'ode aan de arbeid' neer op Schiphol....

MARIAN BUIJS

IN HUN kitscherige kostuums lijken de acteurs zo weggestapt uit een VIPshow van RTL4. Allemaal hebben ze de griezelige glamour van de Bekende Nederlanders die wekelijks de roddelbladen sieren. Met zijn zwarte pruik en te krappe, glanzende pak lijkt Bert Luppes op een zanger van BZN. Betty Schuurman met kroontje en fluwelen jurk zou een zus kunnen zijn van Lady Di. Achter haar zit Barbie in eigen persoon, er is een fitnesslerares en een opzichtig homostel, geïnspireerd door het duo Sanders-Brink. 'We beginnen bij de start, let op' Regisseur Johan Simons geeft een teken, onheilspellend geraas zwelt aan. Links van de acteurs trapt een steward op een fiets, waardoor een houten propeller gaat draaien. Zodra het geronk voorbij is, demonstreren twee stewardessen, net paaskuikens in hun knalgele outfit, met lamlendige gebaren hoe zwemvest en zuurstofmasker moeten worden gehanteerd.

Hun doorzichtige vliegtuigstoelen zijn gemonteerd op een zwevende vloer. Over de hoofden van de spelers kijkt het publiek straks de onmetelijke hal in van KLM Cargo. Tussen rijdende lorries sjouwen mannen rond in blauwe overalls en tillen pakketten van de vreemdste afmetingen op stapels. Vanaf deze plaats lijken het mieren in een kubistisch Madurodam. Niemand van hen kijkt deze middag nog op van dit wonderlijke tafereel, zeven meter boven hun hoofd. Aan zo'n repetitie zijn ze inmiddels gewend. Intussen vormen zij wel een levend decor, een constructivistische choreografie, strak en prachtig van ritme.

In zo'n levendige, werkzame omgeving een voorstelling maken, dat was al jaren de droom van Theatergroep Hollandia. In een schouwburg waren ze zelden te vinden, liever speelden ze in een verlaten fabriekshal, een autosloperij of een sluis. Het verst gingen ze vorig jaar toen ze een stuk van Pasolini onder het viaduct van een Antwerpse snelweg speelden. Het werd een hel, voor spelers en publiek. Na al die leegstaande loodsen, verlaten fabrieken en in onbruik geraakte kassen, lag de volgende stap voor de hand: hun nieuwste productie, Industrieproject I: KLM Cargo speelt zich af in de immense vrachthal van Schiphol, waar het werk tijdens de voorstelling gewoon doorgaat.

Paul Koek, regisseur en muzikant, kan uren kijken naar dit gewemel. Gefascineerd wijst hij op de wagentjes daar beneden die met een mooie zwaai voor de kantine parkeren: schafttijd. 'Hier worden pakjes uit de hele wereld via heftrucks en lopende banden naar hun juiste bestemming gedirigeerd. Je voelt hoe waanzinnig zo'n bedrijf is georganiseerd, alles is gericht op efficiëntie en tijd. Het is het meest geavanceerde vrachtbedrijf ter wereld, maar het is toch heel vriendelijk. Dat is uniek en inspirerend.'

Een ode aan de arbeid moet de voorstelling worden, een feestje waarbij de grens tussen kunst en arbeid weg moet vallen. Toen Koek als jochie nog in een bloemkwekerij werkte, begreep hij al nooit waarom hij geen pauken kon studeren naast zijn oom die anjers stond te bossen. 'Het maken van kunst en het werk dat hier gebeurt, zijn twee soorten arbeid. Hoe verhouden die twee zich tot elkaar? Jammer genoeg blijven die in onze samenleving altijd strikt gescheiden: een theatermaker hoort in een schouwburg en een arbeider in een fabriek. Wij vinden het een uitdaging die twee juist samen te brengen.'

De avond begint beneden, in een andere loods waar pakketten, als vissen in een net, via een lopende band en een lift het vliegtuig ingaan. Tussen het publiek, dat toepasselijk op kartonnen dozen zit, bewegen de acteurs als machinemensen op muziek van Louis Andriessens Worker's Union. Dat begin verwijst naar de eerste decennia van deze eeuw toen men nog droomde van een arbeidersparadijs, de machine, de vooruitgang. Paul Koek legt uit: 'Die muziek repeteert in een ijzingwekkende zestiende maat, kadadakadadakadada. Je voelt de machine.'

Vervolgens ziet het publiek een verdieping hoger waar die droom toe heeft geleid: naar de welvaart van vliegvakanties, reality-tv en het wel en wee van sterren. 'In dat tweede deel, in dat zogenaamde vliegtuig, is het alsof je alle kanalen van de commerciële televisie tegelijk openzet', zegt Tom Blokdijk, dramaturg van Hollandia. 'We hopen dat het contrast tussen die belachelijke types, clichés van klatergoud, en die mannen in de verte die rustig hun werk doen het publiek aan het denken zet. Dat er een fusie ontstaat tussen verbeelding en realiteit waardoor men zich vragen gaat stellen. Niet alleen de vorm staat midden in de werkelijkheid, de inhoud doet dat ook. We gebruiken in dat deel geen literaire, poëtische teksten, die staan het directe contact met het publiek in de weg. We hebben geleerd van ons avontuur onder dat viaduct, daar was de tekst veel te literair. We nemen nu platte teksten, geplukt uit de dagelijkse realiteit: interviews en artikelen uit kranten en pulpbladen.'

We lopen naar het atelier dat Hollandia heeft ingericht achter de tribunes. Hier leggen naaisters de laatste hand aan de kostuums, hier wordt tussentijds overlegd en iets gegeten. Hollandia brak niet alleen uit het isolement van de schouwburg, ook inhoudelijk wil het gezelschap steeds meer aansluiten bij wat er in de wereld gebeurt.

Kunst die alleen naar kunst verwijst, daar hebben ze weinig mee op. Voor zijn monoloog in Twee Stemmen gebruikte Jeroen Willems een toespraak van Shelldirecteur Herkströter over de morele dilemma's van multinationals. Dat leidde tot een speciale voorstelling voor Shell-personeel met een gepeperde discussie na afloop. Jacqueline Blom hield een gefingeerde rede op een congres van Rijkswaterstaat, waarvan de toehoorders pas aan het slot de absurditeit herkenden. In King Corn was de tekst een letterlijke weergave van gesprekken met een arbeider, opgenomen op band, compleet met alle oh's en ah's. De vertolking van Bert Luppes had een indrukwekkend werkelijkheidsgehalte, het werd een portret van een uitstervend mensensoort dat vijftig jaar lang zijn ziel en zaligheid in zijn werk heeft gelegd.

Blokdijk: 'We hopen elk jaar zo'n industrieproject te doen, we willen het weer over belangrijke maatschappelijke zaken hebben. Ook bij het publiek is daaraan grote behoefte. Ik heb het gezien met onze tournee van Twee Stemmen, mensen bekommeren zich heus niet alleen om hun privégenoegens. Maar veel weldenkende mensen staan al jaren met hun rug naar het toneel. Het interesseert ze niet meer omdat de dingen die hen bezighouden daar niet ter sprake komen.

'Misschien willen toneelmakers dat wel, een enkele keer lukt ze dat ook, maar de taal die ze hanteren is meestal te traditioneel of wordt niet begrepen. Er is zoveel aan de hand, de toenemende macht van de bureaucratie, de stammenoorlogen die tot volkerenmoord leiden, de jacht op sensaties die je boven jezelf uit doen stijgen. Op al die verschijnselen vind je in het theater nauwelijks een reactie, laat staan een antwoord.

'Toneel is idealiter een plek waar de grote maatschappelijke kwesties aan de orde komen, waar een groep mensen gezamenlijk iets ervaart dat aansluit op wat hen werkelijk bezighoudt. Zo'n levende ervaring kan hen op andere gedachten brengen en een ijkpunt worden in hun denken over dat onderwerp.'

Riekt zo'n credo niet naar het vormingstoneel waarmee in de jaren tachtig grondig de vloer is aangeveegd? 'Het kan weer', zegt Blokdijk. 'De overwinning van het kapitalisme was zo schaamteloos dat het aantal mensen dat daar niks mee te maken wil hebben, alleen maar groeit. Natuurlijk is de vorm anders dan destijds. Voor het slot van de voorstelling verhuist het publiek weer naar dezelfde loods waar de avond begon. Daar speelt zich een debat af over de toekomst, gebaseerd op teksten uit tijdschriften en studies. Wat doen we met onze welvaart in de volgende eeuw? Onze begeerten worden toch allemaal vervuld? Goed, er zijn wat problemen met het milieu, maar we kunnen toch allemaal een heerlijk leven leiden? Mensen zijn misschien wel tevreden, maar zijn ze ook gelukkig? En als er al een betere wereld mogelijk is, wat is daarin dan de functie van arbeid, van gelijkheid?'

Tegenover die loods, in een kantoorflat, zetelt de directeur KLM Cargo, Jacques Ancher. Wat bezielt hem om een theatergroep binnen te halen? Anchers antwoord is simpel: 'Het kost ons niks en we hebben er geen last van.' Hij is er niet op uit om de wereld te veranderen, maar zijn bedrijf is wel in voor nieuwe dingen, voor impulsen van buitenaf.

'Hollandia wil kunst bij de mensen brengen. Dat willen wij ook. Met beeldende kunst zijn we hier al vertrouwd. Op de werkvloer hangen grote schilderijen, ook de kantoren hangen vol beeldende kunst. Bij het eerste schilderij riep iedereen, zonde van het geld. Nu wordt erover gesproken. In dat kader past ook Hollandia. Al dit soort zaken schept een venster op de buitenwereld. Maar als het Concertgebouworkest was gekomen of het Nationale Toneel, had ik nee gezegd. Daar had ik geen argumenten voor kunnen vinden. Omdat de hoorns zo mooi schallen in deze ruimte? Nou nee.'

Van toneel weet Ancher weinig, hij geeft het ruiterlijk toe. Maar hij heeft her en der zijn licht opgestoken en gehoord over de kwaliteit van Hollandia. Beperkingen heeft hij zijn gasten niet opgelegd. 'Als er maar geen aanleiding is tot discriminatie, tenslotte werken hier 25 nationaliteiten, ik wil niet dat een van onze werknemers wordt gekwetst. En een kaping of een vliegramp lijkt me ook niet zo'n goed idee.'

0 E HELE onderneming was een gigantische logistieke klus, anderhalf jaar heeft het geduurd voor de voorbereidingen rond waren. Heeft hij die beslissing om ja te zeggen alleen genomen of was er inspraak? 'Ik ga dat niet overleggen, het is geen inspraak met handen opsteken. Ik heb tegen Hollandia gezegd: als jullie dat willen, ga je gang, maar regel het zelf met de mensen op de werkvloer. Een paar dagen later kwamen ze terug, iedereen was enthousiast en wilde meedoen.'

Over medewerking heeft Hollandia niet te klagen. Als er iets verplaatst moet worden, staat er onmiddellijk een heftruck klaar. 'Welkom aan boord', galmt het door een luidspreker. De BZN-zanger, in het stuk een televisiepresentator, heeft ruzie met zijn vrouw, Barbie ondergaat de vliegreis met grote poppenogen en de stewardessen zijn stoned van verveling. De overige passagiers wisselen nietszeggende teksten uit, variërend van de slanke lijn tot de massale treurnis om de dood van een prinses. Johan Simons is enthousiast: 'Dit is echt volkstheater. Elke dag zit de tribune hier vol, werknemers eten hier hun brood op of komen na hun werk kijken. Wat dat betreft is dit project nu al geslaagd.'

Alle acteurs hebben op hun beurt diensten meegedraaid, ook 's nachts. Hollandia weet dat het erom gaat hun gastheren medeplichtig te maken. Wat dat betreft kennen ze het klappen van de zweep. Paul Koek weet nog goed dat ze voor het eerst in de autosloperij van Jan Smit kwamen, met de boodschap dat ze daar theater wilden maken. 'Theater? zei hij, mijn neus. En hij ging door met zijn werk. We bleven gewoon staan en langzamerhand - ook omdat hij geld zag, zo'n man is gewoon een handelaar - werd hij wat toeschietelijker. Drie weken later stond hij mee te regisseren.

'Gisteren kwam hier een man naar ons toe die vroeg, wanneer is die première nou? Dan deel ik mijn dienst zo in, dat ik op zo'n heftruck rij en dan maak ik een paar mooie draaien voor je.'

Industrieproject I: KLM Cargo van Theatergroep Hollandia gaat morgen in première en wordt gespeeld tot en met 28 februari. Aanvang 19.30 uur, maaltijd inbegrepen. Reserveren: 075-6310231.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden